La Fenice in Venetië – Simon Boccanegra maakt diepe indruk

Giuseppe Verdi – Simon Boccanegra. Orkest en koor van het Teatro La Fenice o.l.v. Renato Palombo. Met Simone Piazzola (Simon Boccanegra), Francesca Dotto (Maria Boccanegra/Amelia), Alex Esposito (Jacopo Fiesco), Francesco Meli (Gabriele Adorno), Simone Alberghini (Paolo Albiani), Alberto Comes (Pietro) e.a. Regie: Luca Micheletti. Gehoord: 14 februari 2026, Teatro La Fenice, Venetië

Door Peter Schlamilch

 

Jongens, wat een feest: het oeroude operahuis van Venetië, La Fenice, bezoeken tijdens het beroemde carnaval aldaar (bij ook nog stralend zonnig weer) – het is bijna te mooi om waar te zijn en ik kan iedereen, en zeker de echte operaliefhebber, dan ook aanraden om het ten minste één maal in zijn of haar leven mee te maken. Venetië is van zichzelf al betoverend natuurlijk, maar goed gevulde straten (niet overvol) met individuen, koppels en groepen in de meest fantastische kostuums te zien lachen, dansen en zingen is iets magisch, zeker als ze zich, volledig gekostumeerd, ’s avonds gewoon onder het operapubliek mengen… fascinerend.

 

Venetiaanse sfeer

Waar het Nederlandse carnaval zich vooral baseert op – deftig gezegd – alledaagse en actuele thema’s, grijpt men in Venetië graag terug op de rijke historie, niet alleen die van de stad zelf maar van heel Italië. Tegelijkertijd is de geschiedenis van Teatro La Fenice een van de meest fascinerende verhalen in de operawereld – de naam La Fenice(De Feniks) is niet toevallig gekozen: het theater is  letterlijk twee keer uit zijn as herrezen na verwoestende branden. Aan het einde van de 18e eeuw –Venetië was een echte operahoofdstad met maar liefst zeven theaters – brandde het belangrijkste theater, Teatro San Benedetto, af. De eigenaren verloren een rechtszaak over het terrein en moesten op zoek naar een nieuwe locatie, waar in 1792 La Fenice officieel werd geopend met de opera I Giuochi d’Agrigento (Giovanni Paisiello) – het nieuwe theater werd meteen een van de belangrijkste operahuizen van Europa, met een elegante, ingetogen neoclassicistische stijl die perfect paste bij de Venetiaanse sfeer.

 

 

Brandstichting

In de 19e eeuw werd La Fenice hét toneel voor de grote belcanto-componisten. Er vonden wereldpremières plaats van talloze meesterwerken, waaronder Rossini’s Tancredi (1813) en Semiramide (1823), Bellini’s I Capuleti e i Montecchi(1830) en Beatrice di Tenda (1833), Donizetti’s Belisario (1836) en vooral Verdi’s Ernani (1844), Attila (1846), Rigoletto(1851), La traviata (1853) en Simon Boccanegra (1857). In de nacht van 12 op 13 december 1836 verwoestte een enorme brand het interieur bijna volledig (vermoedelijk door een kachel van een stoffeerder). Venetië rouwde, maar de wederopbouw begon onmiddellijk en het theater herrees al in 1837 – opnieuw als feniks, nog mooier en in een stijl die paste bij de tijd. Op 29 januari 1996 brak er brand uit tijdens onderhoudswerkzaamheden: door nalatigheid (en later aangetoonde brandstichting door twee elektriciens die vertragingsboetes wilden ontlopen) brandde het theater volledig uit – alleen de buitenmuren bleven over – de wereld was geschokt.

 

 

Muzikale overtuigingskracht

De wederopbouw volgde het principe ‘com’era, dov’era’ (‘zoals het was, waar het was’) en werd voltooid met moderne technieken, betere veiligheid en airconditioning, maar met een getrouwe reconstructie van het 19e-eeuwse interieur (gebaseerd op oude foto’s, waaronder uit de film Senso van Visconti uit 1954) – de feniks was ten derde male herrezen, en wie de zaal betreedt waant zich meteen eeuwen terug in de tijd. De voorstelling van Simon Boccanegradie ik er zag was niet minder indrukwekkend: belichting, kostuums en toneelbeeld zijn enerzijds weldadig en anderzijds sober, maar zo vindingrijk dat ze op elk moment suggestief zijn zonder de fantasie van de toeschouwer hinderlijk in de weg te zitten: een schoolvoorbeeld van hoe het moet.

