Avond vol verrassingen in Amare

Afgelopen vrijdag trakteerden het Residentie Orkest en gastdirigente Elena Schwarz het publiek in een tot de nok gevulde grote zaal van Amare op een feest vol verrassing en herkenning.

Verrassing was er vooral aan het begin van het programma. Daar bleek de One Minute Symphony – waarin een student compositie van het Koninklijk Conservatorium de kans krijgt om zichzelf te laten horen – uitgegroeid tot, ik schat, zo’n drie minuten, die allesbehalve verveelden. Onder de bijzonder opbeurende titel And so my life became a funeral componeerde Duits-Japanse componist Paul Schmidt muziek die vage ‘out off focus’ beelden moest oproepen. De klanken waren inderdaad vaag gehouden op een enkel temporiserend element na. Van daaruit groeide een glasheldere structuur, die door Elena Schwarz bovendien raak werd getimed en kon rekenen op een opvallend warm onthaal.

De Zwitsers- Australische dirigente mag zeker nog eens terugkomen. Ze is energiek, wakker, heeft goed nagedacht over wat ze wil, en nodigt de spelers – meer dan eens met twinkelende ogen – gelijktijdig ook uit om daar bovenop hun eigen inbreng te leveren. In de zelden gehoorde Ouverture van Grazyna Bacewicz ontketende ze een gretige ritmiek – juist door zich, ondanks alle activiteit, niet tot haast te laten verleiden. Een hierin al dan niet toevallig aanwezige verwantschap met William Waltons Eerste symfonie beduidde veel goeds voor de vertolking van Jean Sibelius’ Eerste symfonie na de pauze. Ook daar gaat het tenslotte om muziek die ritmisch her en der uitermate uitermate markant en koppig gedreven en gelijktijdig helder gestructureerd is, maar die daarnaast ook ruimte nodig heeft om te ademen en dynamisch reliëf om gevoeld te worden.

Maar eerst mochten we ons verheugen op Chopins Tweede pianoconcert uit handen van niemand minder dan de Argentijnse meesterpianist Nelson Goerner. Fabuleus was hij vooral in het belcanto, waarin hij de noten soms parelend, dan weer vloeiend aan elkaar verbond en van daaruit, zonder een seconde gecalculeerd of gewild over te komen, het hele tempo bepaalde. Daarbij geholpen door de wakkere dirigente. En terwijl ik mij, gaande de eerste twee delen even was gaan afvragen, of er daardoor niet teveel initiatief vanuit de linkerhand verloren ging, verlegde Goerner in de dansende finale de leiding juist naar die linkerhand. Een verdiende ovatie werd beantwoord met Brahms’ Intermezzo opus 118 nr.2 waarin het contrapunt al even weelderig werd uitgespeeld.

Na de pauze maakte Elena Schwarz in Sibelius’ Eerste inderdaad alle verwachtingen waar. Ze tikte de precies de juiste tempi op de kop, bewaakte een goede balans tussen de stemgroepen en wist een bruisende samenhang te bereiken, die roemruchte maestro’s naar de kroon stak. Zou ze, als jonge veertiger, nog kunnen groeien? Ik denk het wel – en dan met name door een iets veelzijdiger gebaar – waarmee ze vooral meer uitdrukking aan de kleinere of geleidelijke dynamiek kan geven. Elena Schwarz heeft charisma genoeg om met een minimaal gebaar toe te kunnen – een gebaar zo klein, veelbetekenend en ontwapenend als de tienvingerige groet waarmee ze gisteravond afscheid nam van het dolenthousiast applaudisserende publiek.

Elger Niels

Gehoord 13 maart Den Haag, Amare Grote Zaal

Zondagochtend gaan Chopin en Sibelius samen met het Residentie Orkest, Nelson Goerner en Elena Schwarz nog eenmaal op herhaling.

You May Also Like

Het Yuri Honing Acoustic Quartet met Bowie

Eyal bij NDT 2 is verslavend

Hartnut Haenchen dirigeert Bruckners Vijfde bij Nederlands Philharmonisch

Over het Borodin Quartet en de waarde van traditie