Muzikaal magistrale Elektra in Düsseldorf

Richard Strauss – Elektra. Düsseldorfer Symphoniker o.l.v. Vitali Alekseenok. Met Ingela Brimberg (Elektra), Liana Aleksanyan (Chrysothemis), Linda Watson (Klytämnestra), Cornel Frey (Aegisth), Richard Šveda (Orest) e.a. Regie: Stephan Kimmig. Gehoord: 12 april 2026 (première), Deutsche Oper am Rhein, Düsseldorf

Door Peter Schlamilch

 

Richard Strauss’ eenakter Elektra is een sneltrein die gelanceerd wordt met een oerknal en zich, bijna twee uur later, zonder pauze, kapotrijdt tegen een muur die alles en iedereen vernietigt: voor velen volstrekt onbekende maar evenzo geniale muziek die alle emoties onderstreept, verdubbelt, bevriest of opstookt – Strauss kon, zoals bekend, alle menselijke en vooral onmenselijke zieleroerselen en gedragingen in klank omzetten. Hij gebruikte daar in Elektra een enorm orkest voor, met zeer veel strijkers, alleen al 22 houtblazers – waaronder bassethoorn, heckelfoon (soort fagotachtige hobo) en basklarinet en contrafagot – en zeer veel koper en slagwerk, zoals Wagnertuba’s, bastrompet, contrabastrombone en zelfs castagnetten. En toch: elke instrument is nodig, elke maat staat op zijn plaats en geen noot is overbodig – een meesterwerk dat iedereen zou moeten kennen.

 

 

Etherische passages

En dat laatste kan, tot 4 juni as., heel makkelijk in de Deutsche Oper am Rhein in Düsseldorf, vlak over de Nederlandse grens, waar ik regelmatig heen ga omdat er vaak zo gruwelijk goed wordt gezongen en gemusiceerd, zoals in de Cavalleria/Pagliacci die ik er twee jaar geleden zag. Ook de huidige productie van Elektra is muzikaal ijzersterk, ook al moest de titelheldin op het laatste moment afzeggen wegens ernstige hoestbuien – ze werd uitstekend vervangen door de Zweedse sopraan Ingela Brimberg, iemand die misschien niet wereldberoemd is, maar een indrukwekkende carrière heeft. Brimberg beschikt over een volumineuze dramatische stem, en dat was maar goed ook, want de Wit-Russische chef-dirigent Vitali Alekseenok (35) liet de Düsseldorfer Symphoniker voluit spelen, en dat kan eigenlijk ook niet anders in deze partituur: er gebeurt zo ontzettend veel dat soms horen en zien je moet vergaan, en dat deed het. Gelukkig heeft Alekseenok ook het talent om dat enorme apparaat in bedwang te houden, wat dat tot flinterdunne, adembenemend mooie etherische passages leidt – gecombineerd met zijn oerdegelijke maar altijd expressieve slag is dit een groot dirigent die allen nog maar groter kan worden.

 

 

Vrijheid en liefde

Waar Brimberg dus groots en meeslepend zong, speelde ze ook haar rol, die van de half waanzinnig geworden, op wraak beluste Elektra, zo overtuigend dat we aan kleine minpuntjes helemaal niet toekwamen: de Zweedse zong een voortreffelijke wraakgodin, geen moment verslappend in de afzichtelijke kleding en decors die ze helaas had meegekregen, steeds aanwezig en alert – ga er maar aan staan, als je nog geen vijf dagen daarvoor gevraagd bent om in te vallen en om vier uur moet opstaan om naar Düsseldorf af te reizen. Chapeau!

Niet minder voortreffelijk was haar zusje Chrysothemis, gezongen door de Armeense lyrisch-dramatische sopraan Liana Aleksanyan, die misschien nog wat onschuldiger en naïever had kunnen acteren (ook haar kleding had costumière Anja Rabes uit de plaatselijke Wibra gehaald), maar ze zong zo hartverscheurend mooi dat we alle platheid op het toneel vergaten en werkelijk de wanhopige, jonge vrouw zagen die naar vrijheid en liefde verlangde, nee: daarnaar smachtte, snakte en zelfs hunkerde.

