Over het Borodin Quartet en de waarde van traditie

Borodin en Brahms. Borodin Quartet viiert zijn 80-jarige bestaan met werken van Borodin, Rachmaninoff en Brahms. Gehoord: 20 maart 2026, Muziekbeouw aan ’t IJ, Amsterdam

Door Wenneke Savenije

 

Traditie in de klei

Op dit moment is Nederland weer in de ban van de Matthäus-Passion, die door het hele land wordt uitgevoerd door professionals en amateurs. De vastentijd zonder Bachs geniaal verklankte lijdensverhaal van Christus is in ons polderland ondenkbaar. Het is een van de weinige ijzersterke culturele tradities die ons land rijk is. En dat is een groot goed, want traditie geeft identiteit, houvast en verbinding. In de tradities van Oost-Azie ligt de nadruk op respect voor de voorouders en harmonie in de samenleving, in Afrika op de mondelinge overlevering van de kennis en wijsheid van ouderen en daarmee samenhangend de collectieve identiteit van de gemeenschap (‘Ik ben omdat wij zijn’), in het Midden-Oosten zijn tradities richtinggevend, normatief en veelal sterk verweven met religie en het dagelijkse leven, waarbij familie en eer een grote rol spelen. Bij inheemse culturen getuigen tradities vaak van diepe verbondenheid met de natuur en spiritualiteit. Maar in het verlichte Europa draaien tradities niet zozeer om de gemeenschap, maar om het individu. Tradities zijn er traditiegetrouw aan herinterpretaties onderhevig, zodat er sprake is van een spanningsveld tussen moderniteit en erfgoed. In de uitvoeringspraktijk van de klassieke muziek van het Westen speelt traditie een centrale maar complexe rol, door tegelijkertijd een bron van kennis en autoriteit én een leidraad voor interpretatie te zijn. Wie zich wil afzetten en nieuwe betekenissen wil creeëren speelt ‘nieuwe’ muziek of gooit als interpretator de kont tegen de krib en gaat op zoek naar vernieuwing, een begrip dat sinds de jaren zestig een dominante rol speelt in kunst en muziek en de beoordeling en subsidiëring ervan. En daarbij gaat niet zelden veel verloren, waaronder ‘bewezen’ artistieke waarde, ambachtelijkheid en universele betekenis, waarbij het kwalitatieve niveau en de houdbaarheidswaarde van kunstuitingen vaak te weinig aandacht krijgen.

 

 

Vernieuwing en traditie

Bij muziek is het dogma van de vernieuwing eigenlijk per definitie onzinnig, want of het nu om werken van Bach, Bartok of Joey Roukens gaat, door de aard van muziek klinkt elke uitvoering ervan per definitie anders en dus vernieuwend. Het zou, zeker in de wereld van de klassieke muziek, waarin vernieuwing omwille van de vernieuwing en originaliteit omwille van de originaliteit geen waarde hebben, dan ook een zegen zijn als dit begrepen zou worden, zodat de focus meer komt te liggen op behoud en voortzetting van kwaliteit, authentieke zeggingskracht en diepgang. Daarmee doel ik niet op de herontdeking en reconstructies van de authentieke muziekpraktijk, maar op de herwaardering van het ruimere begrip ‘authenticiteit’ in iedere muziekuitvoering, waarin behalve speelstijl, historische kennis, instrumentale vaardigheden, analytisch vermogen, esthetische opvattingen, een voorkeur voor bepaalde klankidealen, emotie en verbeeldingskracht, uiteindelijk de persoonlijkheid van de musicus of de signatuur van een ensemble of orkest van doorslaggevende betekenis zijn. Voorzover het uitvoeringen betreft, is het dogma van de vernieuwing dan ook in feite een tamelijk holle kreet. Bij de uitvoering van klassieke muziek duidt traditie op een ‘levende lijn’ van autoriteit en zich steeds weer vernieuwende waarden en betekenissen, gebaseerd op wat er al was en wat behouden moet blijven vanwege de waarde en schoonheid ervan, op een levende erfenis, een directe lijn -rechtstreeks of ‘gedeeld’ via voorgangers- naar componisten, iets dat op het hoogste niveau voortleeft en toch voortdurend verandert.  Van deze manier van waarde hechten aan traditie en het besef dat die traditie zich in het heden bij elk optreden per definitie steeds ‘hernieuwd’, is het Russische Borodin Quartet, dat verleden week haar 80ste verjaardag vierde in het Muziekgebouw aan ’t IJ, het onvolprezen schoolvoorbeeld.

 

 

Wisselingen van de wacht in stijl

Opgericht in 1945 in Moskou, aanvankelijk als het Moscow Philharmonic Quartet en vanaf 1955 als Borodin Quartet met Rostislav Dubinsky als primarius, die maar liefst 60 jaar lang aan zou blijven, werkte het kwartet van meet af aan nauw samen met Dmirtri Sjostakovitsj. Ze voerden veel van zijn strijkkwartetten uit in aanwezigheid van de componist, zodat er een directe overdracht van de door hem verlangde interpretatie plaats kon vinden. Het Borodin Quartet wisselde de afgelopen 80 jaar een paar keer van samenstelling: altviolist Rudolf Barshai werd opgevogd door Dmitri Shebalin en later Igor Naidin, tweede violist Yuli Yankelevich werd vervangen door Jaroslav Alexandrov die weer werd opgevolgd door Andrei Abramenkov, cellist Valentin Berlinsky die pas in 2007 plaats maakte voor Vladimir Balshin en de tweede primarius Mikhail Koperman, die werd opgevolgd door Ruben Aharonian, die in 2022 weer werd opgevolgd door de huidige primarius Nikolai Sachenko. Maar de nieuwe leden leerden van de nog zittende leden wat ze van de componist hadden geleerd, zodat het Borodin Quaret op het gebied van Sjostakovitsj terecht ‘authenticiteit met autoriteit’ kan claimen. ‘Ik vetrouw hen volledig’, verklaarde de componist zelf. Ook gaven de leden hun unieke speelstijl die van het begin af aan typerend voor het kwartet was aan elkaar door, zoals een extreem hechte samenspelcultuur waarin geen detail aan het toeval wordt overgelaten en alles volmaakt op elkaar wordt afgestemd, een zinderende, warme en donkere klank, emotionele intensiteit, krachtige spanningsopbouw, perfecte timing en lange spanningsbogen, die als het ware in het collectieve geheugen van het ensemble zitten.Het Borodin Quartet is trots op zijn traditie, wat zich uiterlijk manifesteert en zwarte lakschoenen, identieke zwarte maatpakken en zwarte vlinderstrikjes, want klasse en stijl moeten worden uitgedragen bij zo’n eerbiedwaardig strijkkwartet.  In de woorden van Valentin Berlinsky: ‘Traditie is niet iets vaststaands; het is iets wat je meedraagt en vernieuwt.’ Je zou het kunnen vergelijken met de groei van een boom die steeds nieuwe takken ontwikkelt die toch stevig verankerd zijn in de wortel en stam van de boom.

 

 

Excellente interpretaties

Van de huidige bezettig is altviolist Igor Naidin het langst zittende lid van het kwartet. Hij is het doorgeefluik voor de anderen en valt op door zijn schitterende, donkere, dragende altvioolklank. Primarius Nikolai Sachenko kwam er het laatste bij, maar deelt de opvattingen van de andere musici: ‘Wij proberen niet te veel te ‘interpreteren’; de muziek bevat al alles.’  Waaraan Sachenko, die met gemak een gevierd solist zou kunnen zijn, toevoegt: ‘De klank van een kwartet moet ademen als een menselijke stem.’ Het kwartet ziet zichzelf als één organisme: ‘Het belangrijkste is balans — geen gelijkheid, maar eenheid.’ En die eenheid manifesteert zich tot in de kleinste details, in strken en vingerzettingen, dosering en amplitude van vibrato, eensgezinheid in de golfbewegingen van dynamiek en rubato, balans in samenklank en een loepzuivere intonatie. Op al die punten musiceert het Borodin zo superieur dat het zeker voor strijkers niet alleen een genot, maar ook een levensles is om naar dit kwartet te luisteren. In het Muziekgebouw aan ’t IJ speelde het Borodin Quartet geen Sjostakvitsjm maar Borodin, Rachmaninoff en Brahms. De muziek van Borodin moet zingen; zonder cantabile verliest zij haar ziel. Bij Borodin is de melodie alles,’ verklaarde het kwartet bij gelegenheid. En dat was te horen aan de kleurrijke, evocative en zangerige uitvoering die ze van Borodins Strijkkwartet nr. 1 in A gaven, een werk waarvoor Borodin het hoofdthema ontleende aan Beethovens Strijkkwartet op. 130 waarin lyriek wordt afgewiseeld met polyfonie, waabij het Borodin Quartet vanzelfsprekend garant stond voor een glasheldere opbouw van de structuur, transparantie, zuiverheid, ‘holistische’ evenwichtigheid en vloeiende overgangen. Daarna verzonk het Borodin Quaret liefdevol in de melancholieke wereld van de Romance uit Rachmaninoffs onvoltooide Strijkkwartet nr. 1, waarin weemoedige melodiestromen worden ‘opgeschrikt’ door verassende harmonieën, pizzicato’s en tremolo’s, waar die het kwartet naadloos inpaste in het geheel. Tot besluit klonk een ode aan Brahms in de vorm van een magistrale, bloedrode maar toch ook lichtvoetige uitvoering van diens ingenieus gecomponeerde Strijkkwartet nr. 3 op. 67,  waarna het Borodin Quartet haar verjaardagsfeest afsloot met een schitterende vertolking van het langzame deel uit het Eerste strijkkwartet van Brahms. Het was een subliem concert.

Wenneke Savenije

 

 

Info:

https://borodinquartet.org

www.muziekgebouw.nl

You May Also Like

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels

Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand

Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO