Fijnzinnige Schulhoff, ronkende Mahler
De combinatie van Schulhoff en Mahler mag in de concertzaal avontuurlijk zijn, muziekhistorisch ligt ze eigenlijk voor de hand. In het onopgesmukt gebruik van volkse motieven liggen beide componisten in elkaars verlengde – maar de schaal waarop het tweetal werkte verschilt aanzienlijk.
Gisteravond opende het Residentie Orkest in de Concertzaal van Amare dan ook in kamerorkestbezetting om stapsgewijs uit te breiden naar groot symfonieorkest na de pauze. Een programmering waarachter de hand van artistiek directeur Sven-Arne Tepl zich nadrukkelijk liet vermoeden.
In Erwin Schulhoffs Suite voor Kamerorkest opus 37 was meteen evident dat deze componist orkestreert met de magische finesse van Ravel, dat dirigent Jun Märkl excelleert in zulke pikante, gedetailleerde partituren en dat muziek en maestro, zowel musici als publiek op het puntje van de stoel weten te krijgen. Schulhoffs gestileerde dansritmen, waaronder ragtime en tango, werden in full swing naar buiten gebracht. Voor het absolute optimum had er soms een net iets bitsere bite in de strijkersaccenten gepast. De onderlinge balans was schitterend in de langzamere delen – zeker als blazers onderling een solo uitwisselden. In snelle delen viel een puntje te zuigen aan de onderlinge coördinatie.
Zoveel gold zeker ook voor de vertolking van Schulhoffs ruimer bezette Symfonie voor alt en orkest ‘Menschheit’ opus 28. Het werk bundelt vijf gedichten van Theodor Däubler. Ze worden aaneengeregen door eenzelfde openingsmotief en krijgen een uitermate dubbelhartige verklanking, waarin Klezmerklanken en dansritmen evident de kop opsteken. Als interpreet bleek soliste Barbara Kozelj in dergelijk repertoire beslist op haar best. Niettemin werd ook duidelijk dat voor deze liederen, ondanks de soms hoge liggingen, toch een echte alt gewenst is, in plaats van een mezzosopraan. Het is immers schier onwaarschijnlijk dat een gewiekst orkestrator als Schulhoff niet gerekend zou hebben met de balansproblemen die ontstaan als je meerdere houtblazers, of nog kritischer, contrabassen en koper inzet, terwijl de zangeres onder haar meest sonore register moet zingen.
Vanuit mijn plek op het frontbalkon verdronk Kozelj toch wel iets te vaak in de orkestklank. Soms op voor een goed begrip essentiële plaatsen. Zo ging in het prangende slotlied ‘Einblick’ het merendeel van de sleutelzinnen onverstaanbaar ten onder: ‘So sichtbar warst du noch nie. In dir soll der Trost sich erfüllen.’ Misschien had Märkl op enkele plaatsen nog wat kunnen verhelpen, maar meestentijds zou ook dat onbegonnen werk zijn. Een symfonieorkest kan niet voortdurend op kousenvoeten blijven lopen. Zeker niet in expressieve muziek als die van Schulhoff.
In Mahlers fameuze Eerste Symfonie ‘Der Titan’, hadden de vertolkers, na de pauze, de handen vrij. Messcherp takterend, wist Jun Märkl de orkestklank kraakhelder te houden. In het eerste deel kwamen daardoor echter ook enkele rimpelingen aan het licht als in de strijkers lange, of gepuncteerde noten door een enkeling ietsje te ver werden opgerekt, of er tijdens abrupte accelerando’s enkele slotnoten juist weer wat haastig werden afgekapt door het koper.
Met de boerse inzet van het tweede deel pakte Märkl zijn moment en liet het ensemble daarna niet meer los. Misschien had er voor het Joods-Weense accent nog een toefje meer schmier en schmalz bij gekund, maar dat deed niet af aan de betoverende stilte toen de strijkers in het hart van het derde deel schoorvoetend de passage ‘Auf der Straße stand ein Lindenbaum, da hab’ ich zum ersten Mal im Schlaf geruht!’ (uit de Lieder eines fahrenden Gesellen) inzetten en de hobo klagend ‘Da wußt’ ich nicht, wie das Leben tut’ invoegde.
Een ronkende finale verwende de luisteraars tot slot met het beste dat van het Residentie Orkest en hun nieuwe chefdirigent verwacht mag worden: een titanische eruptie, die soms rakelings langs de afgrond scheert, maar telkens met vaste hand van de totale chaos wordt gestuurd.
Het concert zal morgenmiddag in Amare worden herhaald. Wie komt staat nog wat te wachten.
Elger Niels
Gehoord: Amare Concertzaal, 12 december 2025