Ramsey Nasr geeft met Calefax ontwapenend inkijkje in zijn leven en muzieksmaak

Ramsey Nasr in Calefaxland, werken van o.a de Machaut, Puccini, Gombert, Van de Velde en Sjostakovitsj. Ramsey Nasr (voordracht) en Calefax rietensemble, gehoord: Musis Sacrum, Arnhem, 1 april 2026
Door: Willem Boone
Om het even of je Ramsey Nasr als gelauwerd acteur ziet in bijvoorbeeld de prachtige serie Oogappels of op tournee met Calefax rietensemble, wat treft is zijn ontwapenende houding. Dat begint al voor de voorstelling als hij opkomt, muziek aanzet en tegen het publiek zegt: ‘We zijn nog niet begonnen hoor, dus praat lekker door!’ De avond was volgens een origineel concept opgezet: de acteur gaf een behoorlijk openhartig inkijkje in zijn leven en dan vooral over zijn relatie tot muziek. Hij liet horen welke composities een blijvende indruk op hem gemaakt hebben, in smaakvolle bewerkingen gespeeld door Calefax. Daarbij wilde deze muzikale alleseter zoveel laten horen dat dit niet in een avondvullend programma paste. Hij koos dus voor een originele oplossing: ‘De verplichte Ramsey luisterlijst’ (zie onderaan recensie) in de vorm van een gedrukt programma met toelichting en een qr-code. Deze gaf toegang tot de door hem geselecteerde stukken. Een aantal daarvan werd tijdens deze avond uitgevoerd.

Meester Koen
‘Klassieke muziek was stom en voor mietjes. Zo keek ik tegen klassieke muziek aan op mijn vijftiende!’ Aldus luidden de eerste niet mis te verstane woorden van de acteur, gevolgd door: ‘Ik had geen slechte smaak, ik had geen smaak. Ik luisterde non-stop naar Frankie Laine!’ Een jeugdvriendinnetje speelde een bepalende rol in zijn ontwikkeling: ze speelde viool en liet hem het Eerste vioolconcert van Bruch door Isaac Stern horen. ‘Alleen het eerste deel, want de rest was te veel!’ Gezeten op het podium vertelde hij dat ‘dit in mijn studentenkamer met krakende stoel’ was. Zijn opleiding vanaf 1991 aan de Antwerpse toneelschool mocht dan een sfeer van traditie en discipline, om niet te zeggen schoolsheid uitstralen, ‘Ik kreeg daar notie van wat muziek behelsde.’ Muzikale vorming was er essentieel en bestond uit zang, close harmony, noten lezen en niet in de laatste plaats muziekgeschiedenis. Voor dat laatste vak speelde ‘meester Koen’ een onmisbare rol. ‘Hij had een missie: een schier eindeloze stapel cd’s die hij voor een radioprogramma besprak om aan de studenten laten horen.’ De studenten maakten het hem niet makkelijk, want ze kwamen ’s morgens meestal direct uit de kroeg gerold (‘De cafés daar hadden geen sluitingstijd’). Het enige wat van hen verwacht werd, was echter dat ze aanwezig waren en luisterden. Zo kwam de kennismaking met meerstemmige muziek tot stand: ‘polyfonie werd mijn redding.’ Een voorbeeld hiervan was de Messe Nostre Dame (Kyrie Eleison) van Guillaume de Machaut uit 1363, de eerste mis waarvan we de naam kennen. Het was ‘buitenaardse muziek die leek op niets wat ik kende. Ik voelde dat er een nieuwe kamer geopend werd vol archaïsche melodieën.’ Het werd door drie spelers van Calefax op 2 saxofoons en fagot uitgevoerd en klonk sonoor en diep. Hun spel straalde rust uit. Daarna wees Nasr op een essentieel punt bij beluistering van muziek: ‘Ik kan niet omschrijven wat ik hoor. Er zijn geen woorden in de taal voor. Het is abstract, bewegende lucht, terwijl je wel uitgebreid kunt verwoorden wat je ziet of proeft.’

Turandot
Het aardige van de avond was dat hij het talrijke publiek aan de hand meenam door zijn leven. Zo vertelde hij over een studentenbaantje als figurant bij de opera: ‘zwijgend, maar uiterst belangwekkend.’ Een voorbeeld daarvan was Turandot van Puccini, waarvoor het nodig was dat hij naakt opkwam. De finale ervan wordt bijna nooit uitgevoerd: Puccini heeft deze niet kunnen voltooien en Franco Affani heeft het gecompleteerd. Het slot is bepaald overdonderend uitgevallen met koor en orkest, waarboven nog twee stemmen uitkomen. Het klonk behoorlijk ‘over the top’ met de geluidsopname op de achtergrond en de wild gebarende Nasr. Calefax speelde de muziek op treffende wijze met vijf spelers. Een van hen bespeelde de tenora, een snerpend instrument.

