Kleurrijk concert 60 jaar De Doelen dankzij Thomas van Dun

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Jukka-Pekka Saraste. Scenografie: Frouke ten Velden. Programma: Thomas van Dun, L’Appel du Vide (wereldpremière), Anton Bruckner, Vijfde symfonie. Gehoord: 15 mei 2026, De Doelen, Rotterdam.

Door Michael Klier

 

Zestig jaar geleden, in mei 1966, opende concertgebouw en congresgebouw De Doelen voor het eerst zijn deuren. Het was de kroon op de Rotterdamse wederopbouw. Dit jubileum van hun concertzaal vierde het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) met een speciaal opdrachtwerk, en Anton Bruckners monumentale Vijfde. Componist en schilder Thomas van Dun had een companion piece geschreven waarin naast het voltallige orkest ook het orgel een prominente rol speelde. Om het verjaardags-spektakel compleet te maken werden de muren van de zaal verlicht door bewegende projecties van licht en kleur. Voor Van Dun was dit echt een meerwaarde, voor Bruckner helaas niet.

 

 

Van Dun maakt indruk

‘Ik streef ernaar de toeschouwer te raken, mee te nemen door een wereld van geluid en kleur, en emoties op te wekken die nog lang na de ervaring blijven hangen.’ Zegt Van Dun op zijn website. Zijn muziek wordt gekenmerkt door ritmische levendigheid, een kleurrijke instrumentatie en de inzet van een breed scala aan percussie-instrumenten. Drie jaar geleden hoorde ik zijn debuut bij de ZaterdagMatinee Rocailles de l’après-vie…. De filmische muziek maakte toen indruk, maar vergat een meeslepend verhaal te vertellen. Ook L’Appel du Vide is geen vertellende muziek, maar een interessante afwisseling tussen luid orkestgeweld en zachte melancholie.

 

 

Orgel en exotisch slagwerk

L’Appel du Vide begint klankvol met het grote strijkersapparaat van waaruit een vreemd klinkend glissando opstijgt. Dit herhaalt zich enkele keren en is bepalend voor de voortgang. Van Dun experimenteert namelijk met klanken die wel of niet bij het traditionele orkest horen. Zo klinken even later verschillende soorten exotische gongs waaruit een wonderbaarlijk intense melodielijn opstijgt. Ook deze wordt meerdere keren herhaald. Plotseling zwijgt dan het orkest en het orgel begint met zachte, stotterend voorgedragen akkoorden. Het gebruik van het orgel met zijn indrukwekkend vormgegeven orgelpijpen is zeker een knipoog naar de zaal in al zijn glorie. Het is daarnaast een mooie verwijzing naar het volgende stuk, van Bruckner, die zelf een vermaarde organist was.

 

 

 

Licht als ruimtelijk decor

De organist (helaas niet genoemd in het programmaboek) schakelt op een gegeven moment het licht van zijn lessenaar uit en verdwijnt zo inclusief orgelconsole en registrant in het donker. De veelkleurige lichtprojectie bestrijkt nu de hele achterwand en dompelt het volledige podium onder in een kolkende zee van kleurvormen. ‘Voor deze nieuwe compositie creëer ik een meeslepende scenografie met videomapping, gekleurd licht en een abstract ruimtelijk decor. De scenografie illustreert de muziek niet, maar werkt in verschillende lagen – visueel, fysiek en emotioneel.’ legt scenografe Frouke ten Velden uit. Voor de emotioneel geladen opdracht compositie van Van Duns was dit zeker een meerwaarde.

 

 

Plechtige Bruckner

Minder geslaagd was het lichtontwerp voor Bruckner. Zijn Vijfde symfonie werd zonder pauze, direct erna ten gehore gebracht en dat kwam gehaast over. Zonder tijd en rust om de muziek van Van Dun te verwerken begon het orkest met wat Bruckner zelf zijn Phantastische noemde. Anders dan in al zijn andere symfonieën begint Bruckner het Allegro met een langzame inleiding, die de thematische basis van de hele symfonie vastlegt. Dirigent Jukka-Pekka Saraste liet de contrabassen met hun langzaam swingende pizzicato alle tijd. Daarna zette hij een plechtig strijkerskoor neer. Vooral het prachtige koper maakte gedurende de volgende 75 minuten grote indruk.

 

 

 

Dirigent Saraste

Maar gedurende de symfonie begon de lichtshow te irriteren. Opeens was de zaal helder verlicht, dan weer bloedrood. Een direct verband met de rijke themaontwikkeling van Bruckner werd niet duidelijk en het leidde te veel af van de muziek. Saraste leek eveneens afgeleid en miste vooral in het weeldige Finale de rust om de ontknoping van het muzikale materiaal tot een goed eind te leiden. Voor de laatste fortississimo fanfare liet hij alle koperblazers opstaan. Helaas was door dit gebalde klankgeweld de fantastische hoorngroep minder goed te horen. Minder was meer geweest.

Michael Klier

Foto’s: Guus Dubbelman, Marja Koole e.a.

 

De recensie verschijnt ook op https://musicwork.shop/blog/

 

 

Info:

 

www.dedoelen.nl

You May Also Like

Amy Beach’ Keltische Symfonie maakt indruk bij Antwerp Symphony Orchestra

Thomas Oliemans klinkt altijd natuurlijk in zijn dubbelrol

Bachvereniging subliem in modern werk van Mayrhofer

Paul Lewis geeft pianorecital van wereldklasse in de Waalse Kerk