Ragged Music Festival wil klassieke muziek bevrijden uit traditionele formats

Ragged Music Festival 2026. Kamermuziek volgens Pavel Kolenikov en Samson Tsoy, m.m.v. Gidon Kremer, Madara Pëtersone, Alban Gerhardt, Alina Ibragimova, Elisabeth Lejonskaja, Anna Teresa de Keersmaeker e.a. Gehoord: 21-22 maart, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam

Door Wenneke Savenije Willem Boone & Suus Blanke

 

Alternatief en poëtisch

Ze staan erom bekend dat ze de klassieke muziek uit haar vermeende elitaire kluisters willen bevrijden. De pianisten Pavel Kolesnikov en Samson Tsjoy – die beiden aan het Royal College of Music studeerden, in Londen wonen en in het dagelijkse leven een stel vormen – kiezen voor programma’s en settings waarin ze kunnen ontsnappen aan de conventies van de traditionele concertzaal. Om die reden werken ze interdisciplinair samen met beeldend kunstenaars, architecten, ontwerpers en choreografen, waaronder David Hockney, Anna Teresa de Keersmaeker en Richard Serra. Ze organiseerden hun eerste Ragged Music Festival in 2019 in het Ragged School Museum in Londen, dat vanwege een renovatie tijdelijk leeg stond en gesloten was voor publiek. Het gebouw verkeerde in ruwe staat en er was op dat moment geen museale inrichting. Juist dat idee van een grote kale ruimte waarin het licht vrij spel had, ‘tussen twee werelden’ in wachtend op zijn bestemming, sprak Kolesnikov en Tsjoy enorm aan. De vrije ruimte bood bijzondere mogelijkheden om muziek anders te presenteren, waarbij het publiek zich losjes door de ruimte kon bewegen en de ruimte als het ware zelf een onderdeel van de muziek werd. Sindsdien treden Kolesnikov en Tsoy bij voorkeur op in musea, galerijen en alternatieve ruimtes, zoals het Loading dock in het Muziekgebouw. Bewust creeerden ze een kunstzinnige en ‘vernieuwende’ sfeer om zich heen van intimiteit, poëzie, filosofie en verrassende concepten, waatbij ze graag koketteren met quotes van o.a. Augustinus, Shakespeare, Goethe, Proust, Keats, Robert Frost en Elie Wiesel, en zich bij voorkeur presenteren in kleurrijke, wijdvallende kleding, die speciaal voor hen ontworpen is. Zo werden ze een hype in artistieke kringen, waarin men doorgaans gretig hunkert naar modieuze, avontuurlijke, vernieuwende en grensoverschrijdende ervaringen.

 

 

 

The Rite of….

Ditmaal was de rode draad in het Ragged Music Festival ‘The Rite of…’, oftewel het ritueel van achtereenvolgens Spring, Memory, Freedom, Joy en Time, grote thema’s van het leven die Kolesnikov en Tsoy hadden uitgewerkt in vijf concerten, die ze persoonlijk met enigszins vage teksten, associatief doorspekt met poëtische en literaire citaten, op quasifilosofische toon toelichtten met ‘flarden context’ in het programmaboekje. Die teksten kwamen op mij tegelijkertijd nogal pretentieus en kinderlijk over, niet in de laatste plaats omdat ik geloof dat muziek heus wel voor zichzelf kan spreken. Dat was overigens ook de achterliggende gedachte van Kolesnikov en Tsjoy, die o.a. pleiten voor het overstijgen van hierarchieën en per definitie beperkte woorden en redenaties, met mysterie, verwondering en magie: ‘Wat er echt toe doet, ligt besloten in de muziek.’  Laat maar horen, denk ik dan als nuchtere Hollandse, die slecht tegen vage teksten kan die diepzinnigheid pretenderen zonder echt diepzinnig te zijn. Intussen hadden Kolesnikov en Tsjoy nog iets anders bedacht om hun minifestival tot een succes te maken: door oude musici met een groots verleden uit te nodigen, probeerden zij de kloof te dichten tussen vroeger en nu, oud en jong (en hoopten ze wellicht ook op extra veel publiek). Daartoe hadden ze de 79-jarige Gidon Kremer uitgenodigd (Riga, 1947), ooit bejubeld als een van de meest vernieuwende vioolvituozen van rond de eeuwwisseling, en de 80-jarige Grand Old Lady van de piano Elisabeth Leonskaja (Tbilisi, 1945) uit Wenen. Met amicale schouderklopjes maakten de heren niet alleen duidelijk dat zij hen hoog hadden zitten, maar ook dat zij zichzelf heimelijk wel ongeveer van gelijk artistiek niveau achten.

