The Academy of St Martin in the Fields en broers Jussen maken indruk met hecht samenspel

Grote Solisten. The Academy of St Martin in the Fields o.l.v. Tomo Keller, m.m.v Lucas & Arthur Jussen, piano. Werken van: Prokofiev (Visions fugitives, orkestratie Rudolf Barshai), Mozart (Concert voor 3 piano’s in F KV 242, versie voor 2 piano’s), Bach (Concert voor 2 klavieren BWV 1060),Haydn (Symfonie nr 45 in fis, ‘Abschied’). Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 6 mei 2026

Door Willem Boone

 

Zou de Academy of St Martin in the Fields na het overlijden van de iconische Sir Neville Marriner nog een vaste dirigent hebben, vroeg ik me af tijdens dit concert. Marriner was al niet meer hun chef-dirigent toen hij overleed, maar trad nog wel regelmatig met het ensemble op. Hij heeft natuurlijk in al die jaren wel zijn stempel op het ensemble gedrukt in de vorm van hecht samenspel dat op vele opnames vastgelegd werd. Verder vroeg ik me af in hoeverre zijn ‘geest’ nog in het DNA van deze musici rondwaart, net zoals je je dat ook bij de Berliner Philharmoniker lang na het verscheiden van Von Karajan kan afvragen. Eigenlijk heeft het Londense ensemble ook geen vaste dirigent nodig als je het hoort spelen. Eerste violist Tomo Keller heeft de leiding, maar speelt vooral mee. Direct bij de eerste noten viel al de gecultiveerde klank van de strijkers op. Kennelijk is er tijdens de repetities zo grondig geoefend dat er geen dirigent meer nodig is. Het aardige van dit programma was dat het muziek van bekende componisten bevatte die weinig gespeeld wordt, althans niet in de versies die klonken. Het concert begon met een selectie uit de Visions fugitives van Prokofiev. De volledige cyclus voor piano staat overigens zelden op recitalprogramma’s en bevat 19 stukken. In de orkestratie van Rudolf Barshai uit 1962 klonken er nu 15. Barshai kwam tot een fraaie bewerking en in deze inderdaad ‘vluchtige visies’ bleef de geest van Prokofiev, hoe kort ook, volledig overeind. De muziek was beurtelings speels, humoristisch, lyrisch en ironisch (de componist gebruikte een keer de merkwaardige tempoaanduiding ‘ridicolosamente’) van karakter. De strijkers imponeerden door hun hechte samenspel.

 

 

Mozarts ‘Lodron’-concert

Het Concert voor drie piano’s van Mozart klinkt al evenmin vaak in een concertzaal. De componist schreef dit concert voor de gravin Lodron die het met haar twee dochters wilde spelen. De jongste speelde echter nog op amateurniveau, zodat Mozart haar partij eenvoudig moest houden. Deze blijft veelal beperkt tot akkoorden en eenvoudige loopjes, maar je moet er wel, samen met de twee andere pianisten, gelijkmatige trillers voor kunnen spelen. Later maakte hij er een bewerking voor twee piano’s van en dat was gezien de eenvoudige derde partij een goede gedachte. Hij zal deze waarschijnlijk samen met zijn zus Nannerl gespeeld hebben tijdens concerten. Het is een uiterst charmant stuk dat echter minder briljant is dan het originele Concert voor twee piano’s in es KV 365. In dat werk hoefde de componist zichzelf en zijn partner Nannerl geen enkele beperkingen op te leggen. Hoewel het ‘Lodron’-concert dus niet tot zijn grootste meesterwerken behoort, was het aangenaam om het weer eens te horen. Tijdens het changement bleven de musici gemoedelijk op het podium naast elkaar zitten en kwamen er vier blazers bij. De orkestinzet was levendig en zowel het samenspel tussen de broers Jussen als de coördinatie tussen solisten en orkest verliep vlekkeloos. Beide pianisten pakten de muziek tamelijk stevig aan , meer dan ik van ze gewend ben. Het kon geen kwaad, want Mozart vaart er niet wel bij als zijn muziek als Chinees porselein aangepakt wordt.