 

 

Lollig buitelende acrobaat

Die lelijkheid was het gevolg van het toneelbeeld van Katja Haß, die de hele handeling van wraak, haat en moord op een doorsnee bakstenen binnenpleintje van een lelijk nieuwbouwwijkje had geplaatst, waar Elektra aan het begin even aan een kapotte, half zichtbare auto sleutelde – een zó absurde associatie, dat ze na enkele minuten, vreemd genoeg, ging wennen en bijna vervaagde voor onze ogen, daarbij geholpen door het feit dat er bijna twee uur lang niets, maar dan ook absoluut niets aan het decor veranderde: alleen aan het einde verscheen er even een lichtblauwe zomerdag – was alles weer pais en vree? Moeilijk voorstelbaar na de moord van de zoon op de moeder, die eerst zijn vader had gedood, die weliswaar daarvoor weer hun andere dochter had geofferd en de moeder ontrouw was geweest, maar niet dan nadat de moeder eerst hem had bedrogen met een ander – om maar een klein deel van de oneindige opstapeling van leed en verdriet te schetsen. We dachten aanvankelijk dat we wellicht naar het decor van de vorige avond zaten te kijken, dat men was vergeten weg te halen – misschien een West Side Story? Hoe het ook zij, dankzij de grootse muzikale prestaties van zangers en orkest waanden we ons na verloop van tijd bij een concertante uitvoering – en dat was een zegen. Alleen kwam er soms een cameravrouw op, die wat beelden maakte die kort geprojecteerd werden, of een lollig buitelende acrobaat – we hadden geen enkel idee wat de diepere betekenis ervan zou kunnen zijn, maar dat kon ook totaal niet meer boeien: we namen die kleine storingen voor lief, want we genoten met volle teugen van de geweldige zangers en van het orkest, dat door dirigent Alekseenok zo goed was voorbereid dat elk detail uit Strauss’ hondsmoeilijke partituur perfect – maar vooral dramatisch doorleefd – uit de orkestbak spoot.

 

 

Wát een avond

Al dat scènische geklungel leidde tot een hevig boe-geroep voor het regie-team bij de première (vooral de in Düsseldorf debuterende regisseur Stephan Kimmig had het zwaar te verduren), heviger dan ik ooit gehoord had, en ik snapte het goed: zoals ik hier steevast beweer moet een operavoorstelling zonder uitleg te begrijpen zijn, en hoewel die uitleg vast in het mooie programmaboekje stond, is dat niet hoe kunst werkt – kunst moet direct tot het hart of het verstand spreken, liefst beide. En waar zangers en orkest dat volop deden, werkten decor, belichting, kleding en regie bijna nooit in dienst van de handeling of muziek. Gelukkig dat er zo goed werd gezongen in de hoofdrollen, en dan heb ik het nog niet eens over de uitmuntende vertolking van Klytämnestra door tweevoudig Kammersängerin Linda Watson, die een fenomenale carrière heeft doorlopen en nog steeds, sterk zingend en acterend, een grote toneelpersoonlijkheid heeft en Elektra’s slechte, maar gekwetste moeder indringend gestalte gaf. Richard Šveda was een prachtige, donkerbruine Orest en Cornel Frey zong zijn Aegisth zo sterk en indringend, dat zijn korte optreden steengoed en messcherp werkte. Alleen zijn dood, door de hand van Orest, viel door de slappe, ondramatische regie volledig in het water, maar daar kon hij weinig aan doen, net als Elektra die, in plaats van haar grote slotmonoloog scènisch op te kunnen bouwen, constant in de weer moest zijn met het afdeppen van het lijk van haar moeder (waarom?), waardoor de slotmaten van Strauss’ horroropera aan effect inboetten, ondanks dat dirigent en orkest zichtbaar en hoorbaar alles gaven. En toch: wát een avond – muzikaal zo hoogstaand, dat ik iedereen aanraad deze voorstelling met eigen ogen te gaan bekijken. Of liever: beluisteren.

Peter Schlamilch

Foto’s: Sandra Then

 

 

Meer info: operamrhein.de

You May Also Like

Sterrencast met Netrebko redt Verdi’s Ballo in maschera in Berlijn

Minimal Music Festival opent met Moore en Vukosavljević

Hohe Messe geraffineerd maar weinig meeslepend

Larbi – Introdans danst Cherkaoui