Lucie Horsch straalt bij Orkest van de Achttiende Eeuw

 

Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Alexander Janiczek (concertmeester). Met Lucie Horsch, blokfluiten. Werken van Roman, Corelli, Waley-Cohen, Händel, Von Preußen e.a. Gehoord: 24 november 2025, TivoliVredenburg, Grote Zaal, Utrecht

Door Peter Schlamilch

 

Iedereen van boven de veertig (het muziekonderwijs is daarna vakkundig gesloopt) heeft de blokfluit op school wel eens bespeeld, en ondanks deze wijde verbreiding is het instrument in zijn professionele hoedanigheid maar weinig bekend en misschien ook evenzo weinig geliefd – ook ik zou me niet echt een kenner van het repertoire of het instrument noemen. Gelukkig was dat afgelopen maandag in Vredenburg ook helemaal niet nodig, want Lucie Horsch neemt het publiek zó overtuigend mee in haar verhaal, dat het doodzonde was dat slechts de helft van de zaal gevuld was.

 

 

 

Briljante voordracht

Lucie Horsch speelt niet alleen volstrekt aanstekelijk en absoluut zuiver (beremoeilijk op een blokfluit, zeker als je een grote zaal moet vullen), maar is daarbij ook zo heerlijk beweeglijk en communicatief dat ze de aandacht op elk moment weet vast te houden, ook als er een wat minder geniaal barokwerkje voorbij schiet. Een ontdekking – voor mij – was de ‘Zweedse Händel’ Johan Helmich Roman, die met een uiterst leuk fluitconcert het programma mocht openen en met een suite weer mocht afsluiten: terecht, want zijn muziek zit goed in elkaar, is origineel en klonk sprankelend, niet in de laatste plaats natuurlijk door de briljante voordracht van Horsch, die in staat is om op de blokfluit een volle, warme toon te produceren die ook nog uiterst expressief kan zijn in bijvoorbeeld de langzamere delen, die bij haar niet minder meeslepend klinken dan in een cello- of viooluitvoering: heel knap.

 

 

Gepassioneerde redekunst

Horsch maakt veel contact met publiek en orkest, dat laatste misschien ook om de musici van het Orkest van de Achttiende Eeuw tot iets meer pittigheid en vooral dialectiek te bewegen: hoewel het ensemble uitstekend speelde, klonk het bij vlagen wel wat bescheiden en timide. Misschien in een poging de soliste nog meer ruimte en glans te geven, maar dat zou een verkeerde gedachtengang zijn: de barok is bij uitstek de tijd van de retorica en de dialoog, en die elementen hadden af en toe best wat scherper, hoekiger, rauwer en vooral wat voller mogen zijn – soms mag een ensemble de solist best even ‘overspoelen’. Het is ook een beetje onze tijdgeest, waarin ons vaak geleerd wordt de confrontatie te mijden, maar dat is een geesteshouding die niet past bij de vurige en gepassioneerde redekunst (en soms bombast) van de barok.

 

 

Ritmische vibes

Na het eerste deel vertelde Horsch uitgebreid over haar zoektocht om ook het vrouwelijke element in haar programmering te betrekken (over onze tijdgeest gesproken), maar die bleef helaas steken in het benoemen van enkele vrouwelijke mecenassen die enkele componisten van die avond hadden gesteund – een beetje modieuze overbodigheid, hoe belangrijk misschien ook. Ook het enige werk van een vrouwelijke componist uit de barok, een sonate van Wilhelmine von Preußen (1709 – 1758) stelde teleur: zo voorspelbaar en saai, dat zelfs Horsch daar niets meer aan kon doen. Er stond echter een andere vrouwelijke componist op het programma die wél boeide: de Brits-Amerikaanse Freya Waley-Cohen (1989), wier opdrachtwerk Ladybird werd gespeeld, dat direct aan Stravinsky’s Dumbarton Oaks herinnerde: goede, vrolijke en ritmische vibes die een uiterst onderhoudende en aangename compositie blootlegden, die bovendien uitstekend in het barokweefsel van het programma paste.

 

 

Spaarzame modulaties

Het Concerto in Bes van Händel, na de pauze, was weergaloos, zeker in het aangrijpende Adagio, door Horsch gevoelig en beeldschoon gespeeld – zoveel gevoel en expressie en zoveel ademsteun… grandioos. Händels Concerto grosso HWV 322, dat erop volgde, alleen voor het orkest, dus, werd mooi gespeeld maar vaak te braaf: áls de componist uit Halle dan eens met altviolen schrijft (hij laat ze helaas om de haverklap weg uit zijn composities wat een heel leeg gevoel oplevert), laat ze dan ook horen, net als al die tegenstemmen en belangrijke basnoten in zijn spaarzame modulaties. Meer lef, graag, ook in de fuga, en graag pijnlijker dissonanten in het schitterende Largo e piano alsjeblieft – er zat meer in, en dit uitstekende orkest kan het! (Ook de talloze typfouten, zelfs in de  componistennamen, mogen uit het programma, trouwens.)

 

 

Eeuwige meester

Ook Hasses Cantata is bepaald geen geniaal meesterwerk, maar wat maakte Lucie Horsch er een lusthof van: ze is in staat muziek tot leven te wekken, ook die van wat secundaire componisten, en dat tekent de ware musicus. Diepe teleurstelling was wel het complete ontbreken van een ‘stukkie Bach’, want al heeft de eeuwige meester uit Eisenach zeer weinig voor blokfluit geschreven, zelfs al de Badinerie uit BWV 1067 had deze avond tot nog grotere hoogten opgestuwd, al was het maar in de toegift. Maar afgezien van deze kleine kanttekening was dit een avond op topniveau, zomaar op een maandagavond in Utrecht.

Peter Schlamilch

 

Info:

https://orchestra18c.com/seizoen/2024-2025/

https://www.tivolivredenburg.nl/klassiek/

 

You May Also Like

Pianist Pietro De Maria is meer dan een meesterpianist: een meesterlijk musicus

Impressionistische Tristan und Isolde bij De Nationale Opera

András Schiff laat Bachs Kunst der Fuge intelligent, gracieus en diepmenselijk stralen  

Jan Martens met overdadig dancespektakel bij NDT 1