 

 

Spring  

Met de zwierig vertolkte Frühlungsstimmen op. 410 van Johann Strauss II  beten Kolesnikov (bassen) en Tsoy (discant) het spits af, waarbij ze vooral indruk maakten met  hun op intuïtie en wederzijdse empathie gebaseerde naadloze samenspel. Ze ademen en bewegen als één lichaam, zodat ze als rietstengels in de wind vrij konden meevieren op de sensuele walsritmes van Strauss.  Daarna betrad Elisabeth Lejonskaja het podium om als een koningin naast beide heren zitting te nemen op slechts één pianokruk, waarbij zij de hoogste stemmmen, Tsoy de middenstemmen en Kolesnikov de bassen voor rekening nam. Met plezier en vakmanschap speelden ze de weemoedige Romance in A van Rachmaninoff voor piano zeshandig, waarbij de ‘oude’ Lejonskaja in geen enkel opzicht onderdeed voor haar jongere medespelers. Er volgden een Pletnev-arrangement van Prokofievs Spring uit Cindarella voor twee piano’s, de Spring Waltz van Sjostakovitsj, Hommage aan Stravinsky, Prokofiev en Sjostakovitsj voor piano zeshandig van Schnittke, muziek die het naar het enigszins zijige neigende pianoduo van nature behoedt tegen gemaniereerdheid en sentimentaliteit. Maar het hoogtepunt voor de pauze was voor mij de prachtige vertoking van Beethovens Pianosonate nr. 30 in E op. 109 door de nog altijd prachtig spelende Lejonskaja, die zonder ruis of vertoon van ego musiceerde vanuit haar hart.  Na de pauze leverden Kolesnikov en Tsoy een mega knappe pianistieke prestatie met hun geanimeerde lezing van Stravinsky’s Le sacre du printemps voor vier handen, waarbij ze zich lieten meesleuren door de ritmische oerkrachten van deze muziek. In L’adoration de la terre, lieten ze primitieve stammen in extase de lente verwelkomen met rituele dansen ter voorbereiding op het gruwelijke offer van Le sacrifice, waarin een meisje moet blijven dansen tot ze dood neervalt als offer aan de aarde, waarop de lente kan terugkeren. Het heidense verhaal stimuleerde de expressiviteit van beide heren en het was, ook in andere werken, ontwapenend om te zien hoe vertrouwd en behendig de pianisten handen kruisten en armen over elkaar heensloegen in exact dezelde cadans.

 

 

Memory

En toen betrad de ooit zo beroemde en gevierde Gidon Kremer het podium, om enigszins wankel op de benen maar wel vol vuur het werk te spelen dat Arvo Pärt in 1980 speciaal voor hem geschreven heeft: Fratres voor viool en piano, een bloedstollend mooi stuk, waarmee de violist nog altijd hoor- en voelbaar vergroeid is. Kremer werd er als het ware door gespeeld, terwijl Kolesnikov hem sfeervol begeleidde. Daarna nam Tsoy de vleugel over om met Kremer en cellist Alban Gerhardt het door Pärt bewerkte Mozart-Adagio voor pianotrio te spelen. Was het echt helemaal Mozart geweest, dan was het pijnlijk geworden. Want Kremer, die toch al nooit zo sterk was in een mooie toonvorming en zangerige lijnen, bleek niet meer goed in staat de melodieën van Mozart gaaf en vefijnd te spelen. Nu viel dat wat minder op, omdat Pärt die melodielijnen met opzet steeds verstoort in dit wonderlijke stuk, waarin scherven uit het verleden vermengd worden met brokstukjes uit het heden. Tsoy en Gerhardt stelden zich dienstbaar op om Kremer alle ruimte te geven, zodat het allemaal nog net acceptabel klonk.

