Bayreuths Meistersinger muzikaal feest onder Gatti
Richard Wagner: Die Meistersinger von Nürnberg. Festspielkoor en -orkest van de Bayreuther Festspiele o.l.v. Daniele Gatti. Met Georg Zeppenfeld (Hans Sachs), Jongmin Park (Veit Pogner), Michael Nagy (Sixtus Beckmesser), Michael Spyres (Walther von Stolzing), Matthias Stier (David), Christina Nilsson (Eva), Christa Mayer (Magdalene) e.a. Regie: Matthias Davids. Gehoord: 25 juli 2025 (première), Grosses Festspielhaus, Bayreuth
Door Peter Schlamilch
Als je tijdens de grote première van de Bayreuther Festspiele, Wagners megalomane operadroom, maar twee rijen pal voor Angela Merkel en Friedrich Merz, de Bondskanselier van Duitsland zit, dan weet je dat je de beste plekken van het huis hebt gekregen. En zo was het: wat is de acoustiek van het Festspielhuis toch wonderlijk en wonderbaarlijk mooi, want in het door Wagner zelf ontworpen operahuis, bovenaan de prachtige Festspiel-heuvel, is het orkest vele meters onder het toneel weggewerkt, waardoor de zangers niet zo enorm hoeven te brullen als wanneer het orkest, zoals in een ‘normaal’ theater, veel luider hoorbaar klinkt.
![]()
Grote kerkdienst
Niet dat een Meistersinger, Wagners enige komische opera, een sinecure is om te zingen: in de vijf uur die het werk duurt wordt zoveel gezegd, dat de precieze handeling soms wijdlopig is, ook al ken je haar nog zo goed. Het ontbreken van boventiteling helpt daarbij natuurlijk ook niet mee, hoewel dat in Bayreuth natuurlijk vloeken in de kerk is. Het decor doet soms vaag aan Neurenberg, de prachtige stad vlakbij Bayreuth, denken, hoewel het eeuwig zonde is dat het openingskoor vanachter het toneel gezongen wordt – een vrijheid die regisseurs zich steeds vaker permitteren, hoewel dat een onaanvaardbare muzikale ingreep in de partituur is – de dynamiek (volume) wordt er duidelijk door aangetast, en ook de directheid van de expressie van de indrukwekkende tekst vervaagt of verdwijnt. Het is een van de mooiste opera-openingen uit de literatuur – we vallen, na het Vorspiel, meteen in een grote kerkdienst, waarin het kerkvolk net een enorm ‘Luthers’ koraal heeft aangeheven, met de prachtige woorden: ‘Da zu dir der Heiland kam, willig deine Taufe nahm, weihte sich dem Opfertod, gab er uns des Heils Gebot.’ Het is de religieuze context die in één klap het 16e-eeuwse Nürnberg schildert, en waarin de geliefden Eva en Walther elkaar wanhopig proberen toe te fluisteren.
![]()
Teleurstellende minuten
Regisseur Matthias Davids verplaatst niet alleen de fenomenale koorzang naar achter het toneel, maar laat ook nog de majestueuze kerk verschrompelen (en ten slotte ontploffen!), en maakt daarmee een van de grote Duitse tradities belachelijk en overbodig, net zoals hij, vijf uur later, in de slotminuten de kern van deze opera, namelijk de eerbied voor de ‘Duitse meesters’ (lees: traditie), zal ridiculiseren en weggooien. Het is een keuze, maar wel een die uiteindelijk leidt tot een cultuur zonder grote ideeën of waarden, en waarin juist de opera’s van Wagner het onderspit zullen delven. Een vreemde keus dus, net als die voor de IKEA-achtige aanduiding van de prachtige stad Neurenberg: ikzelf ken weinigen die voor wat bordkartonnen aanduidingen naar de opera gaan, maar toegegeven: in onze tijd van regie-theater (hoewel die op veel plekken gelukkig alweer aan het verdwijnen is, mede onder druk van het publiek) prijs je je al gelukkig als een decor je niet naar een ander continent of sterrenstelsel voert, dus zo erg was het gelukkig allemaal niet – zeker niet vergeleken bij de soms zeer ‘politieke’ Meistersingers die de afgelopen jaren de theaters onveilig maakten. Op die laatste twee, overbodige en teleurstellende minuten na dan.

Individu dat zich onderscheidt van de massa
Het orkest verricht ondertussen kleine en grotere wonderen: het klinkt, vergeleken bij vorig jaar, veel voller, donkerder en vooral: Wagneriaanser, hetgeen ongetwijfeld aan de gebiedende hand van Daniele Gatti ligt, die het orkest onstuimig en gedreven laat schallen, waardoor hij waarschijnlijk dicht bij Wagners klankideaal terechtkomt – zo fijntjes en zwakjes hoefde het dus vorig jaar allemaal echt niet te klinken. Meteen al het Vorspiel klinkt woest maar tegelijkertijd precies, met een indrukwekkend en geweldig massaal koper, heftige strijkers en uitstekend hout. Het koor klinkt, ondanks de verkeerde opstelling, groots en vol, en dat zal zo de hele avond blijven. De paar orkestsolisten die de koorzang doorbreken en de gevoelens van de beide geliefden uitdrukken, zijn op het toneel geplaatst en spelen werkelijk subliem, maar jammer is alleen wel dat ze geen contrast kunnen vormen met het koor, dat immers onzichtbaar is, waardoor de kern van de opera, het individu dat zich onderscheidt van de massa, verloren gaat – best lastig op een plek waar alles eigenlijk volgens Wagners overtuigingen zou moeten geschieden.

Niet veel romantiek
De Amerikaanse tenor Michael Spyres (Walther) heeft een stem die klinkt als een klok, welluidend, zeer stijlvol en makkelijk aansprekend zonder ooit te hoeven forceren, terwijl hij ook heel veel kleuren, lyriek en nuances kan maken – heel knap en aangenaam. De Zweedse sopraan Christina Nilsson zingt ook prachtig, maar soms net wat te afstandelijk en penetrant voor het smoorverliefde meisje Eva, dat zo graag het ouderlijk huis wil verlaten om opnieuw te beginnen met haar grote liefde, een gevoelvolle zanger nog wel. Maar ze krijgt van de regie ook niet veel romantiek mee, en dat is jammer, want zo kunnen zangers zich niet echt inleven in de noten die zo betekenisvol zijn voor ze, en voor ons. David (Matthias Stier) zingt mooi, zacht en lyrisch, maar komt misschien nèt iets aan kracht te kort in de hoogste noten.

Eindeloos aandeel
De Zuid-Koreaanse bas Jongmin Park (Pogner) zingt lekker breed, zelfverzekerd en zaalvullend (misschien iets te ‘hol’ en ongenuanceerd, maar ik hou er wel van), terwijl zijn metgezel, de ‘muziekambtenaar’ Beckmesser, uitstekend gezongen door de Duitser Michael Nagy, heerlijk slijmerig en arrogant zijn uiteindelijke ondergang tegemoet gaat. Georg Zeppenfeld zingt een prima Hans Sachs, de spil van het verhaal, door wiens manipulaties de liefde uiteindelijk overwint – hij is misschien niet de beste acteur van de wereld, maar zijn stem laat het tot de allerlaatste noot niet afweten, en dat betekent nogal wat in een opera waarin hij een schier eindeloos aandeel heeft. Hoewel hij eigenlijk een diepe bas is, type Sarastro (Zauberflöte) en Titurel (Parsifal), zingt hij deze veel hogere rol toch heel knap, hoewel we hem af en toe horen sparen voor de hoge noten, die hij dan eerder slank dan ‘overweldigend’ aanzet – het is misschien niet helemaal zijn ideale partij.

Ideale Wagnerdirigent
Gatti heeft, als gezegd, een heel symfonische opvatting van het werk en die beviel mij eerlijk gezegd prima, want het orkest klonk zoals Wagner het waarschijnlijk bedoeld had: vol en dragend, met ronkend, maar nooit overheersend koper. Zijn tempi zijn vlot en stuwend, en dat mag ook wel, want Wagners gevoel voor humor had volgens sommigen ook best in vier uur gekund in plaats van vijf – had hij nog maar een extra uurtje Parsifal gecomponeerd, denk ik soms wel eens. Gatti laat veel details, kleuren en dynamische verschillen horen, en het orkest klinkt uitstekend geprepareerd, net als de zangers overigens. De eerste Finale is ronduit meesterlijk van opbouw, balans en volle transparantie – Gatti lijkt een ideale Wagnerdirigent.

Cultuurfilosofisch onderuit
Het decor blijft wat saai, maar is na de pauze al heel wat mooier dan voorheen, en zeker een hele verbetering ten opzichte van de flitsende videodecors van Parsifal en Tannhäuser, die ik vorig jaar nogal vreselijk vond. De piepkleine rol van Nachtwaker vond ik zo goed gezongen, dat ik de Duitse bas Tobias Kehrer hier speciaal wil vermelden: een heerlijk geluid.
De slotscène lijkt geïnspireerd door wereldse lelijkheid van de Oktoberfeste, en brengt, ondanks het nogal vervreemdende toneelbeeld, een werkelijk subliem muzikaal eerbetoon aan de Grote Meester, hoewel – als gezegd – de laatste twee minuten de voorgaande vijf uren cultuurfilosofisch onderuit halen. Maar ook dat is opera, en deze voorstelling is het zeker meer dan waard om te gaan worden bekeken en vooral: beluisterd.
Peter Schlamilch

Info:
https://www.bayreuther-festspiele