Bernd Brackmans Apassionata ontsteekt heilig vuur

Bernd Brackman, piano. Ludwig van Beethoven – Sonate in f opus 57 (‘Appassionata’). Gehoord: 25 mei 2026, De Zagerij, Bussum

 

Door Peter Schlamilch

Afgelopen Pinksteren sloegen de spreekwoordelijke vlammen uit de piano: meesterpianist Bernd Brackman speelde Beethovens 23e Pianosonate, beter bekend als de Appasionata, met zóveel vuur dat er nog nét geen rook uit het instrument kwam, een Ehrard uit 1907 die maar ternauwernood weerstand bood aan de pianist uit Haarlem, die net zo gepassioneerd tekeer ging als Beethoven dat rond 1800 moet hebben gedaan – naar verluidt ruïneerde deze laatste meerdere piano’s, die destijds nog geen metalen, maar een houten frame bezaten.

 

 

Menselijke hartstocht

Stukken zoals de Appassionata en de Waldstein-sonate ‘versnelden’ de vernietiging van Beethovens instrumenten uit die tijd, en tijdgenoten schreven dat er na een speelsessie van de grote componist vaak een ravage achterbleef: kapotte hamertjes, gebroken snaren en versleten vilt. De Ehrard-piano in De Zagerij in Bussum kon het allemaal nog net aan, maar ook het hypermoderne instrument dat Beethoven in 1803 cadeau kreeg van de Franse bouwer, met een groter bereik (meer toetsen) en een zwaarder mechaniek, en dat de gigant uit Bonn inspireerde tot de Appassionata, was binnen een paar jaar ook volledig ‘afgeragd’ en onbruikbaar. Niet zo gek, want nog maar één jaar ervoor had Beethoven zijn Heiligenstädter Testament geschreven, een soort afscheidsbrief aan zijn broers, waarin hij al zijn wanhoop over zijn onbegrepen doofheid en over zijn toenemende isolement verwoordde, en, in de woorden van Brackman, ‘zich verontschuldigt tegenover zijn twee broers (één noemt hij vreemd genoeg nergens bij naam: op die plekken staan er slechts lege vlakken) en zijn vrienden, vastbesloten om er een eind aan te maken. Binnen twee bladzijden schrijft hij zich van zware depressie naar een soort Goddelijke opdracht om de wereld te redden. Hij kan dat dramatische begingevoel niet vasthouden: zijn levenskracht en optimisme zijn sterker dan hijzelf, als het ware.’ Voor Brackman is het geschrift, 200 jaar later, ‘nog steeds een anker in woelige baren, een enorm baken in de woeste stormen van de menselijke hartstocht.’

 

 

Woeste draaikolk

Brackmans visie op Beethoven is volstrekt uniek en vooral compromisloos: hij past zijn spierkracht op geen enkel moment aan de huiskamerdimensies van De Zagerij aan, en waarschijnlijk terecht, want wat zou er dan eigenlijk overblijven van Beethovens vuurstorm? Zonder die wanhopige passie en gedrevenheid gaat het eenvoudigweg niet, en Brackman is daarvoor de ideale vertolker – toegegeven: er was soms een enkel nootje niet helemaal raak en het instrument kon Brackmans furie eigenlijk niet helemaal aan, maar wat donderde het? Wie ziet er ooit een pianist zo samenvallen met de muziek die hij speelt en, vooral, met de componist die hij zo vereert? Er ontstond een unieke drie-eenheid waarin de luisteraars werden meegesleept, nee, meegesleurd in de woeste draaikolk van emoties waar Beethoven zich niet alleen in de realiteit in bevond, maar die hij ook zo meesterlijk opschreef – zo ontstond, volgens zijn leerling Ferdinand Ries, het idee voor de finale tijdens een wandeling in 1804: ze verdwaalden, Beethoven neuriede en brulde een thema, en eenmaal thuis speelde hij het meteen op de piano. De laatste hand werd gelegd tijdens een verblijf bij prins Karl Lichnowsky op diens landgoed bij Troppau (nu Opava, Tsjechië) in de herfst van 1806.