 

 

De toon van Gerhardt bloeide, aanvankelijk nog een beetje onvrij, gaandeweg open in de Sonate voor cello en piano in g op. 65 van Chopin, waarin Kolesnikov hem ietwat geaffecteerd begeleidde. Maar Gerhardt koos voor eerlijk, spontaan en zonder poespas musiceren, waardoor hij steeds meer de overhand kreeg en zijn cellotoon na verloop van tijd begon te stralen. Na de pauze kwam Kremer weer het podium oplopen met de lieftallige violiste Madara Petersone als ‘partner in crime’, om samen de enervernede Sonate voor twee violen op. 69 van Weinberg te spelen, wat op zichelf al de moeite waard was omdat je dit stuk zelden of nooit ergens hoort. Daarna volgde wat een van de hoogtepunten van de avond had moeten worden: de altijd weer diep ontroerende Fantasie in f D940 op. Posth. 103 voor vier handen van Schubert, maar het werd helaas een dieptepunt. Schubert is te fijngevoelig en kwetsbaar om te kunnen gedijen bij geposeerdheid, gemaniereerdheid, egovertoon en ‘expressiviteit omwille van de expressiviteit’, bijvoorbeeld door overdreven rubatospel, kitsjerige kleurschakeringen en op de spits gedreven contrasten. Kolesnikov en Tsjoy wilden er zoiets moois en poëtisch van maken, dat het stuk ontwricht raakte, uit elkaar werd getrokken en daarmee zijn puurheid en onschuld verloor. Hier klonk geen integere Schubert, maar hooguit een sentimentele en stijlloze echo van Schubert (WS).

 

 

Loading dock

Na het overvolle avondconcert werden een gedeelte van de concertgangers begeleid naar het Loading dock, oftewel een gedeelte van de parkeergarage van het Muziekgebouw voor het concert Rite of Freedom. Het publiek kon rond de twee vleugels plaatsnemen op lekker zittende klapstoeltjes, maar moest wel tijdens het concert tegen bijgeluiden kunnen als langsrijdende treinen, stromend water en pratende mensen. Het geheel gaf je het gevoel dat je naar pianisten zat te luisteren in de hal van een ondergronds metrostation. Kennelijk gaf deze ambiance de twee pianisten een gevoel van bevrijding van de concertzaal en hadden ze de keuze van hun muziek daarop aangepast. Winnsboro Cotton Mill Bleus (in dit geval) voor twee piano’s van Frederic Rzewski heeft zich nog niet geheel bevrijd van melodie, want deze muziek is gebaseerd op een arbeiderslied uit South Carolina van de jaren 30 van de vorige eeuw. Door de mooie aanslag van Kolesnikov en Tsoy waarbij nooit eens als contrast een schelle klank klonk, rees opeens jazzmuziek op die eerder associaties wekte met de romantiek uit vervlogen tijden dan met een aanklacht. Protest klonk wel door in de Pianosonate 1.X.1905 van Leos Janacek, hier gespeeld door Samson Tsoy. Dat deze in romantische stijl geschreven zou zijn, was niet hoorbaar. De componist leek zich daar eerder van te hebben willen bevrijden. Pavel Kolesnikov wierp zich op de bevrijding van de geest in Vers la flamme van Aleksandr Skrjabin, een werk dat hij geweldig verklankte in een prachtig kleurenpalet dat oprees uit de toetsen. Het werd een opmaat voor de Grosse Fuge van Ludwig van Beethoven, oorspronkelijk voor strijkkwartet, maar hier gespeeld op piano vierhandig. Na Vers la Flamme, werden de thema’s van de Fuga in de industriële ruimte van het Loading dock bevrijd uit hun ontstaanstijd tot een wonderlijk modern spel, dat de twee pianisten wellicht een beetje te lichtvoetig aanpakten (SB).

