Spannende muziek in Muziekgebouw aan ’t IJ

Ives Ensemble + Keren Motseri, sopraan. Programma: Igor Stravinsky, Trois poésies de la lyrique japonaise, Piet-Jan van Rossum, woord, Maurice Ravel, Trois poèmes de Stéphane Mallarmé, Aldo Clementi Impromptu, Richard Rijnvos: Riflesso sull’aria. Gehoord: 15 januari 2026, donderdagavondserie, Muziekgebouw Amsterdam.

Door Michael Klier

 

Echos of nothing’ heet het: de serie miniconcerten als voorprogramma in de Entreehal van het Muziekgebouw. Dit keer speelde Duo Tara meesterlijk twee delen uit Visions de Amen van Oliver Messiaen.

 

 

woord

Het Ives Ensemble en pianist John Snijders speelden daarna het nieuwe, alweer zesde pianoconcert woord van Piet-Jan van Rossum in Amsterdam. De componist stelde dat 1913 een kantelpunt in de geschiedenis was, net zoals nu. Van Rossum voelt zich op dit moment het meest geïnspireerd door filmregisseurs en schrijvers. Muzikaal mag er wel iets gebeuren zei hij tijdens de inleiding: ‘we hebben een statement nodig!’

 

 

Schönberg

De inspiratie voor dit concert met de titel Sterren van de hemel komt voort uit een concert van bijna op de dag af 112 jaar geleden. Toen werden in Parijs twee werken gespeeld die ook gisteren klonken: Trois Poésies de la Lyrique Japonaise (1912-1913) van Igor Stravinsky en Trois Poèmes de Stéphane Mallarmé van Maurice Ravel. Beide stukken werden gecomponeerd voor de ongewone bezetting van vrouwelijke zangstem, twee fluiten, twee klarinetten, strijkkwartet en piano. Stravinsky hoorde in december 1912 een uitvoering van Arnold Schönbergs gloednieuwe melodrama Pierrot lunaire. Diens bezetting van fluit, klarinet, viool, cello en piano was waarschijnlijk een inspiratiebron voor zijn instrumentatie.

 

 

Schandalig concert

Ravel was op zijn beurt zeer onder de indruk van Stravinsky’s drietal korte liederen. Hij schreef daarop ook drie liederen met dezelfde instrumentatie. Zijn teksten vond hij bij de symbolistische dichter Stéphane Mallarmé die volgens hem ‘onze taal bezwoer, als de tovenaar die hij was. Hij heeft de gevleugelde gedachten, de onbewuste dagdromen uit hun gevangenis bevrijd.’ Toen hij zijn cyclus had voltooid, stelde Ravel een voor die tijd schandalig concert voor, met zijn liederen naast die van Stravinsky en Schönberg. Dat concert vond op 14 januari 1914 inderdaad plaats, zij het met liederen van Maurice Delage in plaats van Schönberg.

 

 

Rijnvos

De Nederlandse componist Richard Rijnvos heeft in het afgelopen jaar deze bezetting als voorbeeld genomen voor zijn inmiddels al zevende companion piece. In deze reeks stukken componeert hij voor precies dezelfde samenstelling van musici als zijn beroemde voorbeelden. In Riflesso sull’aria (‘reflectie op de lucht/aria’) dat hij schreef voor sopraan Keren Motseri laat Rijnvos zich evenals Stravinsky inspireren door traditionele Japanse poëzie. Zijn teksten vond hij in een verzameling tanka’s (gedichten van vijf regels), vertaald in het Italiaans door een tijdgenoot van Ravel. Net als de bekendere haiku (die uit drie regels bestaat), verweeft een tanka traditioneel mijmerende observaties van de natuurlijke wereld met filosofische overpeinzingen.

 

 

4 jaargetijden

Riflesso sull’aria volgt in 16 delen de cyclische opeenvolging van de seizoenen. Rijnvos begint de lente net als de andere seizoenen met een instrumentale proloog. Het Ives Ensemble begon bevlogen en Motseri bespeelde hier energiek een woodblock. Hierop volgden drie korte liederen. Motseri had al in Stravinsky en Ravel laten zien wat een bijzondere liederenvertolker ze is. Haar expressieve stem gaat ideaal samen met een vloeiende interpretatie. Ze zingt niet alleen fraai, ze belichaamt muziek en tekst.

 

 

Stravinsky en Ravel

Motseri had al aan het begin van het concert in Stravinsky de van dezelfde Delage in het Frans vertaalde korte Japanse teksten uit de achtste eeuw schitterend vertolkt. Om daarna in Ravel als laatste stuk voor de pauze helemaal op te gaan in diens dromerige sfeer. Motseri overtuigde in de tot kamermuziekzaal omgetoverde grote zaal met haar expressieve stem en lichaamsgerichte vertolking. Ook in Rijnvos wist zij de Italiaanse teksten van diens de jaargetijden haast letterlijk omschrijvende muziek beeldschoon te verklanken.

 

 

Clementi en Van Rossum

De tweede helft van het concert begon met Impromptu van Aldo Clementi. Hij componeerde zijn korte canon voor klarinettenkwintet die voornamelijk zacht moesten spelen. Het verband met de rest van het programma bleef raadselachtig. Van Rossum had zijn in november in Tilburg in première gebrachte 114 compositie opgedragen aan zijn leraar Louis Andriessen. Ensembleleider Snijders speelde de solopart bestaand uit steevast ritmisch weinig gevarieerde akkoorden, die door de 4 strijkers en 4 blazers subtiel ingekleurd werden. Zijn in de inleiding aangekondigde statement bleef merkwaardig verborgen.

Michael Klier

Foto’s: Frank Sweers

 

De recensie verschijnt ook op https://musicwork.shop

You May Also Like

Palestrina-feest met The Tallis Scholars

Twee volstrekt tegengestelde wereldbeelden in Mahlers Tweede en Vijfde

Pianist Yuncham Lim speelt Schumann meeslepend

Stormachtig applaus voor altist Tamestit en KCO