De ouverture begint al prachtig, welluidend en klankrijk, en dirigent Renato Palombo laat de aanvankelijk kabbelende stroming rustig en organisch vloeien. Ook het orkest heeft duidelijk gevoel bij wat het speelt, en zal de opera de komende uren niet alleen steeds intelligent begeleiden, maar ook becommentariëren – de kleine slordigheden storen daarbij de muzikale overtuigingskracht nauwelijks. Misschien dat de nieuwe chef-dirigent, Beatrice Venezi – de eerste vrouw in de geschiedenis van La Fenice die deze prestigieuze positie zal bekleden, vanaf oktober 2026 – deze kleine smetjes er uit weet te krijgen, al hebben bepaalde krachten de ‘vermeende protegée van Giorgia Meloni’ het haar nu al niet makkelijker gemaakt.

 

 

Adembenemend mooi

De vier mannen die de ingewikkelde proloog bevolken zongen zonder uitzondering uitstekend en invoelend, waarbij de Italiaanse baritons Simone Piazzola (Boccanegra) en Alex Esposito (Fiesco) er met kop en schouders bovenuit staken: Piazzola penetrant en indringend, en Esposito warm, donker, rond en donderend-volumineus. Simone Alberghini komt net wat kracht en acteertalent te kort om echt te overtuigen in de rol van de smerige verrader Paolo (zijn cv vermeldt dan ook voornamelijk belcanto-rollen), maar Alberto Comes zong een prima Pietro. Het Italiaans van het viertal is om van te smullen. De Bolognese sopraan Francesca Dotto (Maria Boccanegra/Amelia) klonk fantastisch en haar duet met Boccanegra was adembenemend. Toch is haar stem soms nét te volwassen om de jonge, onschuldige Amelia geloofwaardig te maken, maar ook haar aria was adembenemend mooi.

 

 

Het slechtste in de mens

Ster van de avond was de Genuese tenor Francesco Meli (Gabriele Adorno), en dat vond hij overduidelijk zelf ook: hij liet zijn enorme vocale kanon door de zaal schallen alsof het een peulenschil is om in bijvoorbeeld de eerste finale over koor, orkest en alle andere voluit zingende solisten heen te komen, maar toegegeven: het lukte hem fantastisch en dat maakte hem tot de ideale zanger voor de rol van Adorno – wie Verdi’s partituur goed kent weet dat de grote meester al zijn mooie, belangrijke en extatische noten juist in díe stem heeft gelegd. Tenoren die de rol niet aankunnen vervormen daardoor het geniale bouwwerk van de expressieve componist uit Le Roncole, maar Meli ís er op de plekken waar hij er zijn moet, klínkt waar hij kinken moet en stuurt waar hij sturen moet. Hij begrijpt de rol muzikaal zeer goed en maakt alleen daardoor al van de eerste finale, een soort gemeenteraadsvergadering die het slechtste in de mens naar boven haalt, op het laatste moment gekalmeerd door Simon, een onvergetelijke belevenis, geholpen door een voortreffelijk zingend en groot bezet koor.

 

 

Eindeloze tragiek

Maar ook in de uren die volgen is de tenor ijzersterk in zijn hoge, lyrische lijnen – OK, de finesses van het piano gaan hem iets minder gemakkelijk af, maar een kniesoor die daar, bij zoveel inzet en gloedvolle zang, op let: hij maakt van deze Boccanegra, samen met de geweldige andere solisten, een onvergetelijke voorstelling, die met een prachtig slotbeeld eindigde: een boot die langzaam overvaart, de eindeloze tragiek en herhaling van het menselijk bestaan verbeeldend. Na afloop ging de voorstelling op straat gewoon verder met de pracht en praal van verklede, lachende en dansende mensen… ga Venetië en La Fenice allemaal bezoeken!

Peter Schlamilch

Foto’s: Michele Crosera

 

 

Meer info: teatrolafenice.it

You May Also Like

Nederlands Philharmonisch heldhaftig in Strauss met Viotti

Hypermoderne complot-opera van Michel van der Aa raakt

Rosanne Philippens en Jeroen Sarphati scharen zich met humor achter de Dolle Mina’s

Briljant Nederlands Kamerkoor in de Fins-Oegrische Koortraditie