 

 

Indrukwekkende eensgezindheid

Opvallend was dat de twee piano’s wat kaal klonken. Het was bewonderenswaardig dat de broers alles uit hun hoofd speelden, wat je niet vaak tegenkomt bij pianoduo’s. De wat kale klank van de vleugels was vooral duidelijk in het Adagio te horen. Wat verder opviel was de vaak gekromde houding van Arthur Jussen over het toetsenbord, hopelijk krijgt hij daar later geen problemen door! In de pauze nam meesterstemmer Michel Brandjes (zo mogen we hem gerust noemen!) beide vleugels onder handen en deze klonken inderdaad een stuk warmer na de pauze.  Toen speelden beide solisten het Concert voor twee klavieren in c BWV 1060 van Bach. Daarvoor wisselden de broers van vleugel. Ook dit stuk hoor je zelden in een concertzaal en dat is jammer, want het gaat om blijmoedige muziek. Het allegro werd met een pittig tempo ingezet. Na het eerste deel volgde net als na het eerste deel van Mozart applaus (‘Dat mag straks pas!’ zei mijn buurvrouw nog!). De pianisten speelden het Adagio wat precieus naar mijn idee, maar mooi was de tokkelende begeleiding van de strijkers. Bij het laatste deel, Allegro, had ik behoefte aan een langzamer tempo, al kan je je bij Bach met recht afvragen wat het ‘juiste’ tempo is. Het was nu ontegenzeglijk levendig en briljant, maar ook enigszins gehaast. Als toegift speelden zij een vierhandige bewerking van ‘Schafe koennen sicher weiden’ BWV 208. Mij is niet bekend van wie deze afkomstig is. De muziek blijft als zo vaak ontroerend, maar met een romantisch sausje klonk deze bij vlagen on-Bachiaans. Het samenspel was zeer eensgezind en maakte terecht indruk.

 

 

Afscheidssymfonie van Haydn

Als laatste speelde The Academy de Afscheids-symfonie van Haydn. Het gaat hier om een symfonie met een uitgesproken ‘Sturm und Drang-karakter’vooral in het openingsdeel. Het orkest gaf dit prachtig gestalte met felle strijkers en spatzuivere blazers. In het Adagio viel op dat het orkest als één fraseerde. Daar maakte het duidelijk dat het terecht nog steeds als een van de beste kamerorkesten geldt. Bij de Finale bedacht ik me dat het hier om het deel ging waarbij Haydn de spelers aan het eind een voor een laat weglopen, zodat er uiteindelijk nog maar twee musici overblijven. Daarmee wilde hij protesteren tegen de verplichte jaarlijkse verhuizing tussen het zomerpaleis bij Fertod (Hongarije) en het winterpaleis in Wenen. Voor de musici, die vrouwen en kinderen achter moesten laten, was deze volksverhuizing een doorn in het oog (bron: Wikipedia). Ik was natuurlijk benieuwd of dit nu ook zou gebeuren en ja hoor, enigszins aarzelend stapten een violist en een celliste op, gevolgd door de blazers. Een van hen nam zelfs plaats op de eerste rij van podium zuid. Het zag er op het eerste gezicht misschien vreemd uit, maar dit was wel degelijk een van de verrassende vondsten waar Haydn zo vaak in zijn Symfonieën mee kwam. Het was kostelijk om te zien hoe er slechts twee violisten overbleven, onder wie de leider. Daarna kwam het voltallige orkest bij het slotapplaus tevoorschijn. En eigenlijk is ook deze symfonie nauwelijks in de zconcertzaal te horen, dus ook alle lof voor het programma!

Willem Boone

 

 

Info:

www.concertgebouw.nl

You May Also Like

Nadja en Sara plusplus zetten het Muziekgebouw op zijn kop

Rietveld Ensemble laat het publiek kamermuziek echt beleven

Raphaël Pichon maakt barokmuziek van vlees en bloed bij KCO

Willem Jeths met meditatieve mijmeringen