Koninklijk Concertgebouworkest bloeit op onder Riccardo Chailly

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. Met Marie-Nicole Lemieux, alt, het Groot Omroepkoor en het Koor van De Nationale Opera. Sergej Prokofiev – Symfonie nr. 4 (tweede versie) in C; Alexander Njevski. Gehoord: 4 maart 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam
Door Peter Schlamilch
Het was flink schrikken, afgelopen december in het Teatro alla Scala: na een uitzonderlijk lange eerste pauze werd Riccardo Chailly, de chef-dirigent van het beroemde Milanese operahuis, in de tweede pauze afgevoerd naar het ziekenhuis en werd de voorstelling, Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk, voortijdig beëindigd. Eerder dat jaar had de Italiaanse meesterdirigent, ooit nog assistent van Claudio Abbado in diezelfde Scala, nog meer concerten afgezegd, onder andere in Amsterdam, waar Manfred Honeck zijn Bruckner overnam.

Antifascistisch
Was het de maestro uit Milaan, die al langer kampt met hartproblemen, aan te zien? Na zoveel gezondheidsproblemen, zelfs al zijn ze overwonnen, ga je je waarschijnlijk onwillekeurig misschien toch onzekerder voelen als dirigent? Antwoord: op het eerste totaal gezicht niet, en Chailly blaakte van gezondheid en zelfvertrouwen, en ook het onbekende, lastige Prokofiev-programma was nu niet bepaald een makkie, voor dirigent, publiek noch orkestdirectie: in een uitgebreide schriftelijke toelichting werd gesteld dat, hoewel Prokofievs Alexander Nevski door zowel Stalin als Poetin als propaganda werden gebruikt, men na rijp beraad had besloten dat het toch gepast was de muziek ten gehore te brengen, ondanks de gruwelijke oorlog in Oekraïne. Terecht natuurlijk, ook al roepen de Russisch-nationalistische teksten in de huidige context begrijpelijkerwijze veel weerstand op (zoveel zelfs dat een aantal koorzangers weigerde mee te werken), ook al waren ze oorspronkelijk natuurlijk antifascistisch bedoeld. De teksten werden dan ook niet geprojecteerd of uitgedeeld – misschien een goed compromis.
Waterval van troost
Allemaal geen eenvoudige omstandigheden voor dit gecompliceerde concert, dat overigens uiterst succesvol verliep, niet in de laatste plaats door de magistrale invalbeurt van de Canadese alt Marie-Nicole Lemieux, die de Russische mezzosopraan Ekaterina Semenchuk verving, die vanwege persoonlijke omstandigheden had moeten afzeggen. Haar eerste inzet was al meteen sensationeel-zinderend van gloedvolle warmte en intensiteit. Door het ontbreken van de vertaling hadden we maar een heel beperkt begrip van de ongetwijfeld verdrietige handeling, maar het maakte eigenlijk weinig uit: Lemieux stortte een waterval van warme, liefdevolle troost over het publiek uit. Waar, bij nadere bestudering, de tekst nog best hardvochtig is – de gevallenen worden weliswaar gekust en de overledenen beloond, maar de woorden blijven afstandelijk – was Lemieux’ voordracht dat allerminst, maar juist warm-broeierig in de laagte en indringend in de andere registers, die overigens perfect-naadloos met elkaar verbonden waren. Ook de schier eindeloze lijnen en perfecte frasering waren sensationeel!

Vrij-stromende klankzee
Het koor, een samenvoeging van delen van het koor van De Nationale Opera en het Groot Omroepkoor, zong subliem: de mannen – opmerkelijk (maar begrijpelijk) op de eerste rij – klonken volop Russisch en meeslepend, homogeen en spatgelijk, de dames, in een iets minder prominente rol, vulden het klankbeeld niet minder groots aan, hoewel de positie achter de mannen de glans wel wat wegnam. Dirigent Riccardo Chailly zong, figuurlijk gezien, met koor en orkest mee en creëerde een organische, vrij-stromende klankzee die een onontkoombare muzikale waarheid blootlegde: dat is de kracht van deze dirigent. Ook het orkest klonk deze avond geïnspireerder dan ooit, en dat was fijn te horen: ik voelde even weer die ouderwetse, volle en vooral betrokken klank die ik de laatste jaren, onder andere dirigenten, nog wel eens miste, en die, naast de bekende verfijning, ook diep gaat en soms lekker rauw durft te zijn.

Meesterlijke techniek
Dat dat geheel op Chailly’s conto te schrijven was, werd meteen duidelijk in het deel voor de pauze: Prokofievs Vierde Symfonie (tweede versie). Mijn muziek zal het, door het anekdotische en ongestructureerde karakter, nooit worden, maar Chailly wierp zich vanaf de eerste noot als een leeuw in de strijd en gaf niet meer op. Vanaf de eerste seconden stroomde en ademde de muziek, spatgelijk en welluidend, ondanks de aanhoudende – soms té – donkerbruine instrumentatie. Chailly gaf veel ruimte en vertrouwen aan het orkest maar behield altijd de controle, met soms even een waarschuwende blik naar een solo-instrumentalist die zijn vertragingen niet helemaal begreep. We zagen een dirigent die speelvreugde creëerde, precisie, maar vooral veel vaart en spanning, gecombineerd met een meesterlijke techniek. Toegegeven, er was zeker nog ruimte voor grotere dynamische en ook emotionele verschillen, en tevens voor wat meer poëzie en soms reliëf, maar Prokofiev maakte het de musici in deze toch taaie partituur ook niet erg gemakkelijk. Maar dit was een avond waarop het KCO opbloeide onder zijn oude, node gemiste chef, en waarop het orkest liet horen waarom het tot de wereldtop behoort.
Peter Schlamilch
Foto’s: Eduardus Lee e.a.

Info:
www.concertgeboworkest.nl