Amy Beach’ Keltische Symfonie maakt indruk bij Antwerp Symphony Orchestra

Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Jan Söderblom. Met Alexander Melnikov, piano. Jean Sibelius – De oceaniden, Sergej Rachmaninoff – Pianoconcert nr. 1 in fis, Amy Beach – Symfonie in e, ‘Gaelic’. Gehoord: 17 mei 2026, TivoliVredenburg, Grote zaal, Utrecht (gereviseerde versie).

 Door Peter Schlamilch

 

Vrouwvriendelijk

Hèhè, wat een verademing, een echtgenoot die zijn componerende vrouw nu eens wél alle ruimte gaf om zich te ontwikkelen: na Fanny Mendelssohn (de zus van Felix, die door haar vader en broer werd ontmoedigd), Clara Schumann (haar man Robert steunde haar wel, maar verwachtte dat ze na het huwelijk vooral voor het gezin zorgde – ze kregen 8 kinderen) en Alma Mahler (Gustav stelde als voorwaarde voor het huwelijk dat ze helemaal zou stoppen met componeren – Alma gaf hieraan toe, uit liefde, maar ze heeft het hem altijd kwalijk genomen) steunde Dr. Henry Harris Aubrey Beach zijn vrouw Amy wél, hoewel hij een volledige carrière als concertpianiste ontmoedigde. Voor ons misschien beter, anders hadden we wellicht Amy’s prachtige en opmerkelijke Gaelic Symphony (1896, ze was 29) nooit gekend, haar bekendste werk en tevens de eerste symfonie van een Amerikaanse vrouw.

 

 

Stijl en vindingrijkheid

Amy Beach (1867–1944) was een Amerikaanse componiste en pianiste en geldt als de eerste succesvolle vrouwelijke componiste van ‘grootschalige klassieke muziek’ in de Verenigde Staten.

 

 

Als baby toonde ze al een buitengewoon muzikaal talent: ze kon melodieën perfect nazingen, componeerde op vierjarige leeftijd al eenvoudige stukjes en speelde werken van Beethoven, Händel en Chopin op gehoor. Ze kreeg maar heel beperkt formeel onderwijs en was vooral autodidact als componiste. Op 16-jarige leeftijd debuteerde ze publiekelijk als pianiste en publiceerde ze haar eerste composities, en trad later op met het Boston Symphony Orchestra. Haar Gaelic Symphony is van een opmerkelijke schoonheid, maar bijna ongelooflijk, voor een autodidacte, zijn de vormvastheid, structuur en de mooie instrumentatie. Haar muziek is dan misschien niet geniaal, maar mooi, spannend, expressief en onderhoudend is ze wel. Ze heeft alle kenmerken van het kleurenpalet van Brahms, en ook vorm en opbouw doen daar sterk aan denken. Toch heeft Amy Beach een eigen stijl en vindingrijkheid, en is haar muziek emotioneel en overtuigt in elk deel.

 

 

‘Dirigentloos orkest’

Het eerste deel, een keurige sonatevorm, klinkt Gaelic noch Amerikaans, maar veeleer als de nooit geschreven Vijfde van Brahms: niet zo geniaal en hemelbestormend als de grote meester natuurlijk, maar heerlijk vol van klank, met mooie melodieën en prachtige harmonieën. Alles is een beetje voorspelbaarder dan bij het Hamburgse genie, maar allemachtig, wat is deze muziek goed geschreven. Het Antwerp Symphony Orchestra (vroeger gewoon De Philharmonie van Antwerpen geheten) heeft er duidelijk zin in (het was hun eerste keer) en dirigent Jan Söderblom, van huis uit violist en concertmeester, laat het orkest de vrije hand, in stijl met zijn opvattingen over het ‘dirigentloze orkest’, waarin de musici ‘zichzelf leiden’, dikwijls onder aanvoering van de concertmeester (vaak hijzelf), maar altijd in nauwe samenwerking met de strijkers- en blazersaanvoerders. Hij heeft een eigen aanpak ontwikkeld voor het ‘dirigentloos’ symfonisch werken, dat tot een kamermuziek-intimiteit (zijn achtergrond als kwartetspeler) met symfonische kracht moet leiden en extreem hoge concentratie vraagt, veel onderling luisteren en een grote collectieve verantwoordelijkheid vergt – heel anders dan het traditionele dirigent-model. De musici hebben meer inbreng en een groter bewustzijn (goed luisteren), maar het is lastiger bij zeer complexe, moderne of grote romantische werken zoals deze Gaelic Symphony.

 

 

Soepel en organisch

Zijn directiestijl is professioneel, helder en vloeiend, maar insisteert soms net te weinig en dwingt een wat rauwere, diepgravender toon niet altijd af: mogelijk vertrouwt hij op het oordeel van zijn musici en accepteert hij hun collectieve interpretatie, die soms net even wat te vlak was: vooral de violen hadden af en toe best wat meer gas mogen geven, de hele avond trouwens. Wel horen we overigens prachtige hout- en hoornsolo’s, net als in het tweede deel, dat wél Keltisch aandoet – erg leuke muziek. In het daaropvolgende langzame deel horen we een beeldschoon en prachtig gespeeld duet tussen viool- en cellosolo, waarin Söderblom opvallend soepel en organisch dirigeert en het orkest navenant reageert – als daarna de mooi spelende basklarinettist zich bij de zachte strijkers voegt is de droom compleet. Het laatste deel is weer uiterst boeiend en de tijd vliegt voorbij – kom daar nog eens om bij onbekende en weinig gespeelde muziek. Ook hier had Söderblom weer wat meer gas mogen geven en had ik wat meer ‘bite’ in de klank gewenst, want dat verdient deze puike muziek van Amy Beach – van mij mogen Nederlandse orkesten het ook eens programmeren, want afgezien van het Orkest van Utrecht, toevallig vorige maand, heb ik het niet eerder in Nederland kunnen ontdekken.

