Hartnut Haenchen dirigeert Bruckners Vijfde bij Nederlands Philharmonisch

Nederlands Philharmonisch o.l.v. Hartmut Haenchen. Anton Bruckner – Vijfde symfonie. Gehoord: 22 maart 2026, TivoliVredenburg, Grote zaal, Utrecht

Door Peter Schlamilch

 

‘Ik ben ongelukkig; ik heb geen vreugde meer in het leven. Al die inspanningen hebben tot niets geleid.’ Begin 1875, net nadat Anton Bruckner zijn Vierde Symfonie had afgerond, kwam alle ellende samen: armoede, een proces, salarisverlies, afwijzing voor een universitaire post en het gevoel dat zijn verhuizing naar Wenen een grote fout was geweest. Hij begon de Vijfde precies in die donkerste weken, maar toch is het opmerkelijk: uit die diepe neerslachtigheid ontstond juist een van zijn meest architectonisch perfecte, contrapuntisch briljante en uiteindelijk triomfantelijkste werken – een muzikale kathedraal terwijl zijn eigen leven wankelde.

 

 

Moeilijkste periode

‘Ik heb nu alleen nog mijn betrekking aan het Conservatorium, waarvan het inkomen onmogelijk is om van te leven. Ik heb herhaaldelijk geld moeten lenen, of ik zou van honger zijn omgekomen. Niemand helpt me. De minister van Onderwijs maakt beloften, maar doet niets. Als er niet een paar buitenlanders waren die bij me studeren, zou ik bedelaar moeten worden. Had ik maar gedroomd dat zulke verschrikkelijke dingen me zouden overkomen, dan had geen aardse macht me naar Wenen kunnen krijgen. O, hoe gelukkig zou ik zijn als ik naar mijn oude positie in Linz kon terugkeren!’ Het is duidelijk: de sociaal wat onhandige en boerse Bruckner zit in een van de moeilijkste perioden van zijn toch al niet bepaald vrolijke leven. Het zijn dan ook deze kanten van de muziek die je wilt horen in een uitvoering ervan, maar daar is Haenchens dirigaat gewoonweg te academisch voor.

 

 

On-ijdel en analytisch

De Dresdner dirigent kent zijn Bruckner van binnen en van buiten, zoveel is duidelijk. Soeverein loodst hij het uitstekend spelende Nederlands Philharmonisch door de soms lastige overgangen en tempowisselingen, kiest uitstekende tempi en houdt de balans goed in de gaten – alleen het scherpe koper wil nog wel eens schel overheersen, maar dat is bijna niet te vermijden in deze partituur. Er wordt zeer geconcentreerd gespeeld, veel solo’s zijn heel mooi en er heerst grote eenheid. Maar toch… waar blijft de emotie op het gezicht van de dirigent, die nog maar een dag eerder 83 jaar werd? Er is veel concentratie op af te lezen, veel toewijding en ernst, maar passie en hartstocht zien we er niet op, en ook zijn slag is weliswaar volstrekt onijdel en analytisch, maar wordt vrijwel nergens meeslepend of transcedent – het blijft bij een meer dan uitstekende lezing van Bruckners complexe symfonie, wat op zichzelf al een heel goede prestatie is.

 

 

 

Raadsels van wereld en universum

Haenchen laat het orkest vloeiend spelen, maakt mooie opbouwen en het orkest klinkt goed afgewerkt, zoals kleine accentjes en subito piano’s (plotseling zacht) her en der verraden. Er is over deze interpretatie nagedacht, een leven lang, dat is wel zeker: zo staan de contrabassen in twee verschillende groepen opgesteld, ongetwijfeld een relict van de première (hoewel die met een zwaar gemutileerde partituur werd gespeeld) maar of het voor een grote zaal als Vredenburg ook de beste keuze is? Er zijn gelukkig grote, volumineuze climaxen, maar die missen vaak nèt even die ‘vertragende weerstand’ op het hoogtepunt waar deze stijl zo om vraagt – heel even wachten voor het grote accoord geeft een extra agogiek die zo bevrijdend kan zijn, en ook in fermaten of generaalpauzen komt het vervolg soms nèt iets te snel om het gehoorde even op je te laten inwerken. Het spel van spanning en ontspanning speelt Haenchen niet, maar wel schetst hij ons helder en transparant hoe Bruckner zijn meesterpuzzel in elkaar heeft gelegd – ook een grote kwaliteit. De grote, veelbetekenende stilten waarin alle raadsels van wereld en universum samenkomen ontbreken, net als punten, komma’s, dubbele punten en vraagtekens.

 

Overwinningsaccoorden

Het langzame tweede deel klonk voorbeeldig in het orkest en het derde ook, hoewel dat laatste wat sarcastischer had mogen bijten. De finale kenmerkte zich door een sterke eenheid in het orkestspel, met prachtige hoorns (maar ook anderen), en Bruckners wat naïeve overwinningsaccoorden bliezen de zaal bijna uit elkaar, heel fijn. Een uitstekend spelend NedPho had een puike Bruckner afgeleverd.

Peter Schlamilch

 

Info:

https://orkest.nl

You May Also Like

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels

Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand

Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO