Radio Filharmonisch groots en meeslepend in Gounods Faust
Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Stéphane Denève. Groot Omroepkoor, Pene Pati (Faust), Vannina Santoni (Marguérite), Anthony Robin Schneider (Méphistophélès), Florian Sempey (Valentin), Nina van Essen (Siebel), Sylvie Brunet-Grupposo (Marthe), Michael Wilmering (Wagner), Charles Gounod: Faust. Gehoord: 13 december 2025, NTR ZaterdagMatinee, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam*
Door Peter Schlamilch
Charles Gounod stond niet alleen bekend als onverbeterlijk rokkenjager, maar had tegelijkertijd een hang naar de kuise, spirituele liefde – hij droomde er op jonge leeftijd al van priester te worden en in een klooster te leven. Hij noemde zichzelf een bepaalde tijd ‘abbé’ en droeg een soutane, en werd om die reden vaak gekscherend ‘de flirtende priester’ genoemd.

Gecanoniseerde versie
In zijn succesopera Faust, die in de laatste aflevering van de NTR ZaterdagMatinee ging, legt hij daarom ook niet toevallig de nadruk op de oude, mislukte studeerkamergeleerde en diens verlangen naar de jeugd en de vleselijke geneugten van dien, zozeer zelfs, dat de oude Faust zijn ziel aan de duivel belooft in ruil voor het aardse genot. De opera werd immens populair en er verschenen talloze versies van. De NTR ZaterdagMatinee presenteerde de oorspronkelijke versie uit 1859, hoewel niet helemaal, want een later kwartet werd weer geïncorporeerd. Maakt niet uit, want belangrijker is dat de oorspronkelijke dialogen en melodrama’s (gesproken teksten met orkestbegeleiding) hersteld waren, iets wat we in de moderne, gecanoniseerde versie niet meer gewend zijn. Erg leuk om ze eens te horen en fijn dat de ZaterdagMatinee ons deze versie presenteert, maar je merkt meteen dat Gounod gelijk had ze te verwijderen: ze houden de handeling vaak op, en zangers zijn nu eenmaal niet per definitie ook goede tekstacteurs, hoewel de dialogen behoorlijk vlot verliepen.

Frans operahuis
Grootste probleem is natuurlijk dat het de ‘geheime afspraak’ met de toeschouwer doorbreekt, namelijk dat de gezongen tekst de norm is en daarmee de ‘normale’ uitdrukkingsvorm is: pas als die wordt doorbroken met daadwerkelijk gesproken teksten merk je pas écht dat je in de opera zit, en valt die vreemde ‘normaliteit’ weg. Geeft ook niks, maar dan wordt het een net iets andere vorm, namelijk die van het Singspiel (zoals Die Zauberflöte) of de operette. Toch kwam deze versie overtuigend over, in de allereerste plaats door een uitzonderlijk goed spelend Radio Filharmonisch Orkest, dat o.l.v. zijn vaste gastdirigent (sinds 2023) Stéphane Denève Gounods muziek zó meeslepend en zorgvuldig vertolkte dat ik me in een Frans operahuis waande. De stevige orkestklank, toch al een sterk visitekaartje van dit orkest, was al vanaf de eerste maten in de ouverture bijzonder rijk en vol, en dat zou de hele middag zo blijven. De musici leken de handeling bovendien écht te kennen en te volgen, en hun noten er steeds aan aan te passen, met schitterende houtsolo’s (koper en slagwerk waren trouwens ook puik) en een volle, intense en soms fluisterstille orkestklank. Bijna onbegrijpelijk dat het orkest nog maar twee weken geleden de moeilijke Turangalîla-symfonie speelde: een totaal andere klankwereld maar met evenveel authenticiteit gebracht – dit orkest is een wonder van veelzijdigheid. Bravi!

Energiek en met richting
De Franse dirigent Stéphane Denève dirigeerde vol vaart en vuur, en vooral: hij laat niet alleen zien wanneer de noten moeten klinken (waar veel dirigenten zich tot beperken), maar ook waarom ze dat moeten. Hij leeft de muziek, die hij heel goed kent, voor op een wijze die niet alleen van een duidelijke interpretatie getuigt, maar ook helder is: niet één accoord was ongelijk of uit balans – heel knap. ‘Het was weer een feestje om met hem te werken’, zei een van de orkestleden me na afloop, en voor het publiek was het dat niet minder: Denève leidt het orkest energiek en met richting, maar ook retorisch (muzikale dialogen) en dramatisch – geen frase wordt ‘zomaar’ gezongen of gespeeld, nee, hij bouwt een beeld van de muziek waarin een ieder ogenblikkelijk zijn rol en positie weet. Hij geeft bovendien veel vrijheid, wat voor een toporkest als het Radio Fil onontbeerlijk is, want wie deze musici vertrouwen geeft, krijgt vaak meer terug dan wie ze eindeloos zit aan te sturen, en die balans beheerst Denève tot in de finesses.

