Thomas Oliemans klinkt altijd natuurlijk in zijn dubbelrol

Internationaal Lied Festival Zeist. Werken van Schubert, Harry Bannink, Randy Newman, Bram Vermeulen, Pfitzner, Debussy, Schumann en Brahms. Gehoord: 17 mei 2026, Broedergemeente Zeist

Door Willem Boone

 

Thomas Oliemans, bariton en piano

Wat de reden was waarom artistiek leiders Henk Neven en Hans Eijsackers voor het recital van Thomas Oliemans op het podium van de Broedergemeente in Zeist verschenen, werd me niet helemaal duidelijk. Eijsackers memoreerde dat het lang geduurd had voor hij Oliemans had kunnen strikken voor een optreden bij het Internationaal Lied Festival Zeist. ‘Het nadeel is dat hij vindt dat hij alles alleen kan en dat vind ik een beetje jammer. Maar hij kan het wel.’ Daar had hij gelijk in, maar je kunt je inderdaad afvragen wat de zanger bewogen heeft om zichzelf tijdens zo’n afwisselend programma te begeleiden aan de vleugel. Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat het om een stunt gaat, maar de dubbelrol ging hem goed af. Sterker nog: hij kwam in beide hoedanigheden overtuigend en natuurlijk over. Als je je ogen dichtgedaan had, zou je gedacht hebben dat er wel degelijk een begeleider aanwezig was. Oliemans speelt uitstekend piano: zijn begeleidingen waren steeds genuanceerd en leken er niet onder te lijden dat hij tegelijk zong. Hij moet over een goede coördinatie beschikken, want om tegelijk van een iPad de piano-en zangpartij te lezen moet je van goeden huize komen. Als zanger is hij dankzij een sonore stem en goede dictie steeds verstaanbaar, ook als hij met zijn gezicht naar de vleugel gekeerd zit. Toch was het om een reden ‘jammer’ dat hij zichzelf begeleidde: doordat hij achter de vleugel zat, was het niet mogelijk om de expressie in zijn gezicht te zien. Dat is iets wat je toch graag bij een zanger wilt zien en het vormt vaak een wezenlijk deel van een interpretatie. Dat deed zich bijvoorbeeld bij het lied Alinde D 904 van Schubert voor, waar het herhaalde ‘Alinde! Alinde!’ steeds een andere lading kreeg.

 

Nederlands en Engels repertoire

Het programma was veelzijdig en had als thema ‘Onder de appelboom’ meegekregen. Doordat Oliemans zo natuurlijk zong, was de overgang naar Harry Bannink niet groot. Opvallend was daarbij dat zijn timbre anders klonk: zijn stem klonk meer achter in de keel. Het was te begrijpen, want waarschijnlijk hadden deze liedjes vreemd geklonken als hij ze met hetzelfde timbre als in Schubert gezongen had. Qua sfeer paste Roeitocht trouwens goed bij laatstgenoemde componist. De tekst van Hans Dorresteijn was beurtelings grappig en cynisch (‘Haar liefde bleef, terwijl haar domheid in de dood verdween.’). De steen van Bram Vermeulen viel op door de mooie tekst en had een jazzy begeleiding. Ook ‘Feels like home’ van Randy Newman paste heel goed in dit programma. Het had eveneens een mooie tekst en de warme pianobegeleiding was passend. Ik vroeg me alleen bij dit nummer af wat de link met het centrale thema was.

 

 

Oliemans vervolgde met ‘Beau soir’ van Debussy en daarmee zong hij voor de pauze maar liefst in vier talen, wat voor een zanger een nog bijkomende opgave is. Naar mijn idee klonk dit fraaie lied van Debussy overigens een fractie te snel. Bij het laatste lied voor de pauze, Schuberts ‘Auf der Donau’ D 553 kwam ook een frase voor waarbij ik graag de gezichtsuitdrukking van de zanger had willen zien: ‘… wird uns bang, Wellen droh’n, wie Zeiten. Untergang.’ Het laatste lied voor de pauze, ‘An den Mond in einer Herbstnacht’ D 614 was net als de meeste andere liederen van deze componist op het programma niet erg bekend, maar heel mooi door de verstilde sfeer. Overigens viel op dat de zanger een enkele keer een tekst zong die licht afweek van die in de programmatoelichting. Zo kwam er in laatstgenoemd lied de zin ‘Wo ich oft als Knabe knüpfe’, waar Oliemans ‘Wo ich eins als Knabe knüpfe’ zong.

 

 

Inhoudelijke samenhang

Na de pauze bleek nogmaals dat de zanger in zijn dubbelrol een bijzondere prestatie leverde. Bij het lied ‘Auf der Bruck’ D 853 was de pianopartij namelijk bepaald niet gemakkelijk. Interessant waren de twee liederen van Hans Pfitzner, die je zo goed als nooit hoort. Ze waren indringend en duister van sfeer en ze zouden niet op liedrecitals misstaan.  Bij ‘Ik haat de maan’ van Harry Bannink zette de zanger aanvankelijk een wals van Chopin in, wat bij mij even voor verwarring zorgde. Even daarna zette hij alsnog het bewuste lied in dat qua thema overeenkomsten met Chopin vertoonde. Ook dit lied was gezet op een absurde en grappige tekst van Hans Dorrestijn. De rest van de wals speelde Oliemans alsnog, maar wel in een te snel tempo. In het lied ´Onder de appelboom’ leek de begeleiding op muziek van Schubert, wat voor een inhoudelijke samenhang in een op het eerste gezicht misschien onsamenhangend programma zorgde. Het korte lied ‘Feldeinsamkeit’ van Brahms paste op zijn beurt weer goed bij de donkere liederen van Pfitzner. Het laatste lied, ‘Der Musensohn’ D 764 is een van de bekendste van Schubert en dit nam de zanger in een snel tempo, waarbij de pianopartij overigens exact bleef klinken.

 

 

Als toegift zong hij een Nederlands lied, waarbij ik niet verstond van wie het was. Het ging over zijn schooltijd en de cijfers die hij destijds haalde. Ditmaal zong hij uit zijn hoofd en keek hij af en toe de zaal in. Het was een charmante en grappige afsluiting van een indrukwekkend recital.

 

 

Het Internationaal Lied Festival Zeist duurt nog de hele week tot en met 23 mei met dagelijks concerten en masterclasses.

Willem Boone

Info:

www.ilfz.nl

 

You May Also Like

Amy Beach’ Keltische Symfonie maakt indruk bij Antwerp Symphony Orchestra

Kleurrijk concert 60 jaar De Doelen dankzij Thomas van Dun

Bachvereniging subliem in modern werk van Mayrhofer

Paul Lewis geeft pianorecital van wereldklasse in de Waalse Kerk