Pianist Pietro De Maria is meer dan een meesterpianist: een meesterlijk musicus

Pietro De Maria, piano. Werken van Bach. Gehoord: MuziekHaven, Zaandam, 10 februari 2026
Door Willem Boone
Lijnen komen samen in MuziekHaven
Gastvrouw en violiste Maria Milstein gaf voor aanvang van het concert kort het woord aan Marco Riaskoff, die meer dan dertig jaar de managing director van de onvolprezen en node gemiste Serie Meesterpianisten in het Concertgebouw was. Hij had Milstein getipt om Pietro De Maria uit te nodigen en memoreerde dat deze avond in een aantal opzichten symbolisch was. Allereerst was het precies een jaar geleden dat de lerares van de pianist, de Italiaanse Maria Tipo, overleed. Met haar was Riaskoff nauw bevriend en zij speelde op 8 maart 1988 voor het eerst in zijn serie de Goldbergvariaties van Bach. Hij herinnert zich deze avond nog steeds als een van de mooiste recitals die hij in de Grote Zaal programmeerde.

Maria Tipo
Goldbergvariaties
De eveneens Italiaanse pianist De Maria maakte nu zijn Nederlandse debuut met dezelfde variaties van Bach. Hij is in Nederland nog onbekend, maar soleerde wel elders met grote orkesten en dirigenten. Daarnaast nam hij voor Decca een aantal belangrijke cd’s op met o.a. Bachs Wohltemperiertes Klavier en de complete pianowerken van Chopin, geen van beide projecten die je ‘even’ op een namiddag realiseert… Ik heb de bewuste avond met Tipo niet bijgewoond, maar met ingang van seizoen 1989-1990 heb ik ruim dertig jaar een abonnement op de Serie Meesterpianisten gehad. Van al die recitals herinner ik me diverse andere uitvoeringen van de Goldbergvariaties, waarvan zeker die van Murray Perahia en Evgeny Koroliov memorabel waren (en ik wil hier als een terzijde een lans breken voor de Chinese, in Frankrijk wonende pianiste Zhu Xiao Mei, die ook voor een gedenkwaardige uitvoering van deze variaties zorgde!).

Juiste tempi
Pietro De Maria nam mij eigenlijk al direct voor zich in door de manier waarop hij de beroemde Aria speelde. Ik moet daarbij vaak denken aan wat de Nederlandse pianist Willem Brons er ooit over zei: het begin staat in G-groot, wat staat voor ‘liebenswürdig’ en allerminst voor ‘traurig’. De Italiaanse pianist speelde het gelukkig niet in een slepend tempo, zodat het niet klonk als een treurmars. (Ik hoorde ooit in het Concertgebouw ook de Franse pianist David Fray die, hoewel hij fraai speelde, de neiging had om al direct bij de Aria het tempo eindeloos ‘uit te rekken’). Hij legde in korte tijd al zijn ‘troeven’ op tafel: een hele sterke daarvan was om steeds het ‘juiste’ tempo te spelen. Dat klinkt misschien als een vanzelfsprekendheid, maar dat is het allerminst. Veel pianisten, waaronder de haast iconische Glenn Gould in zijn eerste uitvoering uit 1955, gaan er bijvoorbeeld in de Eerste variatie met een noodvaart van door. Zo niet deze pianist, die in een gedecideerd, maar niet te snel tempo speelde. In positieve zin viel verder zijn heldere stemvoering op, die alle ruimte liet voor Bach’s polyfonie. Fraai was daarbij zijn geprononceerde linkerhand, waarbij ik me afvroeg of hij misschien linkshandig is. Een ander sterk punt was zijn ronde, fluwelige toucher dat in alle dynamische schakeringen gelijk bleef. Hij had een opmerkelijk coherente visie op de Goldbergvariaties, zoals ook Perahia, Koroliov en Mei die hadden. Het enige wat je misschien zou kunnen opmerken is dat de variaties wellicht onderling wat minder verschilden. Het blijft echter een sterk punt dat je juist in een reeks variaties zo’n eenheid aan kunt brengen. De virtuoze variaties, zoals bijvoorbeeld de vijfde variatie, die er soms letterlijk handenwringend uitzagen, speelde hij zonder de extremismen van een Gould. Virtuositeit werd nooit een doel op zich.

Dienende benadering
Deze pianist stelt zich direct vanaf het begin dienend op, waarbij hij – evenals de hierboven genoemde pianisten – het ideale medium voor Bachs muziek werd. Het doet weldadig aan om iemand te zien en horen spelen die stil zit, in opperste concentratie zonder afleidende en overbodige gebaren. Dat zorgde kennelijk voor een wisselwerking bij het publiek, want dat luisterde met eenzelfde concentratie. ‘Het kan dus wel’ flitste het door mijn hoofd: een concert zonder eindeloos gekuch, gehoest, geritsel, vallende of oplichtende telefoons, enz.

Hoogtepunten
Herhalingen speelde de pianist soms met kleine ornamenten, die steeds stijlvol aandeden. Zo waren er binnen de 30 variaties tal van hoogtepunten: de Zevende variatie, al tempo di giga, een van mijn favorieten, werd een klein juweeltje, de Tiende variatie straalde blijmoedigheid uit, de Vijftiende variatie was diepzinnig. De overgang van Variatie nr 21, Canone alla sesta naar variatie nr 22, alla breve klonk magisch. De bekende Variatie nr 25 vormde het emotionele zwaartepunt van de cyclus, ook deze was gelukkig niet te langzaam van tempo. De Maria fluisterde hier aan de piano, maar zijn toucher behield steeds een duidelijke kern. Het is altijd ontroerend om aan het eind opnieuw de Aria te horen. Hiervoor geldt wat Daniel Barenboim ooit over het laatste (variatie)deel uit de Sonate nr 30 in e opus 109 van Beethoven zei: ‘Aan het begin van het thema hebben de variaties een toekomst, aan het eind – als het thema opnieuw klinkt – hebben ze een verleden.’ Dat ging hier ook op: je besefte dat je iets geweldigs beleefd had en daardoor kreeg de Aria de tweede keer iets onaards. Deze pianist beschikt natuurlijk over een geweldige techniek, maar daar dacht je gedurende de uitvoering helemaal niet meer aan. Het enige wat je na afloop besefte was dat deze variaties een ontzagwekkend monument van ontroerende schoonheid vormen.

Nathalia Milstein, Pietro De Maria, Marco Riaskoff, Maria Milstein
Toegift
De pianist bleef uiterst bescheiden onder het langdurige applaus en zette zich weer aan de vleugel. Een toegift had voor mij eigenlijk niet gehoeven want speel je na zo’n monument nog? Maar het was ontwapenend om hem te horen vertellen over zijn lerares Tipo: ‘Ze ging voor je door het vuur, maar kon ook heel streng zijn. Al haar studenten, mijzelf inbegrepen, heeft ze wel minstens een keer aan het huilen gekregen!’ Het verdient een compliment dat hij met een Sicilienne BWV 596 van Vivaldi, bewerkt door Bach besloot (uit het Concert in d klein). Daarmee bleef hij mooi in dezelfde sfeer. Deze Italiaan is inderdaad een meesterpianist, of sterker nog: een groot musicus! Hopelijk laat zijn volgende optreden in Nederland niet lang op zich wachten. Het was een bijzonder genoegen om hem in de inspirerende omgeving van de MuziekHaven te horen, een omgeving die bijdroeg aan de bijzondere sfeer van dit recital!
Willem Boone

Info:
https://www.muziekhaven.com/evenementen
https://www.pietrodemaria.com/index_en.php