 

 

Minimal music op zondag

Het aardige van de twee concerten die ik een dag later tijdens het Ragged Festival bijwoonde was dat ze op een muzikale grabbelton leken, maar ondertussen beide een overkoepelend thema hadden. Daar viel weliswaar niet alles, maar wel veel onder te rangschikken. Het eerste concert had als thema The rite of Joy. Daar viel Mad Rush van Philip Glass wat mij betreft niet direct onder, of het zou – volgens de toelichting – ‘the joy in repetition’ moeten zijn. Die was, zoals zo vaak bij deze componist, in ruime mate aanwezig. Ik hoorde vooral ‘an extremely limited language’ zoals ook in de beschrijving stond vermeld. Zodanig dat vijf minuten wat mij betreft eigenlijk al genoeg waren, al waren er ook aanwezigen in het publiek op wie deze minimal music een rustgevende uitwerking had. De mevrouw naast mij ging bijvoorbeeld in een yogapose zitten met gesloten ogen en beide armen half opgeheven. Het werd gespeeld in een bewerking van Anthony Fiumara voor percussie. De percussionisten werden vreemd genoeg niet met naam genoemd in het programmaboekje, maar ze speelden deze muziek heel vaardig, waarbij ze al musicerend van plek en instrument wisselden.

 

 

Mozart

De volgende compositie, Mozarts Sonate in d voor twee piano’s KV 448 was met recht een voorbeeld van ‘joy’. Bij mij deed zich het omgekeerde als bij de muziek van Glass voor: deze sonate kan ik niet vaak genoeg horen. Het is een geniaal ‘showpiece’, dat Mozart op zijn meest levensblij en briljant toont. Het is jammer dat hij slechts één sonate voor twee piano’s schreef, want hij wist als geen ander de instrumenten met elkaar te laten ‘duelleren’. Er is ooit een onderzoek gedaan, waaruit bleek dat luisteren naar deze compositie zou zorgen voor een hogere IQ-score. Mij is niet bekend of dat slechts voor dit opus of voor Mozarts muziek in het algemeen geldt. (Hopelijk klopt dit verhaal, dan koester ik voor mezelf nog enige hoop na vele honderden beluisteringen!). De pianisten Pavel Kolesnikov en Samson Tsoy speelden het eerste deel, Allegro con spirito, met groot gemak. Ze deden echter naar mijn smaak niet helemaal recht aan het feestelijke karakter ervan. Hun tempo lag hoog en ze hadden wel wat dieper in de toetsen mogen grijpen. Wat ik hoorde was de sfeer van vroege rococomuziek, terwijl het hier om een rijp stuk uit Mozarts oeuvre gaat. Verder was het jammer dat ze geen herhalingen speelden. Het tweede deel, andante, klonk in een gangbaar tempo en hier was goed hoorbaar dat dit duo op elkaar ingespeeld is. Helaas speelden ze ook hier geen herhaling, wat jammer was, want het was een genot om naar deze rustgevende muziek te luisteren. Het laatste deel, molto allegro, klonk net als het eerste deel iets te lichtvoetig. Hun interpretatie was echter eensgezind, wat bleek uit de identieke manier waarop ze loopjes speelden. Aan het eind was hun spel overigens steviger.

 

 

Klappende musici en Ravel

Een aardige onderbreking vormde de Clapping music van Steve Reich, die louter uit twee klappende musici bestaat. Ditmaal kregen ze versterking van twee dansers: Yuika Hashimoto en Laura Maria Poletti. Hun dans was al net zo ingenieus van karakter als de ‘muziek’ van de twee klappers.

Volgens de programmatoelichting bevatte het Thema en variaties voor viool en piano van Messiaen ‘extase’, ‘exotiek’, ‘erotiek’, ‘licht’, ‘mystiek’ en ‘vreugde’. Dat laatste was niet hoorbaar, extatisch was de muziek zeker, vooral in de laatste variatie. Violiste Alina Ibragimova zette het thema op liefdevolle wijze in en pianist Samson Tsoy beantwoordde op genuanceerde wijze. Hoewel deze compositie kort is, doorloopt Messiaen een groot scala aan gevoelens.

Als laatste werk klonk de Rapsodie espagnole van Ravel in een bewerking van Peter Sadlo voor twee piano’s en percussie (Hij nam deze versie voor DG op met de pianisten Martha Argerich en Nelson Freire). Een geslaagde bewerking, die een dimensie aan de mooi subtiel spelende pianisten toevoegde. In de Prélude à la nuit was de grote trom spannend, naast de steeds dalende loopjes op een van de vleugels. Het instrumentatrium van de beide percussionisten was uitgebreid, vergelijkbaar met dat voor de Sonate voor twee piano’s en slagwerk van Bartok. Vooral het laatste deel, Feria, was opzwepend met goed samenspel van beide pianisten.

