Kalhor en Soltani slaan broederlijk een muzikale brug tussen oost en west

Hatem & Suleika. Werken van Wagner, Say, Mendelssohn, Jacobsen, Mahler en Kalhor. Amsterdam Sinfonietta o.l.v. Candida Thompson m.m.v. Kian Soltani (cello), Kayhan Kalhor (kamancheh), Vinsent Planjer (percussie). Gehoord: 20 mei 2026, Muziekgebouw Amsterdam.

Door Wenneke Savenije

 

Altijd in beweging

‘Gedaanten in nieuwe vormen veranderd verwoord ik geestdriftig tot lijvige bundels.’ Zo opent Publius Ovidius Naso (43v. Chr. – 17 n. Chr.) zijn Metamorfosen, het omvangrijke gedicht uit de Romeinse Oudheid, waarin gedaanteverwisselingen de leidraad vormen. Goden, helden en stervelingen nemen telkens nieuwe vormen aan: mensen verstenen, nimfen veranderen in bomen, goden verschijnen als dieren, en alles is bezield…

 

 

Met deze tekst begon de tentoonstelling Metamorfosen, die afgelopen zondag voor het laatst te bezichtigen was in het Rijksmuseum in Amsterdam. Een fascinerende tentoonstelling, die duidelijk maakte dat ‘alles voortdurend verandert, maar niets ooit verdwijnt’. In de beeldende kunst verstenen de geportretteerden als het ware in hun metamorfoseproces, dat vaak in gang wordt gezet door gevoelens van lust, jaloezie, list, bedrog en geweld, waarbij de liefde de hoofdrol speelt. In misschien wel het mooiste beeld over deze materie, Bernini’s ragfijn uit marmer gehakte Apollo en Daphne, is de door de verliefde god Apollo belaagde nimf Daphne, die probeert te ontkomen door een boom te worden, al half in een laurierboom veranderd. Op het voetstuk van het beeld citeerde Berninini Ovidius: ‘Haar tere lijf wordt overdekt door dunne schors; Haar haren groeien uit tot lover, haar armen tot takken; Haar voet die zopas nog zo snel was, zit vast in stugge wortels.’ De Daphne van Bernini zal nooit meer weg kunnen vluchten, ze is ‘gevangen’ in marmer tijdens haar gedaanteverwisseling, voor altijd bevroren in een momentopname.

 

 

Muziek als metamorfose

Wat heeft dit alles met het inspirerende concert door topcellist Kian Soltani op cello, de virtuoze kamanchehspeler Kayhan Kalhor, slagvaardige percussionist Vinsent Planjer en het fijnzinnig musicerende Amsterdam Sinfonietta te maken, zult u zich afvragen? Omdat ik beide ‘evenementen’ kort na elkaar bezocht, realiseerde ik me dat muziek eigenlijk van nature en als enige kunstvorm aan voortdurende metamorfoses onderhevig is. Geen enkele uitvoering van een compositie klinkt immers ooit exact hetzelfde, zelfs niet als het werk door een en dezelfde musicus wordt (her)uitgevoerd. Muziek is altijd in beweging, de schematische blauwdruk van een partituur laat volop ruimte voor de stemmingen en verbeeldingskracht van musici, muziek beweegt zich vrijelijk door de tijd, laat zich niet vangen en symboliseert daarmee het eindeloos in beweging zijnde principe van de metamorfose. Muziek is metamorfose, zeker als die muziek gemaakt wordt door vrije geesten als Kalhor en Soltani, die beiden geworteld zijn in Iran. De in in Teheran geboren Kalhor (1963) behoort tot de beroemdste Iraans-Koerdische musici van zijn land en woont na de nodige omzwervingen – o.a. Italië, Canada en de VS – weer in Teheran. Soltani (1992) werd geboren in het Oostenrijkse Bregenz als zoon van twee Iraanse musici, die in Wenen studeerden toen de hel in Perziëlosbrak. Wenen is zijn muzikale centrum, maar behalve het klassieke repertoire speelt hij ook regelmatig Iraanse muziek met zijn fluitspelende vader en ooms. Kalhor combineert al jaren Perzische muziek met jazz, klassiek en werteldmuziek en is daarnaast een groot improvisator. Soltani componeerde o.a. Persian Fire Dance, een intens stuk voor cello solo dat hij vaak als toegift speelt.

 

 

Bruggen bouwen

‘In cultuur bouwen we bruggen, geen muren’, zei cellist Yo-Yo Ma toen hij in 1998 met zijn The Silk Road Project begon, waarmee hij via muziek de culturen langs de historische zijderoute met elkaar wilde verbinden: ‘Het Silk Road Ensemble ging vanaf het begin over vertrek en ontdekking, nieuwe ontmoetingen en thuiskomsten.’ Met de idealistsiche bedoeling muziek, mensen en cultuur van binnenuit te kunnen begrijpen, bracht hij musici samen uit o.a. Iran, China, India, Syrië, Europa en de VS, waarbij Kalhor een van de kernleden van het project werd. Dat heeft helaas bepaald niet tot wereldvrede geleid, maar wel tot het vruchtbare concept van de muzikale uitwisseling tussen oost en west.