 

 

Beethoven woedend

Daar ontstond een berucht incident: Lichnowsky wilde Beethoven laten spelen voor Franse officieren (na de slag bij Austerlitz). Beethoven weigerde woedend, pakte zijn spullen en vertrok, een briefje achterlatend: ‘Prins, wat u bent, bent u door toeval en geboorte; wat ik ben, ben ik door eigen inspanning. Prinsen zijn er bij de vleet en zullen er nog duizenden zijn; er is maar één Beethoven’. Onderweg in een storm raakte het manuscript beregend – de vlekken zijn vandaag de dag nog zichtbaar op het origineel. Treffender hadden de elementen hun tranen niet kunnen toevoegen aan Beethovens meesterwerk. Bernd Brackman had besloten hier nog een schepje bovenop te doen, of nee, onzin natuurlijk – sommige musici kunnen gewoon niet anders dan zich helemaal geven en overgeven aan de muziek die hun dierbaar is, en van een keuze is dan helemaal geen sprake. Duidelijk is dat hij de Appassionata een leven lang heeft doorleefd en het resultaat daarvan de ruimte inslingert als een levensdocument – pianospelen is voor Brackman veel meer dan een vak dat hij tot in de perfectie beheerst, maar veeleer een uiting van levenslust en misschien een overlevingskunst of zelfs -noodzaak. ‘Notenhonger’ is nog te zwak uitgedrukt: het is de pure liefde voor Beethoven en zijn muziek die de luisteraar bij de keel grijpt en zo’n 25 minuten lang niet meer loslaat.

 

 

Uitvoering door Beethoven zelf

Het eerste deel verliep stormachtig en onstuimig, met veel accenten, grillige rubati en een volstrekt symfonische benadering: het is duidelijk dat Brackman niet alleen de noten heeft bestudeerd en geïnterpreteerd, maar daarna die interpretatie ook nog eens in wat hij meende dat de geest van Beethoven was, heeft gemarineerd. Daarna lijkt de pianist ook nog eens in de huid van Beethoven de uitvoerder te kruipen, en die symbiose is Brackmans grote kracht: je waant je even in het Wenen rond 1800, bij een concert van Beethoven zelf: zo zou de grote meester zijn eigen muziek heel goed geïnterpreteerd en gespeeld kunnen hebben. Waar de meeste pianisten hun eigen visie op de partituur geven, neemt Brackman ons mee naar een mogelijke uitvoering door Beethoven zelf – hoe zou de waanzinnige pianovirtuoos zélf zijn eigen werken gespeeld hebben? Een fascinerende extra dimensie, en logisch ook, want de getuigenissen van Beethovens tijdgenoten beschreven hem niet alleen als een complete wildeman achter het klavier, en zijn beroemde leerling Czerny zegt niet alleen dat Beethoven het rechter pedaal (dat de tonen aanhoudt) ‘veel vaker gebruikte dan hij in zijn werken noteerde’, maar dat ‘hij het langzame deel van het Derde pianoconcertzelfs in zijn geheel met ingedrukt pedaal speelde’.

 

 

Staande ovatie

Ook Brackman, leerling van groten als Jaap Spaanderman, Jan Wijn, Vlado Perlemuter, Tamás Vásáry, György Sándor, Peter Feuchtwanger, Naum Grubert en Leon Fleisher, gebruikt veel pedaal, en raakt daarmee misschien dichter bij Beethovens muziek dan pianisten die zich strikt aan zijn aanwijzingen houden, en zo is waarschijnlijk ook te begrijpen dat het tweede deel misschien niet zo piano e dolce (zacht en zoet) klonk als erbij staat, maar Brackman speelt een doorleefd dolce, wat logisch is, gezien de wanhoop waar Beethoven mee worstelde. Het haast onspeelbare slotdeel was razendsnel en vurig, en spatte uiteen in drie knallende, donderende accoorden die net zo compromisloos waren als alle noten ervoor. Een terechte staande ovatie was Brackmans deel.

Peter Schlamilch

Meer info: De Zagerij, Bernd Brackman

You May Also Like

Tenor Nicky Spence blijkt een echt theaterdier in wisselend recital in Zeist

Bruckner VI uit de schaduw en Timothy Dowling in de bloemen

Vriendenconcerten eindigt 13de seizoen op nieuwe locatie Balkissoon Theater in Amsterdam Oost

Krachtvolle kennismaking met Eastmans Gay Guerilla