Quatuor Van Kuijk biedt fascinerende inkijk in anderhalve eeuw strijkkwartetliteratuur

Quatuor Van Kuijk. Delen uit strijkkwartetten van: Mozart, Brahms, Debussy, Haydn, Mendelssohn, Smetana, Bartók, Dvorak, Sjostakovitsj, Beethoven en Schumann.Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, Kleine Zaal, 11 juli 2026
Door Willem Boone
Originele programmering
Het Franse Quatuor Van Kuijk kwam al eerder met originele programma’s. Zo speelde het de laatste keer in Amsterdam werk van Franse componisten, maar dan niet de bekende strijkkwartetten van Ravel, Debussy of Fauré, maar smaakvolle bewerkingen van liederen of pianowerken van dezelfde componisten. Ditmaal kwamen de leden van het kwartet met de mooiste delen uit de literatuur voor strijkkwartet. Je zou het wat ongenuanceerd ‘the best of’ dan wel een ‘potpourri’ kunnen noemen, maar de term ‘reis door ruim anderhalve eeuw muziek’ is eigenlijk treffender. Het genre ‘strijkkwartet’ is natuurlijk fascinerend en vrijwel alle grote componisten schreven ten minste één soortgelijke compositie voor deze bezetting. De avond begon spannend met het eerste deel uit het befaamde ‘Dissonantenkwartet’ in C KV 465 van Mozart, waarbij de dissonante opening verrassender is dan het allegro dat erop volgt. Wat zou het interessant geweest zijn om aan Mozart te vragen waarom hij zijn kwartet op een dergelijke gedurfde manier begonnen was: zou het een grap of serieuze opzet geweest zijn?

Eenheid in verscheidenheid
Het Quatuor Van Kuijk bevestigde direct eerdere positieve indrukken van een hecht spelend ensemble. Het was prachtig om te zien hoe de musici elkaar de bal toespeelden. Het was ook mooi om te zien hoe de eerste en tweede violist al spelend meermaals naar elkaar lachten. De leden speelden de meeste stukken zonder onderbreking, zo volgde na Mozart het Quasi minuetto, moderato- Allegretto vivace uit het Stijkkwartet nr. 2 in a opus 51 nr 2 van Brahms. Meditatieve muziek die met een vol geluid gespeeld werd. Daarna volgde weer een andere wereld, namelijk die van het enige Strijkkwartet van Debussy dat vrijwel geheel uit pizzicati bestond. Het kwartet bewees dat het zich met gemak in verschillende ‘sound worlds’ kon verplaatsen. Het leuke was dat er toch – ondanks alle stilistische verscheidenheid – het idee van een ‘langere’ compositie ontstond door de stukken zonder onderbreking na elkaar te spelen. Men had ook een goede keuze tussen lange, korte, snelle en langzame delen gemaakt. Het zwaartepunt voor de pauze lag bij het Largo cantabile e mesto uit het Strijkkwartet in d opus 76 nr 5 Hob III 79 van Haydn. Het kwartet liet de klank opbloeien en met dit langere deel leek het alsof het stil wilde staan bij de rol van Haydn als grondlegger van het strijkkwartet. Wat bij dit ensemble in gunstige zin opvalt is dat de vier musici een geheel vormen en weliswaar in soli naar voren treden, maar nooit het geheel domineren. Dat geldt vooral voor de primarius Nicolas van Kuijck. Het publiek waardeerde duidelijk dit diepzinnige deel en klapte na afloop. Daarna volgde nog het koortsachtige openingsdeel uit het Strijkkwartet nr 6 in f opus 80 van Mendelssohn. Wat me daarbij verbaast is dat de tempoaanduiding ‘allegro vivace’ luidt, want vrolijk is deze muziek niet, de aanduiding ‘agitato’ zou wat mij betreft beter op zijn plaats geweest zijn.

Indrukwekkende staalkaart
Na de pauze sloot het kwartet mooi bij Mendelssohn aan met het allegro vivo appassionato uit het niet vaak gehoorde Strijkkwartet nr 1 in e, ‘uit mijn leven’ van Smetana. Dit werd met veel passie, maar ook gevoel voor Slavische nostalgie gespeeld. Opmerkelijk was het abrupte eind van dit deel. Het allegretto pizzicato uit het Strijkkwartet nr 4 in C SZ 91 van Bartok leek qua karakter op het eerdere deel uit het kwartet van Debussy. De leden tokkelden niet alleen, maar trokken ook aan de snaren van hun instrumenten. Het lento uit het Strijkkwartet nr 12 in F opus 96 van Dvorak behoort tot diens bekendste kamermuziekcomposities. De schrijfwijze ervan is een wonder en het maakte duidelijk waarom naar een strijkkwartet luisteren zo’n fascinerende ervaring is. Op een bepaald moment hadden de eerste en tweede viool beurtelings de melodie, de altviool omspeelde de melodie en de cello speelde pizzicati die heel effectief klonken. Het waren vier lijnen die op zich stonden, maar ook weer naadloos in elkaar pasten. Ook van Sjostakovitsj klonk het bekendste strijkkwartet, namelijk nr 8 in c opus 110, waaruit het Allegretto gespeeld werd. Deze muziek was ironisch en sarcastisch van sfeer en de strijkers produceerden soms lelijke klanken. Een tweede diepzinnig moment was het molto adagio uit het Strijkkwartet in e opus 59 nr 2 van Beethoven. Ook dit was werkelijk vierstemmig geschreven en het werd met vervoering gespeeld. Ten slotte stortte het viertal zich met plezier op het presto uit het Strijkkwartet in a opus 41 nr 1 van Schumann. Het gaf deze avond een indrukwekkende staalkaart van zijn kunnen. De leden zullen ongetwijfeld, zoals de programmatoelichting stelde, veel plezier gehad hebben bij het samenstellen van dit programma. Aan de andere kant vraagde het om nog meer flexibiliteit en concentratie als een avond met drie verschillende strijkkwartetten vraagt. Het was wederom een geslaagde avond met dit ensemble. Te hopen valt overigens dat het kwartet snel langskomt om deze elf composities in hun geheel te spelen!
Willem Boone
Info:
https://www.quatuorvankuijk.com
www.concertgebouw.nl