Leven in de brouwerij
Ook de zangers waren grotendeels voortreffelijk, te beginnen met de Nieuw-Zeelandse (Samoa) tenor Pene Pati, die Faust een hemels geluid meegaf, de hoge noten soms met een bijzondere melange van falset en voix mixte (op zich al een mix) de zaal in projecteerde maar in zijn uitbarstingen vol en rijk zong, hoewel hij wat mij betreft voor de pauze iets meer gas had mogen geven, om daarmee de vertwijfeling en gewetensnood van de oude wetenschapper nog wat meer reliëf te verschaffen. De Méphistophélès van de Oostenrijks-Nieuw Zeelandse bas Anthony Robin Schneider had ik voor de pauze datzelfde lot gegund: wat gemener, vileiner en manipulatiever, maar zijn stem klonk als de spreekwoordelijke klok en liet, zeker in zijn grandioze laagte, weinig te wensen over. Florian Sempey zong een bijkans ideale Valentin, licht naïef, onbezonnen maar vooral prachtig lyrisch, edelmoedig en uiteindelijk, stervend en diep gekwetst, zijn zuster dramatisch vervloekend: het was allemaal even edel en doorleefd. De Franse mezzo Sylvie Brunet-Grupposo was een geweldige Marthe, die niet alleen hoogstpersoonlijk het volume van de hele cast wat opkrikte en stimuleerde, maar ook veel leven in de brouwerij bracht met haar aanstekelijke spel en zang.

Groot verdriet
De Nederlandse mezzo Nina van Essen, die vorige maand haar veelgeprezen debuut in de Scala maakte (Dorabella) zong een aandoenlijke Siebel met een rijk scala aan kleuren – soms introvert-verlegen, dan weer hartstochtelijk of zelfs furieus: haar stem biedt veel kleuren en nuances. Ook slaagde ze erin de voor het overige wat statische interactie tussen de solisten wat te verlevendigen met wat gebaren en mimiek en dat was fijn, want deze concertante uitvoering werd bij vlagen wel wat érg concertant, en zo moeilijk is het niet om even een kruisteken te maken, een contract uit je binnenzak te halen of een juwelenkistje te openen wanneer de tekst daartoe aanleiding geeft. Van Essens stem heeft overigens ook nog datgene wat zangers vaak ‘peng’ of ‘metaal’ noemen, het vermogen om, indien nodig, heel even te duwen, zodat je over alles en iedereen heen komt, in grote theaters als de Scala een sine qua non. De Marguérite van de Corsicaanse sopraan Vannina Santoni was mooi en fris, maar soms te bleek om ons te kunnen overtuigen van haar grote geluk in de Juwelenaria (’Haaaa! Ik lach bij ‘t zien van m’n schoo-oonheid in dees’ spiegel!) of haar grote verdriet na het ombrengen van haar kindje. Haar stem is mooi, maar soms wat gedrukt in de hoogte, waardoor niet al haar hoge noten perfect zijn. Haar Roi de thulé was beeldschoon, net als haar duet met Faust, zeker ook in het orkest, waar de houtblazers prachtige dingen deden.

De ster van de middag
Het Groot Omroepkoor was weer ongeëvenaard – wat is het toch een genot om deze topzangers te beluisteren, zeker in het Concertgebouw. Met name in de grote kerkscènes bulderde het erop los in de grote ‘koralen’, prima, maar helaas veel te zacht begeleid op het grote orgel. In de volkskoren aan het begin toonde het koor zich af en toe een beetje te rigide, waar Franse speelsheid en jeugd de oude Faust juist tot wanhoop moeten drijven. Het soldatenkoor mocht echt wat volkser, maar de wals was fenomenaal, ook weer in het orkest. Al met al een geweldig concert, waarin het orkest de ster van de middag was, want ook de Walpurgisnacht klonk dreigend en flitsend, en de reprise van de wals, als herinnering aan de ooit prille liefde, was fluisterzacht en tegelijkertijd diep-melancholisch, precies zoals de gespleten persoonlijkheid van Gounod die had bedoeld.
Peter Schlamilch
Foto’s: Milagro Elstak

Meer info: NTR ZaterdagMatinee
* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.