Voorbij de activistische strijdbijl
Mirga Gražinytė-Tyla
Boekbespreking door Emanuel Overbeeke
Een paar maanden geleden bracht het Museum Arnhem een tentoonstelling met werk van circa dertig vrouwelijke beeldend kunstenaars. Van die dertig kende ik er ongeveer vijf en mijn vraag vooraf was: is de achterstelling van die andere 25 terecht? In de informatie over deze 25 werd uitvoerig gemaakt melding van miskenning op grond van wat velen nu terecht abjecte argumenten vinden, terwijl de getoonde kunstwerken wel goed waren maar voor mij niet het niveau hadden van het werk van de bekende vijf. Die vijf hadden ook te maken met vormen van discriminatie maar kwamen er uiteindelijk op grond van de kwaliteit van hun werk, een kwaliteit die wellicht ook voor deze vrouwen zwaarder woog dan de terechte ergernis over de discriminatie. Geldt hetzelfde ook voor componistes?
Vrouwelijke voclaisten, instrumentalisten en dirigentes
Het gold al sinds de vorige eeuw voor vrouwelijke vocalisten en instrumentalisten en het geldt sinds enige decennia ook voor dirigentes. De eerste dirigentes van een eeuw terug konden zich niet meten met hun beste mannelijke collega’s (uitzonderingen als Boulanger daargelaten) en critici met verkeerde motieven konden die verbergen achter het voor iedereen hoorbare kwaliteitsverschil. Dat kan niet meer sinds de verschijning van figuren als Alsop, Canellakis, Chang, Chen, Mirga Gražinytė-Tyla, Hannigan, Mälkki en Young, om slechts enkele te noemen.
De vraag ‘geldt dit ook voor componistes’ lijkt dit boek bevestigend te beantwoorden. De bundel met veertien bijdragen van evenzovele auteurs (geen Nederlanders) bevat een thematisch en een historisch deel. Het thematische deel gaat in op het onderzoek naar componistes, hun leven en werk, de mogelijkheden om zich te ontplooien en hun werk uit te voeren en vooral de tegenwerking van mannen, zeg maar de Andrew Tates avant la lettre. Misogynie, zo maakt de bundel overduidelijk, is zowel persoonlijk als cultureel geworteld. Het huidige klimaat waarin als gevolg van feminisme vrouwen zich meer kunnen ontwikkelen en soms minder te maken hebben met onsympathieke instincten, is niet van alle tijden en ook in onze tijd in de ene bubbel meer geaccepteerd dan in een andere. Dat de heersers in de cultuur, meestal mannen, deze instincten eeuwenlang schaamteloos en onbeperkt konden uitleven, had op termijn ook gevolgen voor de beschikbaarheid van muziek van componistes. Uit de middeleeuwen is veel minder muziek overgeleverd dan uit latere eeuwen, waardoor vaak moeilijk te zeggen is of de miskenning op grond van kwaliteit terecht was. Dat verandert enigszins in de renaissance toen adellijke dames in hun eigen bubbel de kans kregen hun talenten te ontwikkelen. Sommige componistes hadden met hun muziek succes en konden die ook uitgeven. Deze praktijk ging door in de latere eeuwen toen de adel nog de sturende instantie in de cultuur was.

Amy Beach
Opkomst burgerij stelde vrouwen in het nadeel
Richard Taruskin schrijft in zijn Oxford History of Western Music dat de komst van de burgerij als dominante factor in de cultuur begin negentiende eeuw nadelig uitpakte voor vrouwelijke componisten (bot gezegd: de vrouw kreeg als enig recht het aanrecht). De schrijfsters in deze bundel betwisten dat. De aandacht in de bundel voor componistes na 1800 is hier niet alleen veel groter dan voor oudere componistes, de auteurs schrijven veel over de muziek als muziek en minder dan voorheen over de miskenning die de componistes te verduren hadden. Nog meer pre-feministisch is bij een enkeling de verleiding om zich af te vragen wat aan de besproken muziek vrouwelijk is. De contribuanten zeggen niet dat de muziek van figuren als Clara Schumann, Fanny Hensel, Ethel Smyth en Amy Beach even goed is als die van hun succesvolste mannelijke collega’s, maar ze gaan wel uitvoerig in op de erkenning die hun werk kreeg bij het eigentijdse publiek. Afgaande op de weinige muziekvoorbeelden is hun muziek ambachtelijk professioneel, artistiek nogal conventioneel en goed speelbaar voor de gevorderde amateur. Daarmee lijkt in de periode 1870-1920 het buitenland veel op Nederland: veel redelijk goede componistes en schrijvend in de stijl van de tijd.
Pioniers
Dat laatste verandert enigszins in de twintigste eeuw. Sommige vrouwen gaan mee met hun mannelijke collega in hun behoefte aan muzikale experimenten. Veelzeggend voor het huidige klimaat van onderzoek vond ik het hoofdstuk over Daphne Oram en Delia Derbyshire, twee van de pioniers in Engeland inzake elektronische muziek. In de eerste publicaties die ik over hen las, circa tien-twintig jaar geleden, ging het vooral om de miskenning door hun mannelijke collega’s waarin muzikaal onbegrip en menselijk wangedrag hand in hand gingen. Nu staan ze vanwege hun muziek en pioniersarbeid op een voetstuk en doet het feminisme een groot deel van de rest.

Daphne Oram
Onderbuik en biologie
Dat de tweede golf van het feminisme niet alles heeft veranderd, toont het laatste hoofdstuk waarin diverse levende componistes hun verhaal doen. De feministische tijdgeest beïnvloedde niet elke bubbel, gedrag is ook persoonlijk bepaald, mannen verschuilen hun instincten achter gevoel voor kwaliteit en vrouwen met minder succes voeren mannelijke discriminatie op om gebrek aan eigen stijl en niveau te verbergen. Ook in het huidige klimaat blijven onderbuik en biologie een rol spelen, zeker bij componistes met zeer jonge kinderen. Mannen hebben weliswaar vaak nog steeds meer kansen, maar ook in milieus met zeven vinkjes is de spoeling dun, vandaar dat ook veel mannen terecht zijn vergeten.
De bundel is voor een deel de activistische strijdbijl voorbij, mede dankzij uitstekende muziek van componistes in een welwillend klimaat, maar de wereld blijft ondanks plaatselijke verbeteringen problematisch, zowel vanwege conservatieve tegenkrachten als van constante factoren als biologie en onderbuik. Die gegevens moralistisch op hoge toon beklagen is gelukkig niet de enige aanpak van de contribuanten (waaronder ook enkele mannen) in deze bundel. Hen pareren met het serieus nemen van uitstekende muziek helpt meer. Juist die onuitgesproken agenda maakt grote delen van het boek, zeker het historische deel, zeer de moeite waard en tot veel meer dan alleen een boek voor vakgenoten. Moraal en artisticiteit zijn geen kwesties van vooruitgang. Uitgerekend dat besef geeft de grootste kans op vooruitgang.
Emanuel Overbeeke

Boek:
Matthew Head & Susan Wollenberg (ed.):
Cambridge University Press
ISBN 978-1-108-73351-9
348 blz. (paperback)