Paul Lewis geeft pianorecital van wereldklasse in de Waalse Kerk

Bösendorfer Piano Series. Paul Lewis, piano. Mozart: Sonate in C, KV 330, Sonate in c, KV 457; Poulenc: Improvisations 7-12, 1-6 & 13-15; Debussy: l’Isle Joyeuse. Gehoord: 14 mei 2026, Waalse Kerk, Amsterdam
Door Wenneke Savenije
Ondanks zichzelf een ster
Paul Lewis (1972) behoort tot de beste Britse pianisten van zijn generatie, maar gedraagt zich bijna als een anti-ster. Hij doet niet aan social media, is blij met het rustige verloop van zijn carrière (‘Als het succes heel snel was gekomen, had het me vernietigd’) en is enkele jaren geleden met zijn gezin naar Noorwegen vertrokken, het vaderland van zijn vrouw, de celliste Bjørg Lewis. Van daaruit timmert hij opvallend weinig aan de weg, maar hij heeft wel mooie opnames gemaakt en is ook regelmatig als solist te gast bij orkesten als de Berliner Philharmoniker, Chicago Symphony, London Philharmonic en het Concertgebouworkest. Geboren in Liverpool als zoon van een havenarbeider, groeide Lewis op met de Beatles. Op de lagere school kreeg hij de kans cello te spelen, maar dat instrument lag hem niet. Omdat zijn muzikaliteit opviel, mocht Lewis piano gaan spelen. In de plaatselijke discotheek leende hij langspeelplaten met klassieke muziek, die hem zo aansprak dat hij besloot piano te gaan studeren aan de Chetham’s School of Music in Manchester, en later aan de Guildhall School of Music in Londen.



Alfred Brendel
Op een dag kwam Alfred Brendel daar op bezoek hoorde hem piano spelen. ‘Nu kan ik wel inpakken’, dacht de bescheiden Lewis, maar het pakte anders uit. Brendel raakte gefascineerd door het heldere en integere spel van Lewis en nodigde hem uit voor een les. Lewis: ‘We werkten vijf uur aan de Dante-sonate van Liszt. Het ging alleen maar over muziek. Hij was een groot meester van het pedaalgebruik. Ik kwam thuis en wist niet meer waar ik moest beginnen.’ Die les draaide uit op veel meer lessen en Brendel ging zich inzetten voor Lewis, die hij hoog had zitten. Dat heeft de carrière van de Britse pianist zeker een grote impuls gegeven, zodat hij in seizoen 2003-2003 o.a. opdook in de Serie Meesterpianisten van Marco Riaskoff, waarin hij debtuteerde met de drie laatste Schubert-sonates. Ik hield van tevoren mijn hart vast, want als die cyclus niet heel goed wordt gespeeld draait het uit op een eindeloos verhaal. Voor Lewis, die voor het eerst een solorecital gaf in een grote zaal, was het een spannende uitdaging, maar ik herinner me nu nog hoe prachtig hij de late Schubert speelde en schreef een lovende recensie. Het duurde niet lang of Lewis werd internationaal gezien als een grootheid.

Mozart omarmt Poulenc
En nu zat Paul Lewis, die uiterlijk nauwelijks veranderd is en nog steeds bij voorkeur Schubert, Mozart en Beethoven speelt, ineens achter de Grand Bösendorfer in de sfeervolle Waalse Kerk. Hij had een bijzonder programma bedacht, waarmee hij wilde aantonen dat de vaak onderschatte pianosonates van Mozart niet per se onderdoen voor zijn pianoconcerten. Hij begon met een kernachtige, niet sentimentele maar wel vitale uitvoering van Mozarts Sonate in C, KV 330 en eindigde met een pure en dynamische uitvoering van de Sonate in c, KV 457, waarbij hij excelleerde in heldere structuren, stevige contouren, een volle maar verfijnde klank, elegant verende fraseringen, een subtiel opgebouwde dynamiek en een sterke ‘operateske’ drive van begin tot eind. Fraai liet hij uitkomen dat Mozart altijd weer weet te ontsnappen aan het modderige labyrint van de menselijke emoties, door nooit te blijven zwelgen in droevigheid of door te slaan in vrolijkheid en alles daar tussenin. Mozart omcirkelt als een sierlijk vliegende zwaluw alle gemoedsbewegingen, duikt erin onder en stijgt er al snel weer uit op en speelt een kwikzilverachtig spel tussen hoofd en hart, waarbij het hart altijd wint.

Poulenc & Debussy
Lewis liet Mozart de karakteristieke ‘improvisaties’ van Poulenc omarmen, waarin op nerveuze, ironische, dromerige, onstuimige en humoristische wijze het leven voorbijtrekt met een cabaretachtige lichtvoetigheid en soms heel even met onverwachte emotionele diepgang. Lewis speelde ze alsof het een reeks dagboekfragmenten over Poulencs leven in Parijs betrof, met Mozartiaanse helderheid, neurotische kwinkslagen en Frans esprit, waarbij hij het juiste midden hield tussen te zwaar (banaal) en te licht (oppervlakkig). Op een volkomen natuurlijke manier liet hij de zwierige elegantie, naiviteit, melancholie en afstandelijkheid van Poulencs muziek tot de verbeelding spreken. Poulenc op zijn beurt omarmde in dit recital weer Debussy’s L’Isle Joyeuse, waarin de golven tegen de rotsen klotsen en het licht zich in een waaier van kleuren weerspiegelt in de zee. Lewis gaf er een organische en intense lezing van, waarin geuren en kleuren, erotiek en vrijheid zich onbekommerd vermengden tot een soort pantheïstische vreugdedans.
Wenneke Savenije

Info:
https://dewaalsekerk.nl/muziek/bosendorfer-piano-series-25-26
NB: Op de laatste foto van Paul Lewis achter de vleugel bespeelt hij een Steinway in een andere zaal!