 

 

The Rite of time

Het middagconcert deed een groot beroep op de concentratie van het publiek. Van tevoren werd aangekondigd dat de eerste vier stukken zonder onderbreking gespeeld werden. Allereerst van Schnittke. Geen makkelijke kost, maar de tikkende metronomen hadden iets onverbiddelijks en verbeeldden op passende wijze het wegtikken van de tijd. Wat de rol van het tweede deel uit Schuberts Tweede pianotrio in dit verband was, werd niet goed duidelijk. De toelichting hield het op ‘het niet kunnen ontsnappen aan het noodlot’ en ‘het verstrijken van de tijd.’ Het werd op discrete wijze door Kolesnikov, Ibragimova en cellist Alban Gerhardt gespeeld. Daarna werden de slagwerkinstrumenten weggehaald en het grote scherm neergelaten. Het werd geheel donker en er klonk monotone muziek van Morton Feldman, Madame Press Died Last Week at Ninety. Ten slotte werd voor de pauze Piano Phase van Steve Reich gespeeld voor twee piano’s en twee dansers. De muziek was uitermate eentonig van karakter en ging veel te lang door. Het was een duidelijk voorbeeld van minimal music waarbij het idee van een melodie geheel losgelaten is. Wat klinkt, zijn slechts ritmische klankblokken die je als luisteraar bijna in een soort – niet al te aangename- trance brengen. De pianisten voerden dit op monotone wijze uit, zonder veel nuance in hun toucher. De dans zag er daarentegen heel gestileerd uit. De twee dansers voerden hun bewegingen spatgelijk uit, die deden denken aan de wijzers van een klok. Door middel van geluiden gaven ze elkaar codes voor de te volgen passen.

 

 

Quatuor pour la fin du temps

Na dit inspannende eerste deel was er even een pauze nodig, waarna een klassieker klonk: Messiaens Quatuor pour la fin du temps. Er waren een paar bijzondere momenten: vooral het derde gedeelte, Abîme des oiseaux, waarbij klarinettist Nicolas Baldeyrou alleen speelde. Hij kwam tot intens spel, waarbij vooral zijn fluisterzachte tonen indruk maakten. Deze waren soms nauwelijks hoorbaar. Imposant was ook de Louange à l’Éternité de Jésus voor cello en piano, waarbij cellist Alban Gerhardt lange lijnen trok met een intens vibrato en een soms wat bibberige toon. In het laatste deel, Louange à l’immortalité de Jésusschuurde de toon van Ibragimova soms. Haar intonatie was niet altijd feilloos, maar droeg wel bij aan de intensiteit van haar spel (WB).

 

 

Video-installatie

Tijdens het gehele Festival konden bezoekers boven in het Muziekgebouw in de kleine zaal een video-installatie bekijken. Vanaf de eerste verdieping klonken soms de klanken van de Fantasie in F van Franz Schubert vanuit de kleine zaal door, uiteraard gespeeld en opgenomen door Tsoy en Kolesnikov. Op de muur werd een zwart-wit opname getoond van Anne Teresa De Keersmaeker, waarin zij Sola danst in de originele jurk uit de voorstelling Violin Phase (1982) Het inmiddels sterk verouderde lichaam van de danseres was door het camerawerk onverhuld zichtbaar en toonde zelfs meermaals haar ouderwets grote onderbroek onder de jurk die mooi omhoog zwaaide. Ik kreeg de indruk dat de opname vertraagd werd afgespeeld endaarmee leek op één van de bewegende schilderijen (video-installaties) van Andy Warhol, waardoor een meditatief gevoel ontstond. De delen uit de Fantasie van Schubert, de danseres, die alleen stapte, sprong of draaide, en het camerawerk van Ruben Desiere Olivia Rochette vormden een eenheid, die oneindig het gehele weekend doorging en de bezoekers ongestoord naar binnen en naar buiten konden lopen zonder het begin of einde te missen (SB).

 

Info:

https://www.muziekgebouw.nl/en/theme/ragged-music-festival-2026-5q2q

You May Also Like

Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO

Pianiste Alexandra Dovgan is een groot talent, maar speelt soms onevenwichtig

Pianiste Nino Gvetadze verzamelt in Naarden alleen goede musici om zich heen

Wisselend beeld bij Parsifal in Dresden