Wereldklasse in de Tindalvilla in Bussum

Kamermuziek in de Tindalvilla. Raoul Steffani (bariton), Severin von Eckardstein (piano). Gehoord 18 april 2026, Tindalvilla, Nieuwe ’s Gravelandseweg 2, Bussum.

Door Wenneke Savenije

Bussumse Salon

‘Kippenvel gegarandeerd’, beloofde contrabassist Hans Roelofsen voorafgaand aan het concert dat hij verleden week organiseerde in de Tindalvilla in Bussum. In 1986 besloot Roelofsen samen met zijn vrouw, sopraan Reina Boelens, en enkele anderen deze villa, die na een brand op zolder met de sloop werd bedreigd, te redden door het gebouw te kopen. Roelofsen, destijds een van de eerste winnaars van de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs, had een droom: hij wilde een salon om kamermuziekconcerten te kunnen organiseren. En daar was de ruime ‘muziekkamer’ in de Tindalvilla, in 1901 gebouwd door architect Gerrit Jan Vos in een ingetogen Art Noveau-stijl, bij uitstek geschikt voor. Sterker nog, de eerste eigenaar van de villa, Louis Adrianus Tindal, had het huis op zo’n manier laten bouwen, dat zijn muzikale dochter Johanna Tindal er pianorecitals in de voorkamer kon geven. Roelofsen richtte in 1987 De Stichting Tindal op met als doel ‘kamermuziek ten gehore te brengen in eenzelfde ruimte en ambiance als waarin ze ontstond’. Hij werd uiteindelijk eigenaar van de hele villa, liet het gebouw (met de status Rijksmonument) in de originele stijl restaureren en organiseert er nu al bijna 40 jaar kamermuziekconcerten (en soms een opera of een leerlingenconcert) op niveau.

 

Johanna Tindal, geschilderd door Jan Veth

 

Schumann in het groen

Al jaren wist ik van het bestaan van de TIndalvilla, maar ik was er nog nooit geweest. Afgelopen vrijdag liet ik me echter verleiden door het programma: bariton Raoul Steffani en pianist Severin von Eckardstein zouden er o.a. Dichterliebe van Schumann uitvoeren, in een door henzelf bewerkte versie met vier ‘extra’ liederen. Zo kwam het er uiteindelijk toch een keer van om naar Bussum te gaan. En inderdaad, het concert in de Tindalvilla zou bij mij daadwerkelijk kippenvel oproepen. Niet alleen vanwege de kennismaking met de villa, die omringd door groen de rust en ruimte uitstraalt waar je als Amsterdammer dagelijks naar verlangt, maar vooral door de prachtige uitvoering waarvan ik getuige was.

 

 

 

Sensitieve dromer

Het programma begon met Schumanns Waldszenen op. 82 voor piano solo (1848-49) door de wonderbaarlijke en altijd verwondering opwekkende meesterpianist Severin von Eckardstein, in 2003 de winnaar van het prestigieuze Elisabeth Concours in Brussel en daarna acht keer te gast in de roemruchte Serie Meesterpianisten van Marco Risakoff in het Concertgebouw. Von Eckardstein wordt internationaal geprezen als een fenomenale pianist, die vaak kamermuziek speelt en zich als solist graag sterk maakt voor minder bekend repertoire als de pianomuziek van Medtner. Dat hij niet veel beroemder is, heeft alles te maken met zijn bescheiden en introverte houding. Von Eckardstein is meer met muziek dan met zijn ego bezig, doet niet aan fanatieke pr en namedropping op social media, hecht weinig waarde aan status en roem, maar is wel een fantastisch musicus, een sensitieve dromer met een uitzonderlijke gave voor klank en kleurschakeringen.

 

 

Volkomen authentiek

Zijn techniek valt volledig samen met de muziek die hij uitvoert, want volgens Von Eckardstein kun je alleen vrij muziek maken als je de techniek volledig beheerst. Alleen dan vallen techniek en muziek met elkaar samen. En daarin slaagt hij als geen ander, ogenschijnlijk zonder enige moeite. Maar dat is een illusie, want niemand bereikt zo’n hoge graad van instrumentale perfectie zonder daar heel hard voor te werken. In het geval van Von Eckardstein niet omdat hij de beste wil zijn, maar omdat hij zo diep, zo gewetensvol en met zoveel intelligentie en verbeeldingskracht de muziek induikt, waarbij hij niet belemmerd wil worden door storende technische factoren. Von Eckardstein weet als het ware aan de tijd te ontsnappen: hij reproduceert en speelt geen muziek, hij wordt samen met de vleugel de muziek in het hier en nu en herschept werken op een volstrekt authentieke manier die nog niet eerder was vertoond. Het resultaat is fascinerend mooi.