 

 

Soltani, die werd ontdekt toen hij auditie deed voor het Wet-Eastern Divan Orchester van Daniel Barenboim, was nooit betrokken bij The Silk Road Project, maar zit wel een beetje op dezelfde lijn. Ook hij is nieuwsgierig naar andere culturen, wil de klassieke cello graag combineren met andere tradities, probeert soms de Iraanse en Westerse muziek tmet elkaar te verbinden, staat open voor interculturele samenwerking en is in zijn lyrische maar altijd open benadering van de muziek uitgesproken warm, menselijk en sociaal. Je zou de combinatie Kalhor en Soltani kunnen zien als een deels jongere versie van wat Yo-yo Ma met Silk Road deed: oost en west verbinden vanuit echte muzikale diepgang en wars van cliché’s. Amsterdam Sinfonietta wist beide musici in 2020 te strikken voor het project Road to Iran, ze speelden datzelfde jaar met het Rembrandt Frerichs Trio op de Cello Biënnale in het Bimhuis en nu deden ze een Hatem & Sulaika-tour met Amsterdam Sinfonietta. Soltani: ‘Kalhor is een van de grootste Iraanse musici ter wereld. Ik ben heel blij dat we weer samen spelen.’ Kalhor: ‘Ik verbind me alleen aan samenwerkingen als die langdurig kunnen zijn.’  Samen ambieren ze een vruchtbare ‘East-West exploration.’

 

 

Mystieke uitstraling

Die samenwerking werd door Amsterdam Sinfonietta liefdevol omarmd met twee meesterwerken uit de Westerse muziekgeschiedenis, die bij uitstek over de liefde gaan: de Prelude uit Wagners Tristan und Isolde (arr. Adrian Williams) en het Adagietto uit Mahlers Symfonie nr. 5 in cis (1901-1902), tussen droom en werkelijkheid zwevende orkestwerken over de allerintiemste gevoelens en verlangens, waarvan Amsterdam Sinfonietta soms fluisterzacht en in extreem langzame tempi fraaie uitvoeringen gaf, al miste ik daarbij af en toe toch de subtiele kleurenpracht van de originele orkestversies. Daarna soleerde Soltani als altijd intens en subliem in Sahmeran voor solo cello, solo percussie, strijkers & harp (2020, arr. Hugo Bouma) van de Turkse pianist, activisten componist Fazil Say, die meerdere werken voor cello en orkest op zijn naam heeft staan. Het stuk is geschreven voor Nicolas Altlstaedt, maar de muziek sluit goed aan bij Soltani en de sfeer rondom Kalhor. Sahmeran his een soort spirituele minimal music over een wezen uit de Koerdische mythologie, half vrouw half slang. De verhalende symboliek van dhet concert heeft een mystieke uitstraling.  Bijna filmisch passeren woestijnnachten, oude legendes, slangachhtige bewegingen, ritueel vuur en intense emoties de revue. In Says muziek zijn veel Turkse en Perzische melodieën verweven, waarbij het exotische, virtuoos bespeelde slagwerk dialogen voert met cello en orkest en hectische passages afwisselen met een Tarkovsky-achtige traagheid en verstilling. Het is fascinerende muziek, waarin Soltani – niet voor niets een groot liefhebber van films- zich als een vis in het water thuis voelde. Hij kan betoverend en vol fantasie zingen en ‘spreken’ op zijn Stradivarius-cello, met een rijk palet aan verfijnde klanken en kleuren, die hij organisch laat opbloeien.

 

 

In Mendelssohns Suleika, gebaseerd op de West-östlicher Divan – gedichten van Goethe waarin Suleika en Hatem een belangrijke rol spelen, wisten Soltani en Amsterdam Sinfonietta de Duitse romantiek vloeiend te verbinden met de Perzische gevoelskleuren van de poëzie van Hafez, die leefde in de 14e eeuw.

 

 

Innerlijk vuur

In het mysterieuze Atashgah voor cello, Kamancheh & strijkers (1978) van Collin Jacobsen voegde Kalhor zich bij Soltani, om het publiek mee te voeren naar de ‘atashgah’, de oude vuurtempel bij Isfahan, een heilige plek voor de Zoroastische religie die in de derde tot de zesde eeuw na Christus door velen werd aangehangen. ‘Betoverend, hypnotiserend en toch voortdurend in beweging, alsof je naar een vuur in een open haard kijkt. ‘Zo omschrijft Jacobsen het spel van Kalhor, dat volgens hem voortkomt uit een diep innerlijk creatief vuur. Voeg daarbij Soltani, die uit hetzelfde hout gesneden is, en er onstaat ter plekke magie, waarbij de strijkers van Amsterdam Sinfonietta geraffineerd tegenspel boden aan de fonkelende dialogen van de solisten. Kalhor zelf componeerde rond 2000 -2001 het daaropvolgende Blue as the Turqoise Night of Neyshabur voor het Silk Road Project, een nachtelijk, meditatief en melacholiek werk waarin Perzische muziek verbonden wordt met improvisatie en een Westerse orkestklank.

 

 

 

In dit kosmische stuk, waarmee het prachtig opgebouwde programma eindigde, bereikten alle uitvoerenden samen een ontspannen muzikale synthese tussen oost en west, al hoorde ik een mijnheer naast mij mompelen dat hij het nu wel gehad had met ‘die Soefimuziek.’  Wat mijzelf betreft hadden Soltani, Kalhor en Amsterdam Sinfonietta integer en soms extatisch geprobeerd om in de muziek een van de bekende dichtregels van Hafez tot uitdrukking te brengen: ‘Liefde is de weg om God te vinden.’

Wenneke Savenije

 

 

 

Info:

https://www.sinfonietta.nl

 

 

Video Atashgah met Amsterdam Sinfonietta, Kalhor & Soltani:

https://youtu.be/bSajxS2NfHA?si=X0IRcsF0LIoyMi4Z

You May Also Like

Kleurrijk concert 60 jaar De Doelen dankzij Thomas van Dun

Hadelich en Stutzmann voelen elkaar uitstekend aan

Wantenaar in de weer met Darwin en Einstein

Wereldklasse in de Tindalvilla in Bussum