Staatsoper Unter den Linden – Strauss’ Schweigsame Frau voor het eerst in Berlijn

Richard Strauss: Die Schweigsame Frau. Koor en orkest van de Staatskapelle Berlin o.l.v. Christian Thielemann. Met Peter Rose (Morosus), Samuel Hasselhorn (Barbier Schneidebart), Siyabonga Maqungo (Henry), Brenda Rae (Aminta) e. a. Regie: Jan Philipp Gloger. Gehoord: 19 juli 2025 (première), Deutsche Staatsoper Unter den Linden, Berlin.

Door Peter Schlamilch

Na de dood van Hugo von Hofmannsthal zag Strauss het einde van zijn operacarrière nabij – hij verwachtte niet ooit nog een librettist van hetzelfde kaliber te vinden. Zelfs toen de samenwerking met Stefan Zweig ontstond, had Strauss aanvankelijk zijn twijfels, maar ging toch accoord met Zweigs voorstel om Ben Jonsons komedie Epicoene, or The Silent Woman uit 1609 als operalibretto te bewerken. De compositie begon in 1932, en Strauss omschreef de tekst als ‘het beste libretto voor een opéra comique sinds Figaro’ en zette hem zonder enige wijzigingen op muziek.

 

Theatrale ‘herrie’

De samenwerking werd echter overschaduwd door de opkomst van de nazi’s in 1933 – Strauss werd door Joseph Goebbels benoemd tot president van de Reichsmusikkammer, terwijl Zweigs boeken in datzelfde jaar op de brandstapel belandden vanwege zijn Joodse achtergrond. Deze tegenstelling maakte hun samenwerking controversieel, en Strauss stond onder druk om zijn banden met Zweig te verbreken, maar hij bleef aanvankelijk loyaal, wat blijkt uit hun uitgebreide briefwisseling tussen 1931 en 1935. Een onderschepte brief waarin Strauss zijn samenwerking met Zweig verdedigde, leidde echter tot zijn ontslag als president van de Reichsmusikkammer kort na de première van Die Schweigsame Frau. Zweig zelf vond het libretto te lang en zwaar, en Strauss’ muziek, gecomponeerd in een periode van artistieke inzinking na Arabella, wordt als minder lyrisch beschouwd, met veel nadruk op de theatrale ‘herrie’ in plaats van de melodische finesses van zijn eerdere werken. Toch bracht Strauss’ vakmanschap en Zweigs gevoel voor drama een opera voort die, hoewel niet zijn sterkste, een unieke plek inneemt, maar zelden wordt opgevoerd. Ook in de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn was Die Schweigsame Frau nog nooit eerder uitgevoerd, terwijl Strauss zelf ook ooit GMD was van dit operahuis, waar hij meer dan duizend voorstellingen dirigeerde.

 

IJzingwekkend hoog niveau

Het is daarom des te bewonderenswaardiger dat de nieuwe Generalmusikdirektor (GMD) van de Berlijnse Staatsoper, erkend Strauss-expert Christian Thielemann, de opera voor het eerst in Berlijn laat horen, zij het in licht ingekorte versie, hetgeen overigens een uitstekend idee is – muzikaal is het werk, ondanks de ook vele mooie passages, niet bepaald toegankelijk en zo super-humoristisch is zij nu ook weer niet: het streven naar Mozarts Figaro is bepaald niet gelukt. Hoewel Thielemann de muziek gelukkig veel vaart meegeeft, zijn de taaie passages bijna niet te vermijden, en hoewel Strauss ook hier zijn grandioze instrumentatiekunsten volop heeft aangewend, lijken ze vaak op herhaalde ‘trucjes’ uit het verleden – trucjes op ijzingwekkend hoog niveau, dat wel, natuurlijk. Ook lijkt niet alle muziek even origineel, en soms menen we wat ‘left overs’ van eerdere composities te horen. Hoe dan ook, de Staatskapelle Berlin was gelukkig weer op dreef en speelde deze lastige partituur zonder hoorbare tekortkomingen – chapeau!

 

Geklets

Het toneelbeeld was prima: niet heel spectaculair, maar de horizontaal verschuifbare kamers in het huis van Sir Morosus, een oudere heer die geen geklets kan verdragen en daarom een zwijgzame echtgenote zoekt, werken heel effectief, hoewel de belichting nog inventiever had kunnen zijn.

