Nederlands Philharmonisch rondborstig in Rachmaninoffs Symfonische dansen

Nederlands Philharmonisch o.l.v. Lorenzo Viotti. Johann Sebastian Bach – Chaconne uit Partita nr. 2, BWV 1004 (arr. Hideo Saito), Dmitri Sjostakovitsj – Vioolconcert nr. 2, Sergej Rachmaninoff – Symfonische dansen. Met Patricia Kopatchinskaja, viool. Gehoord: 31 mei 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam

Door Peter Schlamilch

 

Bachs bekende en prachtige Chaconne uit de Tweede Partita te horen in een bewerking voor groot symfonieorkest: er zijn vele arrangementen gemaakt, want het werk is voor velen eigenlijk ‘te groot’ en explosief voor een soloviool. Het arrangement van Hideo Saito (1902-1974), de vermaarde cellist, dirigent en pedagoog, mentor van legendarische dirigenten, waaronder Seiji Ozawa is rijk georkestreerd en dito van klank, verzadigd en romantisch, en heeft om al die redenen weinig meer met Bach te maken.

Toch was het een feest deze ‘koortsdroom’ eens mee te maken voor orkest, al was het maar om Bachs complexe, soms slechts gesuggereerde stemmenweefsel in aparte blaasinstrumenten en maar liefst 60 strijkers (daarnaast nog volop koper en pauken) te horen – het moet een feest geweest zijn om het te spelen en zo klonk het ook: niemand hield zich in, niemand streefde naar enige historische authenticiteit, maar de speelvreugde was er niet minder om. Brahms was nooit ver weg, en het orkest speelde vol vuur en Viotti niet minder.

 

 

Dienstbaar en effectief

 

Daarna volgde Sjostakovitsj’ Tweede vioolconcert. Net als in februari van dit jaar, toen de excentrieke Moldavische violiste Patricia Kopatchinskaja Bartóks Eerste Vioolconcert speelde, was ze blootsvoets en weer met een enorme rode mantel, en zette ze ook hier weer wat ‘vegerig’ in. Ook ditmaal was ik het lang niet altijd eens met haar intonatie, die zich soms aan de bovenkant, dan weer aan de onderkant van de toon leek te bevinden, extra goed hoorbaar doordat de violiste vaak ook een messcherpe klank maakte, die weliswaar expressief en dragend was, maar dus niet altijd even zuiver. Het zal absoluut bij haar expressiviteit horen, want Kopatchinskaja, die ook componiste is, voert een heel dynamische en energieke voorstelling op, die bij vlagen bijna theatraal wordt: woest kijkt ze soms om zich heen naar publiek of musici, of buigt diep door de knieën, stampvoetend als een vrouwelijke druïde uit vervlogen tijden – niks mis mee, hoor, een beetje drama op z’n tijd. Maar Sjostakovitsj noteerde zijn muziek puntgaaf en helder, bijna Mozartiaans, en zo helder moet de voordracht eigenlijk ook blijven om het geheel begrijpelijk over het voetlicht te krijgen: dat lukte dus niet altijd. Dirigent Viotti was inmiddels volkomen getransformeerd van extatische, exuberante ‘Bach’-dirigent naar een dienstbare en effectieve orkestbegeleider – volstrekt onijdel. Mooi om te zien hoe veelzijdig hij kan zijn.

 

 

Russische ziel

Het prachtige langzame deel was, mede dankzij een subtiel leidende Viotti, puntgaaf en poëtisch in het orkest, maar ook hier waren niet alle, vaak chromatische noten van de soliste even goed geïntoneerd. In het derde deel ging alles beter: de soliste was zuiver, en Viotti had de tom-tom (een trommel, niet te verwarren met tam-tam) naast de fluiten gezet voor een betere coördinatie: heel leuk om te zien. Het orkest was vitaal en ritmisch, precies wat dit stuk nodig heeft.

 

 

Na de pauze volgden de Symfonische dansen van Sergej Rachmaninoff – Viotti koos uitstekende tempi en kneedde en boetseerde de klank dat het een aard had, feilloos gevolgd door het loyale orkest en de uitstekend spelende piano. Viotti wist vele en schitterende kleuren aan het orkest te ontlokken, hij schiep steeds nieuwe klanksferen en creëerde golvende klankmassa’s met contrastrijke atmosferen en een prachtige saxofoonsolo. In het tweede deel klonk er een heerlijke vioolsolo van de concertmeester, omringd door gevoelige strijkerslijnen – een Russische wals, vloeiend, lieflijk maar ook dubbelzinnig, en alles genuanceerd en organisch-ademend gedirigeerd.

Het derde deel was sterk homogeen en diep van klank, met lekker ‘Rusische’ tutti-inzetten van de strijkers – de Russische ziel was nooit ver weg. Het is zeker niet Rachmaninoffs geniaalste werk, deze laatsteling, en moet het hebben van de kleurenrijkdom en uitvoeringsovergave. En die waren er volop!

 

Peter Schlamilch

Foto’s: Eduardus Lee, Marco Borggreve e.a.

 

Meer info: orkest.nl

You May Also Like

Danish String Quartet speelt Stravinsky, Ravel en Scandinavische volksmuziek in de Oosterpoort

Het Residentie improviseert met cellist Matthew Barley

Brahms, Debussy, Adès, Simone Lamsma en Kerem Hasan bij het NNO

Shani bewijst bij zijn afscheidsconcert in Rotterdam zijn veelzijdigheid