Pianiste Giorgini excelleert vooral in poëtische en sfeervolle muziek

Werken van: Schubert (2 scherzi D 593), Liszt (6 Consolations, Valse-Caprice S 214 nr 3 op twee thema’s van Donzetti), Boulanger (Trois morceaux pour piano), Ravel (Valses nobles et sentimentales), Enescu (Pavane uit suite nr 2 opus 10) en Debussy (Danse, l’Isle joyeuse). Gehoord: Muziekgebouw aan het IJ, 4 april 2026

Door Willem Boone

 

Schubert en Liszt

Pianiste Saskia Giorgini leek met haar recital een sfeer te willen neerzetten, ‘karakterstukken’ volgens de toelichting,’ romantische muziek waar het gaat om sfeer, kleur, een beeld en de emotie die ze bij de luisteraar oproept.’ Daar kan je veel kanten mee op, maar de pianiste had kennelijk een voorkeur voor de meer meditatieve, ingetogen stukken. Daarbij laaiden de heftige emoties tijdens deze avond minder vaak op. De avond begon uiterst rustig met Twee scherzi D 593 van Schubert. Onbekende, bijna argeloze muziek, waarin de stijl van deze componist onmiskenbaar naar voren kwam. Wat overigens opviel, was dat Schubert ook binnen zo’n kort bestek nogal eens in herhaling vervalt. Giorgini liet direct horen wat haar sterke kanten zijn: de rust in haar spel met ‘ongehaaste’ tempi en haar verzorgde toucher. Dat werd nooit groezelig en ze verhulde geen enkel detail met het rechterpedaal. De 6 Consolations van Liszt sloten daar goed bij aan: hier gaat het eveneens om meditatieve, poëtische stukken. Ze kwam opnieuw met natuurlijk spel, waarbij ze de muziek voor zich liet spreken. Uit haar lezingen kwam noblesse naar voren. De stukken worden bijna nooit alle zes gespeeld, sommigen ervan, zoals de eerste, zijn kort. Als je ze achter elkaar hoort, valt op dat ze enigszins op elkaar lijken. Het bekendste uit de cyclus is nr 3 en daar wist Giorgini een zwevende beweging te realiseren. Ze is een pianiste die heel goed weet wat ze doet. Het was een weloverwogen keuze dat ze het deel voor de pauze besloot met een virtuozere compositie: de Valse-caprice S 214 nr. 3 op twee thema’s van Donizetti. Ondertussen was je als luisteraar toch wel benieuwd geworden hoe ze het meer virtuoze repertoire van Liszt aan zou pakken. Diabolisch werd haar aanpak niet en dat ligt waarschijnlijk ook niet in haar karakter. Haar spel bleef gedistingeerd en behield verfijning. De loopjes deden door hun helderheid aan kristal denken.

 

 

Onbekend repertoire

Het aardige van dit recital was dat het grotendeels uit onbekende stukken (zij het soms van bekende componisten) bevatte. Zo ook na de pauze met Trois morceaux pour piano van Lili Boulanger. Deze hoor je zelden, hoewel onlangs een paar oud-studenten van Willem Brons ze tijdens concerten in de Waalse Kerk uitvoerden. In D’un vieux jardin was haar spel sfeervol en klonk het minder zoetgevooisd als tijdens de meeste stukken voor de pauze. Boulanger gebruikte in D’un jardin clair het hele klavier, daar waar haar muziek in dit stuk atypisch klonk, was deze in Cortègeheel Frans van karakter.

In de Valses nobles et sentimentales van Ravel was het spel van Giorgini helder. Ze deed alle recht aan het subtiele, soms wat koele idioom van deze componist. Wat misschien ontbrak was een vleugje sensualiteit, wat deze muziek ook in zich heeft. Bewonderenswaardig waren wederom de aandacht voor ieder detail en de manier waarop ze als het ware de klank ciseleerde. Onbekend was ook de Pavane uit de Suite nr. 2 opus 10 in d van Enescu. Een statig stuk dat qua karakter mooi paste bij de walsen van Ravel. Aan het eind klonken er flarden die aan zijn Jeux d’eau herinnerden. Uit dit recitalprogramma bleek dat Giorgini de diverse stukken goed bij elkaar gezocht had.

 

 

Debussy

Ze sloot af met twee stukken van Debussy, waarvan Danse (Tarantelle styrienne) een van zijn vroegste composities is. Ze speelde dit licht en aanstekelijk om af te sluiten met een bekender werk, diens l’Isle joyeuse. Dit stuk getuigt niet alleen van Debussy’s bewondering voor een schilderij van Watteau, maar ook van de passie voor zijn vrouw Emma Bardac. Je zou er een muzikaal ‘verslag’ in kunnen zien van een kort reisje dat hij met haar maakte naar Guernsey (vandaar de afwijkende spelling van het Franse woord ‘île’!). Hoe dan ook, het gaat om een uiterst sensuele en gepassioneerde compositie. De klank van de pianiste was wolliger dan in de muziek van Ravel. Ook hier was haar spel uitstekend, maar het werd niet de ‘heidense orgie’ die pianist Claudio Arrau in l’Isle joyeuse zag.

 

 

Giorgini kwam met een aardige toegift: Les chemins de l’amour van Poulenc. Een originele keuze, al had ze van mij het schalkse van deze muziek wat meer mogen benadrukken. Het paste echter heel goed in het door haar zo zorgvuldig bedachte programma!

Willem Boone

 

 

Info:

www.muziekgebouw.nl

Tags

You May Also Like

Gouden duo Kian Soltani en Jae Hong Park besluiten tournee in Concertgebouw

Sterrencast met Netrebko redt Verdi’s Ballo in maschera in Berlijn

Minimal Music Festival opent met Moore en Vukosavljević

Muzikaal magistrale Elektra in Düsseldorf