Pianist Anderszewski toont grote affiniteit met Brahms

Piotr Anderszewski, piano. Werken van Brahms (selectie uit Intermezzi opus 116, 117, 118 en 119) en Beethoven (sonate nr 32 in c klein opus 111). Gehoord: Muziekgebouw aan het IJ, Amsterdam

Door Willem Boone

 

De werken op dit programma, een selectie uit Brahms’ Intermezzi opus 116, 117, 118 en 119 en Beethovens sonate nr 32 opus 111 hebben wel iets gemeen. In beide gevallen ontstond de muziek aan het eind van het scheppende leven van deze componisten. Verder zegt ‘men’ over deze stukken nogal eens dat ze een bepaalde rijpheid van de uitvoerende vereisen en dat je er niet ‘te vroeg aan moet beginnen.’ Dat heeft de van oorsprong Poolse pianist Piotr Anderszewski met zijn 57 jaar in elk geval niet gedaan. Maar of dit waar is, blijft maar de vraag. Ik kan me zeker van Beethovens opus 111 uitvoeringen door jonge pianisten herinneren die er in alle opzichten mochten wezen.

 

 

Late Brahms

Tot nog toe waagde Anderszewski zich nog niet aan Brahms, maar hij heeft recent een selectie uit diens late Klavierstücke opgenomen voor Warner en deze ook op zijn recitalprogramma’s gezet. Ook in dit geval is dat volgens een bepaalde eigenzinnige gewoonte gebeurd: hij heeft er niet voor gekozen om de vier opusnummers integraal uit te voeren. Hij heeft daar zijn eigen selectie uit gemaakt en dat is verfrissend. Hij maakte snel duidelijk dat hij affiniteit met deze componist heeft. Direct in het eerste, breekbare Intermezzo opus 119 nr 1 liet hij horen dat hij innig kan spelen. Tegelijk was er ook de ‘andere kant’: een bepaalde aardse en bij vlagen ruige klank. Zo liet hij in het Intermezzo opus 118 nr 1 mooi de bassen uitkomen. Het daaropvolgende Intermezzo opus 118 nr 2 was poëtisch en warm van klank, daarnaast had zijn interpretatie iets onnadrukkelijks. De pianist liet de muziek stromen en opvallend waren de ‘juiste’tempi die hij overal koos. Dat is zeker bij deze herfstige stukken, die als Brahms’ testament voor piano gelden, niet altijd vanzelfsprekend. Nogal wat pianisten kiezen juist voor gematigde tempi, mogelijk met de intentie om daarmee diepgang te suggereren. (Ik moet daarbij denken aan de fenomenale pianodocent Avedis Kouyoumdijan die sinds jaren bij het Kamermuziekfestival Schiermonnikoog lesgeeft. Hij vertelde tijdens een les aan Nikola Meeuwsen over opus 117 van Brahms: ‘Er staat andante con moto, niet: andante tuberculoso!). De tempi van Anderszewski waren nooit slepend, maar deden natuurlijk aan. Fraai was ook dat hij soms de stukken in elkaar over liet gaan, zoals hij dat deed na opus 118 nr 2, waarbij het Intermezzo opus 116 nr 2 bijna fluisterend begon.

 

Introverte noten

Deze muziek is verre van hemelbestormend, niet zoals de drie pianosonates die aan het begin van Brahms’ leven ontstonden. Soms leek de pianist dan ook bijna voor zichzelf te spelen. Bij het Intermezzo opus 116 nr 4 ontstond een mooi moment, ongeveer halverwege: daar komt een omslag voor die nog het meest doet denken aan de zon die ineens gaat schijnen. Het leverde een uiterst fijnzinnig moment op. Het Intermezzo opus 116 nr 5 leek op iemand die behoedzaam loopt. De Rapsodie opus 119 nr 4 zorgde voor een welkom stevig moment na een hele reeks naar binnen gekeerde stukken. De pianist zette na het laatste fortissimo-akkoord direct het breekbare Intermezzo opus 117 nr 2 in, wat voor een groot gevoel van continuïteit, een soort fluïdum zorgde, alsof deze selectie ook een cyclus vormde. Het laatst gespeelde Intermezzo, opus 118 nr 6, vatte nog een keer de kwaliteiten van deze uitvoering samen: teder en krachtig of ruig.

 

 

De laatste sonate van Beethoven

Na de pauze volgde als enige werk Beethovens monumentale, laatste sonate. De inzet van het Maestoso- allegro con brio ed appassionato was direct krachtig. De pianist die soms mee neuriede speelde felle accenten en wist de weerbarstige materie mooi vorm te geven. In de doorwerking was in de helderheid van zijn toucher te horen dat hij veel Bach gespeeld heeft. Een hoogtepunt blijft altijd het tweede deel, arietta- adagio molto semplice e cantabile. Het gaat om diep menselijke, doorleefde muziek die van een ontroerende schoonheid is. Het blijft een wonder hoe de componist dit op heeft kunnen schrijven op een moment dat hij volledig doof was. Mits op de juiste manier gespeeld mist deze muziek haar uitwerking niet. (Ook dat is lang niet altijd vanzelfsprekend, ik hoorde laatst de opname van Glenn Gould die zo mogelijk nog excentrieker dan zijn Mozart-uitvoeringen was!). Anderszewski nam het tempo van de Arietta gelukkig niet te langzaam, hier leek zijn tempo opnieuw ‘gewoon het juiste.’ Bij hem ontvouwden de variaties zich op kalme, logische wijze. De variatie met syncopen, waarbij Beethoven op de jazz vooruit lijkt te lopen, had nog gearticuleerder gekund. In de daaropvolgende variatie was het pianissimo ragfijn en ook hier leek de pianist soms voor zichzelf te spelen. Wat een muziek! was eigenlijk het enige wat je kon denken. Het publiek toonde zich duidelijk geroerd door deze persoonlijke interpretatie en leek een toegift te willen ‘afdwingen’. Voor mij had het niet gehoeven, want wat kan je na zoiets nog spelen? Anderszewski liet zich uiteindelijk toch vermurwen en speelde de Bagatelle opus 126 nr 1, die na deze sonate opus 111 ontstond. En toegegeven, dit stuk sloot er mooi bij aan, want hiervan was het karakter evenens overwegend ‘semplice.’ Zo eindigde dit indrukwekkende recital op serene wijze.

Willem Boone

Info:

 

www.muziekgebouw.nl

 

You May Also Like

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels

Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand

Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO