Mikdad en Buskov zorgen voor pianistische hoogtepunten tijdens Schiermonnikoog Festival

Voorjaarseditie Schiermonnikoogfestival 2026. Aidan Mikdad, piano, werken van Bach (Partita nr 1 in bes BWV 825), Beethoven (Sonate nr 26 in es opus 81, ‘Les Adieux’) en Chopin (Sonate nr 3 in b opus 58). Gehoord: Got Tjark, 19 maart 2026 en Artur Buskov, piano, Liszt: sonate in b, gehoord: Got Tjark, 16 maart 2026

Door Willem Booene

 

Het blijft een bijzondere gewaarwording als je luistert naar een leerling en in zijn spel de hand van zijn of haar meester ontdekt. Soms is dat hoorbaar in de frasering, soms ook in iemands algemene benadering van muziek. In het verleden gebeurde dat bij studenten van Menahem Pressler en Dimitri Bashkirov. Naum Grubert is kennelijk ook zo’n meester, die al dan niet op bewuste wijze een stempel op het spel van jonge pianisten drukt. Toevallig hoorde ik bij het Schiermonnikoog Festival (waar ik als vrijwilliger werkte) kort na elkaar twee van diens studenten. Beide pianisten behoorden voor mij tot het hoogtepunt van de afgelopen editie.

 

 

Aiden Mikdad

Allereerst de Nederlandse pianist Aidan Mikdad die een mooi ‘klassiek’ recital speelde. Hij begon met de Partita nr 1 in bes BWV 825 van Bach en trof direct de juiste toon. Dat is een van de grootste verdiensten van deze jonge pianist: zijn spel klinkt vanzelfsprekend en je krijgt als toehoorder gelijk het idee: ‘Ja, zo moet het!’ Dat lijkt iets wat voor zich spreekt, maar daarvoor is veel nodig. Eerder tijdens dit festival speelde een deelnemer aan de pianomasterclass, Oliver Franks, Bachs Chromatische fantasie en fuga in d BWV 903. Daar klonk een hele andere Bach: romantisch, met vertragingen, waardoor er geen sprake van een doorgaande beweging was. Bij Mikdad was daar gelukkig geen sprake van: zijn tempi waren ‘precies goed’: noch te snel, noch te langzaam. Dat gold ook voor zijn interpretaties van Beethoven en Chopin. Hij liet daarbij mooi de meerstemmigheid van deze muziek uitkomen. De afsluitende Giguenam hij gelukkig niet in sneltreinvaart. Er was ooit een tijd waarin Bach op een piano met de nodige scepsis ontvangen werd. Al luisterend naar dit spel kan je je afvragen waarom, want het klonk als iets volstrekt natuurlijks.

 

 

 

Sonore bassen

Beethovens sonate ‘Les Adieux’ kreeg een al even fraaie uitvoering. De pianist beheerste dit technisch lastige stuk volledig. Bijzonder mooi was de manier waarop hij de bassen liet uitkomen: sonoor, als een fundament voor de gehele compositie (Een interessant weetje is dat de pianodocent tijdens deze week, Avedis Kouyoumdijan, vertelde dat Beethoven evenals Chopin linkshandig was, wat de belangrijke harmonieën in de linkerhand bij genoemde componisten verklaart). Heel geslaagd waren daarnaast de sonore akkoorden in het eerste (‘Das Lebewohl’) en tweede deel (‘Abwesendheit’). Het laatste deel, ‘Das Wiedersehen’ werd met recht ‘vivacissimanente’ gespeeld, maar ook hier ontaardde het niet in een race tegen de klok.

Ideale tempi

Als laatste stond Chopins Derde sonate in b opus 58 op het programma. De pianist bevestigde daarmee de eerdere positieve indrukken. De vier delen klonken wederom in ideale tempi. Hij liet zich in het korte tweede deel, scherzo molto vivace, niet verleiden tot etude-achtig spel. Het Largo was mooi ingetogen in een gaand tempo (al misstaat een gedragen tempo in dit diepzinnige deel voor mijn gevoel niet). Het laatste deel, Finale presto ma non tanto, zou wat mij betreft een toetssteen bij concoursen kunnen zijn om te testen of pianisten zich aan dit tempovoorschrift houden. Nogal eens nemen zij hierin een (veel) te hoog tempo, dat hoewel het ontegenzeggelijk opwindend is geen recht doet aan de nuance ‘ma non tanto’.

Mikdad trapte niet in deze val en speelde het stuk zoals Chopin het bedoeld moet hebben. Juist op die manier mist het zijn overweldigende uitwerking niet. De helderheid van zijn spel en vooral die in de linkerhand droegen daar in belangrijke mate aan bij. Het publiek toonde zich zeer enthousiast en kreeg de Berceuse van Chopin als toegift. Dit was het enige moment waarbij ik lichte twijfel over de keuze van zijn tempo had. Dat lag naar mijn smaak bij vlagen iets te hoog, waardoor de magie van dit juweeltje niet helemaal tot zijn recht kwam.

 

 

Internationale klasse

De uitzonderlijk getalenteerde Mikdad bevestigde voor mij alleen maar eerdere positieve indrukken. Zo hoorde ik hem een paar jaar geleden een gedenkwaardige Sonate van Liszt spelen tijdens de Piano Biënnale in Arnhem. Verder herinner ik me een wat merkwaardig recital dat Arcadi Volodos had zullen spelen maar waarbij hij wegens ziekte alleen het eerste deel met Mompou voor zijn rekening nam (en ondanks zijn ziekte toch vijf toegiften voor de pauze speelde!). Aidan Mikdad nam toen het tweede deel met Scriabin voor zijn rekening, waarbij hij – hoewel Mompou en Scriabin zeer uiteenlopende stijlen vertegenwoordigen – in geen enkel opzicht voor zijn beroemde collega onderdeed. Met dit fraaie  recital in Schiermonnikoog bevestigde hij nog eens zijn (internationale) klasse. Ik kijk uit naar zijn volgende recital en zag tot mijn tevredenheid dat hij geprogrammeerd staat in de serie ‘Concerten op zondagochtend’ in het Concertgebouw.

 

 

Arthur Buskov

Al even indrukwekkend was de bijdrage van deze jonge pianist. Hij speelde op 15 maart ’s ochtends als een van de pianostudenten van de onvolprezen Avedis Kouyoumdijan al een sonate van Scarlatti en de Prelude en fuga nr 24 opus 87 van Sjostakovitsj. Toen liet hij al horen over een groot talent te beschikken. Hij vertelde mij dat hij derdejaars student bij Naum Grubert en toen was mijn interesse gewekt. Tijdens een van de sessies met Kouyoumdijan speelde hij gedeeltes uit de Sonate in b van Liszt. Daarbij gaf hij al blijk van een stevige aop het geheel, maar je bent altijd benieuwd of en hoe een student de aanwijzingen van een meester tijdens een concert ‘toepast’. Tijdens eerdere edities van dit festival heb ik gemerkt dat dat niet noodzakelijkerwijs het geval hoeft te zijn. Buskov leverde echter een dag later zijn meesterproef met een uitvoering van deze sonate af. Die dwong in alle opzichten respect af: voor zijn feilloze techniek, zijn greep op de structuur van deze compositie en misschien nog het meest voor zijn prachtige frasering. Daarin was soms bijna ‘een op een’ die van Naum Grubert te horen. Het blijft buitengewoon boeiend hoe een docent dat op zijn studenten kan overdragen. Buskov liet overtuigend horen dat hij zich inderdaad de aanwijzingen van Kouyoumdijan ter harte genomen had, sterker nog: hij integreerde deze in een ijzersterke uitvoering. Het had eigenlijk zo op cd gekund en dat is geen gering compliment. Bovendien wist Buskov – evenals Mikdad een paar dagen later – de aanvankelijk onwillige Bösendorfer volledig naar zijn hand te zetten. Het leek erop alsof beide pianisten het instrument transcendeerden en ook dat was van beide pianisten een prestatie van formaat!

Willem Boone

 

Info:

https://schiermonnikoogfestival.nl/festivals/voorjaar-2026/

 

You May Also Like

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels

Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand

Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO