Pianist Fujita en dirigent Nagano vinden elkaar in helder gespeelde Beethoven

Deutsches Symphonie-Orchester Berlin o.l.v Kent Nagano, m.m.v. Mao Fujita, piano. Werken van: Purcell: Three consort), Beethoven: Derde pianoconcert en Dvorak: Negende symfonie. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 7 juli 2026

Door Willem Boone

 

De avond begon dit keer niet met een ouverture, maar met een bewerking van Three Consorts van Purcell door George Benjamin. Een ongebruikelijke opener, zeker geserveerd met dit romantische sausje, die wat mij betreft niet altijd even idiomatisch klonk. Hoewel de bewerking alweer meer dan 60 jaar geleden ontstond, deed het denken aan de arrangementen die het barokensembe l’Arpeggiata van Christina Pluhar vaak maakt. Kent Nagano liet het met blazers versterkte orkest overigens stemmig spelen.

 

Dramatische Beethoven

Heel anders klonk de inleiding van het Derde pianoconcert van Beethoven. Deze was dramatisch en soms bijna ruig van karakter. Wat bij de jonge Japanse pianist Mao Fujita direct opviel, was zijn articulatie. Dat zorgde er, samen met een helder toucher en een goed geprojecteerde toon, voor dat je heel duidelijk hoorde wat hij deed. Het komt niet vaak voor dat iemand zo precies speelt ‘wat er staat.’ Hij bezondigde zich nergens aan gefoezel en verdoezelde niets met het rechterpedaal. Daarin vond hij in dirigent Nagano een uitstekende partner, die op zijn beurt ook zorgde voor een duidelijke begeleiding. Fujita wekte de indruk van een uiterst bescheiden pianist die echter wanneer nodig zijn mannetje stond. Hij zette de cadens in het eerste deel fors in, maar maakte al snel plaats voor lyriek. Zijn spel maakte een verzorgde indruk, wat bleek uit de fraaie manier waarop hij trillers speelde. Ondanks dat hij de tijd nam om aan de vleugel zijn verhaal te doen, kwam zijn spel nergens didactisch over.

Het Largo begon op simpele, ontroerende wijze en Fujita droeg zijn eerste solo bijna behoedzaam voor. Hij deed denken aan een acteur die zijn tekst voordroeg. Gedurende dit hele deel was zijn spel poëtisch, in mooi samenspel met vooral de blazers. Ook hier begeleidde Nagano zijn solist met zorg.

De inzet van het Rondo allegro was fel. Hier was opnieuw sprake van een eensgezinde opvatting van solist, orkest en dirigent. Fujita maakte nieuwsgierig naar een solorecital en die wens gaat het komend seizoen in vervulling als hij op 28 februari 2027 in de Grote Zaal in de serie ‘Grote pianisten’ op zal treden. Als te verwachten was de coda overrompelend, waarna het publiek enthousiast reageerde. De pianist beantwoordde het applaus met een toegift die ik niet thuis kon brengen: deze klonk hoogromantisch en deed denken aan de virtuoze transcripties van Godovsky. De pianist imponeerde wederom met een helder toucher.

 

 

Sfeervolle Dvorak

De inzet van de Negende Symfonie, ‘Uit de nieuwe wereld’ van Dvorak was direct sfeervol en in het Allegro moltoleverde het orkest energiek spel. Hierbij viel meer nog dan voor de pauze wat voor een efficiënte dirigent Nagano is. Hij is typisch een dirigent met ‘twee handen’ die onafhankelijk van elkaar bewegen. Vooral met zijn linkerhand modelleerde hij de klank van het orkest.

Het was mooi om te zien hoe hij tegen het eind van het eerste deel het hele orkest in intensiteit af liet nemen om het even daarna weer voluit te laten spelen. Het eind van dit deel stond als een huis.

Voor het begin van het largo ging er meerdere malen een telefoon af die een onoplettende toehoorder had laten aanstaan (maar ja, wat wil je, er was uiteindelijk maar een keer in twee talen voor de pauze gevraagd om telefoons uit te zetten!). Maar toen het orkest eenmaal inzette was het prachtig, vooral de solo van de althobo. Heel geslaagd was ook de sonore inzet van de trombones. De strijkers speelden alsof ze behoedzaam schreden en produceerden daarbij een bijna zijden klank. De sfeer in dit deel doet denken aan het beroemde Lied van de maan uit de opera Rusalka en straalde een vergelijkbare betovering uit. Kort voor het eind was er een bijzonder moment waarbij violen, lage strijkers en blazers allemaal hun eigen motieven spelen en zo’n ogenschijnlijk ‘simpel’ deel toch heel gelaagd en gecompliceerd blijkt te zijn.

In het Scherzo molto vivace liet Nagano horen dat hij oor voor de Slavische elementen in deze muziek had, waarbij vooral de hoorns zich krachtig weerden.

 

 

Ook in het laatste deel, allegro con fuoco, was het spel van de blazers, naast de hoorns ook de trombones zeer krachtig. Door de heldere slag in Nagano’s rechterhand zinderde het spel en kwam het tot een triomfaal slot. De dirigent nam de ovatie aan het eind bescheiden in ontvangst en beantwoordde deze met een enthousiast gespeelde Slavische dans van Dvorak.

Willem Boone

 

Info: www.concertgebouw.nl

You May Also Like

Stravinsky’s Le Sacre du Printemps blijft ook 113 jaar later een onthutsende luisterervaring

Spinvis relaxed op Wonderfeel

Pianist Jonathan Fournel tilt de sonate van Liszt boven haar niveau uit

Rhapsody in Blue met fluwelen handschoenen