Ramsey Nasr: ‘Ik word hier altijd enorm vrolijk van. Ik houd van die luide, snerpende instrumenten, zoals de doedelzak. Ik snap echt niet hoe mensen de middeleeuwen saai kunnen vinden, en dit is een van de redenen waarom. Ik vind het een van de meest bizarre en opwindende muziekperiodes in de geschiedenis. Als je zin hebt om te dansen en al je vrienden te irriteren, zet dan deze muziek op uit de 14e eeuw.’

12.000 cd’s
Een andere ontdekking voor de nog jonge acteur was een 40-stemmig motet van Thomas Tallis, maar dit liet hij niet horen en het maakte deel uit van het ‘huiswerk’ voor het publiek. Hij vertelde over de eerste cd die hij kocht, met muziek van Nicolas Gombert: Music from the Court of Charles V. ‘Wie kende dat nou, maar het was ‘next level’, een duizelingwekkend voorbeeld van meerstemmigheid voor 8 tot 12 stemmen.’ Hij merkte dat hij gefascineerd werd door de koffer van meester Koen en een beslissend moment was toen deze zei: ‘Neem er maar een paar mee, als ik ze maar weer terugkrijg.’ Het aanbod was eindeloos: muziek van Ysaye, Ligeti of de Fin Jonas Kokkonen, die Nasr fanatiek op – toen nog – cassettebandjes opnam. ‘Ik raakte verslaafd aan muziek en het werd mijn ondergang’, want zijn verzameling groeide uit tot inmiddels 12.000 cd’s. Hilarisch was zijn verhaal over een ex-vriendin die bij een cd-maatschappij werkte. Zij vroeg of hij belangstelling voor een partij cd’s had, die zo’n 34 verhuisdozen bleek te vullen.

Wannes van der Velde
Weer een andere invloed was de Vlaamse folkzanger Wannes van der Velde, een icoon die in een warm, smeuïg Antwerps dialect zong. Hij was een begenadigd gitarist die zijn eigen gang ging. ‘Van hem leerde ik dat je onmogelijk tradities kan behouden zonder ze van frisse lucht te voorzien.’ Nasr zong van hem ‘Café met rooi’ gordijnen’, waarbij het mooie spel van de hobo en het idiomatische spel op het accordeon opvielen.

Sjostakovitsj
Een hele belangrijke invloed vormde de Russische componist Sjostakovitsj: ‘Hij was er ineens. Eigenlijk was ik verliefd, want hij was hoe ik hoopte te worden, zonder het drama althans. Bij hem waren er tegenstellingen tussen hevigheid en verstilling, het verhevene en het platvloerse, de persoon en de kunstenaar. Hij belichaamde meerstemmigheid in één mens. Hij werd mijn leermeester en ik leerde zijn uitspraken uit mijn hoofd. Ik raakte verslaafd aan zijn muziek.’ Calefax speelde de fuga nr 1 uit opus 87, waarbij het ensemble fraai de meerstemmigheid liet uitkomen. Het daarna aangekondigde ‘woedende stuk’ klonk vooral frenetiek. Het was een mooi beeld om Nasr geknield, met zijn rug naar het publiek gekeerd, te zien luisteren. Via Sjostakovitsj kwam hij bij diens vriend Britten terecht (‘Zijn War Requiem moet je live meegemaakt hebben, net als Mahlers Tweede Symfonie!). Na een klassieke mis uit Corsica volgde een door Joey Roukens speciaal voor Calefax geschreven compositie. Het stuk was eveneens meerstemmig en werd puntig en met drive uitgevoerd.

Half Palestijns
Het was treffend dat Nasr ‘de olifant in de kamer’ benoemde: hij is half Palestijn. Zonder dit politiek te willen duiden, vertelde hij over de Palestijnse liefde voor muziek van zijn vader en liet een door Um Kalsoum gezongen fragment uit Enta Omry horen, een lied dat maar liefst een uur duurt.
Aan het eind zong hij zelf ‘For all we know’ van Nina Simone, sonoor begeleid door Calefax: ‘Dit was misschien een beetje een vreemde reis, maar hier voel ik me fijn, aan de randen van muziek. We hebben meer stemmen nodig en meer liefde.’
Willem Boone
Foto’s: Nichon Glerum e.a.

Ramsey’s Luisterlijst: zie de website van Calefax!