Tenor Nicky Spence blijkt een echt theaterdier in wisselend recital in Zeist

 

Internationaal Lied Festival Zeist. Liedrecital ‘Le déjeuner sur l’herbe’ – muziek van Fauré, Vaughan Williams, Puccini, Sondheim, Dankworth en Lehrer. Nicky Spence, tenor; Julius Drake, piano; Lonneke van Straalen en Margot Kolodziej, viool; Laura Kieboom, altviool, Jan Bastiaan Neven, cello. Gehoord: vrijdag 22 mei in de grote zaal van de Broedergemeente Zeist

Door Harry-Imre Dijkstra

‘Ik denk, dat u allemaal verliefd wordt!’ Zo eindigde Hans Eijsackers, samen met Henk Neven de artistiek leider van het Internationaal Lied Festival Zeist, zijn inleiding. Hij doelde beslist niet op de behoorlijk doorstoofde lentedag die zo’n gevoel zou kunnen opwekken. Maar bij de entree van tenor Nicky Spence waren er genoeg redenen om op zijn minst gecharmeerd te raken van deze man: ontspannen ogend, met één hand op de vleugel en de andere in zijn broekzak waren gelijk de eerste klanken uit zijn mond warm en bekoorlijk, met een vloeiende en zelfs enigszins vrije melodievorming. Zijn tenorstem bleek zoetgevooisd, met een hint baritonale warmte en een mooie resonans, en een opmerkelijk licht hoog register als enige van zijn vele troeven.

 

 

Le déjeuner

De overkoepelende gedachte bij dit recital, gelijk het befaamde, schijnbaar zorgeloze schilderij Le déjeuner sur l’herbe van Édouard Manet, is volgens de programmatoelichting van het Internationaal Lied Festival: ‘Het werk schotelt je een wereld voor waarin de druk van alledag even wegvalt.’ Pardon?! Het is bij uitstek een schilderij dat een hoop stof deed opwaaien! Het was choquerend: een naakte vrouw naast twee geklede heren gezeten, die het publiek ook nog eens rechtstreeks aankijkt! Misschien was de titel dus eerder bedoeld voor een programma met dubbele bodem: het recital begon lief, geparfumeerd welhaast met La bonne chanson van Gabriel Fauré; met de cyclus On Wenlock Edge van Vaughan Williams begaven we ons richting een pastoraal landschap vol melancholie en met musicalnummers van Stephen Sondheim en Tom Lehrer eindigde dit recital kolderiek en bijtend. Bepaald geen standaard-optreden; dat bleek niet alleen uit de inhoud maar ook uit de interpretaties.

 

 

Fauré

Hoe ontspannen hij ook leek, de muziek van Fauré was duidelijk niet zijn cup of tea.  De vertellingen neigden wat gladjes te gaan, met veel aandacht op de uitspraak die desondanks heel wat braampjes had. Het was zeker aan de uitstekende begeleiding van Julius Drake te danken dat Spence op diverse momenten toch heel fraai en subtiel uit de hoek kon komen, zoals aan het slot van ‘J’allais par des chemins perfides’. Drake temporiseerde enige keren – ondanks bladmuziek die twee keer bijna viel en voor onrust en dat hielp Spence enorm om kleiner te projecteren en zelfs intimiteit te bereiken. Maar de sterk dramatische kwaliteit van zijn stem – hij heeft een grote reputatie in de opera reeds – maakten veel passages te groot in de klankkracht.

 

 

 

Intermezzo en thuiskomst

Na de pauze klonk het intermezzo, dat wellicht beter direct ná Fauré had kunnen klinken: het wonderschone Crisantemi van Giacomo Puccini. Het gelegenheidskwartet onder leiding van de verfijnd maar wat bescheiden spelende Lonneke van Straalen gaf een mooie uitvoering, waarbij de meeste warmte kwam uit de regionen die cellist Jan Bastiaan Neven bestreek. Het kwartet mocht blijven zitten om met Spence en Drake de prachtige liedcyclus On Wenlock Edge van Ralph Vaughan Williams te vertolken. De opening was dynamisch, wat overdonderend zelfs, maar heel fraai in het samenspel. Spence kon uit de voeten in dit materiaal; hij had zijn Bredon Hill en Clun overduidelijk gevonden! Eerstgenoemde lied werkte atmosferisch enorm sterk en Spence, ver voor zich uitkijkend en daarbij zó luchtig zingend, bewees zijn sterke vocale kwaliteit.

 

 

Fun

Spence nam even zelf het woord, grappig en onderhoudend. Naast de natuurbeschrijvingen van Fauré en Vaughan Williams vond hij het ook nodig enige aandacht te geven aan de menselijke natuur. Weliswaar begon hij het laatste blok muziek daarom beschaafd met Shall I compare thee to a summer’s day? van John Dankworth, maar al snel ging theaterdier Spence los met songs van Sondheim en Lehrer, die er niet om logen en waarbij hij non-verbale details voortreffelijk wist uit te spelen. Als pittig toetje volgde zelfs nog The masochism tango van Tom Lehrer, vol duistere verlangens…Nicky Spence eindigde de avond daarmee volledig in command.

 

 

Terugbladerend was met de som van al deze onderdelen de uitvoering van Fauré’s liedcyclus een hoogst interessant onderdeel geworden: een zanger die dit niet tot zijn geijkte repertoire mag rekenen en het tóch uitvoert, dat is niet zozeer bewonderenswaardig, maar wel begrijpelijk en zeker tot de menselijke natuur behorend: iedereen wil wel eens iets aanraken dat misschien niet binnen bereik ligt.

Harry-Imre Dijkstra

Info :

https://ilfz.nl

You May Also Like

Bernd Brackmans Apassionata ontsteekt heilig vuur

Bruckner VI uit de schaduw en Timothy Dowling in de bloemen

Vriendenconcerten eindigt 13de seizoen op nieuwe locatie Balkissoon Theater in Amsterdam Oost

Krachtvolle kennismaking met Eastmans Gay Guerilla