 

 

Magische Waldszenen

Von Eckardstein laat zich als het ware ‘wrijvingsloos’ door alle noten, ritmes, stemmen, gevoelens, klankkleuren, structuren en dynamische schakeringen opzuigen, zodat alles gaat stromen en er geen barrières meer zijn tussen hemzelf, de vleugel, de partituur en de creatieve geest ( de ‘ziel’) van de componist. Dat levert betoverende, ontroerende, ontwapenende en verrassende momenten op. In de Tindalvilla nodigde Von Eckardstein het publiek uit om samen met hem de magische sprookjeswereld van Schumanns Waldszenen te betreden. Of het nu om Jäger auf der Lauer, Einsame Blumen, Verrufene Stelleof het Freundliche Landschaft ging, van ieder deel raakte hij de essetie, waarbij zijn spel afwisselend markant en heroïsch, eenzaam en droevig, dromerig en poëtisch of emotioneel en hartstochtelijk klonk.

 

 

Opgetild en meegevoerd

Daarna stapte ook de nog jong ogende maar al zeer succesvolle bariton Raoul Steffani de salon in om met een warme, verrassend ‘gerijpte’ en ingetogen stem en een perfecte dictie vijf Schumannliederen ten gehore te brengen op teksten van Joseph Eichendorff en Justinus Kerner: In der Fremde op. 39 nr. 12, Waldesgespräch op. 39 nr. 3, Sehnsucht nach der Waldgegend op. 35 nr. 5, Stille Liebe op. 35 nr. 8 en Frühlingsnacht op. 39 nr.12. Ook Steffani, die in binnen- en buitenland al aardig wat wapenfeiten op zijn naam heeft staan, werd in 2023 onderscheiden met de Nederlandse Muziekprijs en terecht, want zijn stembeheersing, nobele expressiviteit en taalgevoel zijn indrukwekkend. En dat zeker als hij min of meer wordt opgetild en meegevoerd door de verfijnde, kleurrijke en poëtische pianobegeleidingen van Von Eckardstein, met wie hij al vaker als duo optrad.

 

 

Originele Dichterliebe

De eerste vijf Schumann-liederen vormden de geanimeerde opmaat tot het hoogtepunt van het concert: de door Von Eckarstein en Steffani zelf vervaardigde reconstructie van Schumanns Dichterliebe, op. 48 (eerste versie uit 1840) waarin alles draait om de hevige gevoelens die Schumann koesterde voor de dochter van zijn pianoleraar Wieck: Clara, die uiteindelijk zijn vrouw zou worden. De eerste versie van Dichterliebe omvatte twintig liederen, maar nadat de cyclus door twee uitgevers geweigerd was, besloot Schumann vier van de twinitg liederen te schrappen. Ze zouden postuum verschijnen als Schumans opus 127, maar Steffani en Von Eckardstein voegden ze weer toe. Voorbeeldig op elkaar ingespeeld, gelijkwaardig en diep doordrongen van de emotionele betekenis van Heines Lyrische Intermezzo, de poëziebundel waarop Schumann zijn cyclus baseerde, brachten ze de schitterende cyclus vol passie, toewijding en overgave.

 

 

Hoe mooi en geloofwaardig Steffani ook zong, toch werden mijn oren steeds weer naar de pianopartij getrokken, waarin Von Eckardstein de mooiste dingen deed. Hij liet de stemmen vrij ademen en riep ze tot leven met zo’n uniek gevoel voor timing, frasering, klankleuren en nuance, dat de voor- en naspelen soms nog expressiever klonken dan de liederen zelf. Het was een prachtige avond.’

Wenneke Savenije

Foto’s: Uwe Arens e.a.

 

 

Hans Roelofsen en Reina Boelens

 

Info:

www.tindal.nl

You May Also Like

Pianiste Alexandra Dovgan is een groot talent, maar speelt soms onevenwichtig

Potter en Taborn eren Jarretts American Quartet

Cecilia Bartoli en Lang Lang samen in Concertgebouw

DNO: Tsjaikovski’s Maagd komt niet tot leven