Vocaal kun je merken dat de cast onder hoogspanning staat: niemand wil de nieuwe chef teleurstellen, maar sommige passages zijn nog niet helemaal trefzeker, ondanks dat je vermoedt dat er tot op de laatste minuut volop aan is gerepeteerd. Misschien zelfs een beetje te veel, want de aanvankelijk sterk, gebronsd en voluit klinkende stem van Engelse bas Peter Rose (Morosus), wereldberoemd door zijn interpretatie van Baron Ochs (Der Rosenkavalier, die hij zong in de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera, het Teatro alla Scala en de Royal Opera in London), werd gedurende de avond steeds zwakker. Meestal een teken dat er iets te veel is gerepeteerd, maar het goede nieuws is dat de voorstelling zich binnenkort ‘gaat zetten’ en steeds beter zal worden. Aan de ervaring van Rose zal het niet liggen, want hij werkte al met dirigenten als Georg Solti, Carlos Kleiber en Carlo Maria Giulini – wow!

 

Hoge irritatiefactor

Ook aan het orkest kon je merken dat alles nieuw was: er werd met enorme concentratie gespeeld, en goed ook. Effect is meestal wel dat men zo bezig is met de eigen en elkaars (vaak zeer lastige) noten, dat de balans wat veronachtzaamd wordt en inderdaad: de eerste akte was bij vlagen wat te sterk in het orkest, waardoor sommige zangers wat verzopen. Dat gold vooral voor de Amerikaanse sopraan Brenda Rae, eveneens een zangeres met een enorme staat van dienst, maar die ook duidelijk haar draai niet kon vinden in deze rol, die ook gewoon de hare niet is. Ze zingt mooi, maar heeft te weinig kracht (of laatste restjes energie) om Aminta, de allerminst zwijgzame vrouw, karakter en vooral: een hoge irritatiefactor mee te geven – ze zingt gewoon te lief.

 

Verkeerde naamvallen

Barbier Schneidebart, dragend gezongen door de Duitser Samuel Hasselhorn, doet het een stuk beter: hij is wél komisch, klinkt wél voluit en weet de voorstelling te dragen met zijn welluidende, zaalvullende en edele geluid. De Zuid-Afrikaanse tenor Siyabonga Maqungo (Henry), klonk prima, hoewel hij in zijn drie verschillende registers – kop, midden en borst – drie compleet andere geluiden produceerde, niet echt het belcanto-ideaal. Bovendien was zijn legato niet gelukkig, en was zijn Duitse uitspraak zó belabberd, dat zelfs ik, als Hollander, me eraan stoorde, nog afgezien van het feit dat hij verkeerde naamvallen gebruikte, wat écht niet kan op dit niveau. Baritons Dionysios Avgerinos, Friedrich Hamel en bas Manuel Winckhler zongen de bijrollen uitstekend, de beide dames wat minder.

 

Regietheater

Regisseur Jan Philipp Gloger zet een mooi toneelbeeld neer, hoewel het wel veel van hetzelfde is. Zijn personenregie is ook prima, hoewel zijn zangers – terecht – soms zó bezig zijn met de moeilijke en voor velen ook nieuwe rollen, dat ze zich soms meer op dirigent Thielemann richten dan op elkaar, wat het komische element bepaald niet versterkt. Een ander nadeel van het toneelbeeld is dat alles in een soort nieuw ‘lijsttoneel’ wordt gespeeld, dat een extra afstand tot het publiek creëert van 6 à 7 meter. Zonde, maar ja: dát is regietheater!
Dirigent Thielemann zelf kiest ondertussen prima tempi en haalt alles uit het orkest wat erin zit, en dat is best veel: veel kleuren, veel partituur-details en vooral veel vaart. Hij zei na afloop dat hij een vol jaar op de partituur heeft gestudeerd, en dat dit een van de moeilijkste uit het repertoire is.

Peter Rose’s slotmonoloog was gelukkig zeer goed, en zoals hij het zelf zegt: ‘wat is muziek toch prachtig, vooral als ze weer voorbij is’, hoewel het toch jammer was toen deze historische voorstelling ten einde kwam.

Peter Schlamilch

 

 

Info:

https://www.staatsoper-berlin.de/de/veranstaltungen/die-schweigsame-frau.15639/

 

You May Also Like

Gouden duo Kian Soltani en Jae Hong Park besluiten tournee in Concertgebouw

Sterrencast met Netrebko redt Verdi’s Ballo in maschera in Berlijn

Minimal Music Festival opent met Moore en Vukosavljević

Muzikaal magistrale Elektra in Düsseldorf