 

Sepia, 8×10, 1934. Seated holding a book. Photographer: Bachrach.

 

Spetteren en spatteren

Ook voor de pauze had ik graag wat meer ‘bite’ gewenst, want het Antwerp Symphony Orchestra speelt weliswaar uitstekend, maar heeft wel een vurige, betrokken leiding nodig om tot grote hoogte te stijgen, zoals laatst in Die Walküre onder Axel Kober. Niet dat Söderblom niet kundig dirigeert, verre van, zelfs, maar hij laat veel aan het orkest over en stuurt heel weinig, zodat het geheel soms wat onbestemd werd, zoals in het impressionistische De oceaniden van Jean Sibelius, waarmee het concert werd geopend. De oorspronkelijke titel, Zeenimfen, is wat veelzeggender, want je hoorde ze overal spetteren en spatteren in deze weidse verklanking van de oceaan, waarvan het hoogtepunt, de gierende wind in de hoge strijkers, fantastisch gecomponeerd is. De subtiele orkestrale kleuren, golvende lijnen, harpglissandi, gedempte strijkers (tremolo’s) en houtblazers doen natuurlijk allemaal sterk denken aan Debussy’s La Mer, zo’n tien jaar eerder gecomponeerd, maar Sibelius’ eigen stijl is onmiskenbaar.

 

 

Eerste en Tweede pianoconcert

Ook de stijl van Rachmaninoffs Eerste pianoconcert was natuurlijk onmiskenbaar, maar veel minder melodisch dan de veel beroemdere tweede en derde concerten, en daardoor ook veel minder geliefd – ook ik kende het niet, om eerlijk te zijn. Het heeft dus minder weelderige melodieën, maar de rijke orkestratie en enorme technische eisen voor de pianist (Rachmaninoff had zelf extreem grote handen) zijn al volop aanwezig. Het Eerste pianoconcert  werd bij de eerste uitvoeringen in de jaren 1890 ontvangen als een veelbelovend werk van een jonge componist, maar kreeg niet direct de brede erkenning die Rachmaninoffs latere pianoconcerten zouden krijgen. Critici en publiek herkenden de virtuositeit en het melodische talent van de jonge Sergei Rachmaninoff, al werd het concert vooral gezien als een jeugdwerk. Rachmaninoff bleef zelf kritisch op de oorspronkelijke versie en herzag het werk ingrijpend in 1917. De herziene versie wordt tegenwoordig het meest uitgevoerd.

 

 

 

 

Nadat de premiere van zijn Eerste symfonie in 1897 op een fiasco was uitgedraaid, niet in de laatste plaats doordat dirigent Alexander Glazunov dronken op de bok had gestaan, raakte Rachmaninoff in een depressie. De combinatie van publieke afwijzing, persoonlijke onzekerheid en hoge verwachtingen had grote impact op Rachmaninoff. Hij verloor jarenlang zijn zelfvertrouwen als componist en kon nauwelijks nog nieuwe muziek schrijven. Deze periode duurde ongeveer drie jaar. Rachmaninoff bezocht uiteindelijk Dr. Nikolai Vladimirovich Dahl, een arts, violist en specialist in hypnose en neurologie, die hem ongeveer drie maanden lang dagelijkse sessies toediende, waarbij Rachmaninoff half slapend in een stoel lag terwijl Dahl positieve suggesties herhaalde, zoals: ‘Je zult beginnen met het schrijven van je concert; je zult gemakkelijk en met groot gemak werken’ en ‘Het volgende concert zal uitstekend worden.’ De componist herstelde inderdaad en schreef vrijwel meteen zijn grootste succes: het Tweede pianoconcert (1900-1901), dat zijn populairste en meest geliefde werk zou worden. Hij droeg het op aan Dr. Dahl.

 

Alexander Melnikov

 

 

Het Eerste pianoconcert, dat dus afgelopen zondag op het programma stond, is, zeker op het eerste gehoor, inderdaad een wat rommelig en weinig zangerig werk, maar pianist Alexander Melnikov wist het tot een, voor zover mogelijk, logisch geheel te smeden. De Rus speelde, uiterlijk steeds onbewogen, heerlijk contrastrijk en viriel, maar zijn zachte passages waren ook prachtig poëtisch en expressief, en alles steeds technisch volkomen perfect. Melnikov is wars van allerlei ‘pianistenfratsen’ en speelt onijdel en uiterlijk haast afstandelijk, maar onder zijn handen kolkt het en bruist het, krachtig maar toch verfijnd – ideaal voor Rachmaninoffs muziek, dus.

Peter Schlamilch

 

 

Meer info:

antwerpsymphonyorchestra.be

 

You May Also Like

Thomas Oliemans klinkt altijd natuurlijk in zijn dubbelrol

Kleurrijk concert 60 jaar De Doelen dankzij Thomas van Dun

Bachvereniging subliem in modern werk van Mayrhofer

Paul Lewis geeft pianorecital van wereldklasse in de Waalse Kerk