Abdel Rahman el Bacha speelt piano zoals het hoort

Gehoord: 13/11, Edesche Concertzaal, Ede

Door: Willem Boone

Er zijn van die pianisten van wie je je afvraagt waarom ze niet bekender zijn, omdat ze ‘alles’ in huis hebben. Een voorbeeld daarvan is de Libanese pianist Abdel Rahman el Bacha, die op zijn 19e het Koningin Elisabeth Concours in Brussel won: dat is in elk geval een garantie voor kwaliteit, maar niet altijd voor een langdurige wereldcarrière. Hij geeft sindsdien concerten, ook met enige regelmaat in Nederland, en maakte de nodige cd’s, maar toch is hij niet zo’n algemeen bekende naam als bijvoorbeeld zijn generatiegenoot Pletniev.

Aan Abdel Rahman el Bacha bewaar ik de beste herinneringen: de eerste keer dat ik hem beluisterde, was ik nog een tiener. Hij speelde toen in Arnhem een recital waarbij vooral zijn vertolking van de 13 preludes opus 32 van Rachmaninoff een enorme indruk achterlieten. Enkele jaren geleden bracht hij een van de origineelste recitalprogramma’s ooit met maar liefst 72 preludes: in groepjes van drie speelde hij achtereenvolgens van Bach, Chopin en Rachmaninoff een prelude in dezelfde toonsoort. Het zorgde ervoor dat je als luisteraar steeds op het verkeerde been gezet werd, iedere keer dat je de volgende prelude van Chopin verwachtte, klonk er Rachmaninoff. De pianist leverde een ongelofelijke prestatie door ruim 2,5 uur muziek uit zijn hoofd te spelen! En een laatste herinnering: een paar jaar geleden hoorde ik hem bij het pianofestival in het Franse La Roque d’Anthéron Beethovens Keizersconcert spelen. Tijdens hetzelfde concert speelde de jonge Franse pianist Rémi Geniet het Derde pianoconcert, dat een van mijn favorieten is. Dat geldt niet voor het Vijfde pianoconcert, zodat ik met lichte tegenzin naar het gedeelte na de pauze ging. Als iemand je dan weet te overtuigen, is hij in mijn ogen een ‘hele grote’: daarin slaagde El Bacha met vlag en wimpel. Ik heb het concert zelden zo goed horen spelen en het is heel jammer dat het aanvankelijke plan van cd-label Mirare om alle Beethoven-concerten met hem op te nemen geen doorgang gevonden

El Bacha vertoont verwantschap met een eerdere prijswinnaar in Brussel: Vladimir Ashkenazy, die het concours eveneens op zijn 19e won. Laatstgenoemde begon daarna wel direct aan een succesvolle carrière die tot zijn afscheid duurde. Beiden delen niet alleen dezelfde innemende uitstraling op het podium die wars is van allures en hebben een techniek die alles vermag, maar die ze alleen inzetten om hun boodschap zo eerlijk mogelijk over te brengen. Daardoor valt nauwelijks op dat ze technisch alles kunnen: het gaat hen slechts om de muziek. Ashkenazy verwoordde dat ooit treffend: ‘I want to be a clear window.’ Gisteravond maakte El Bacha bij zijn goed bezochte concert in de Edesche Concertzaal duidelijk dat hij het perfecte medium is tussen muziek en publiek, waarbij hij zich nooit op hinderlijke wijze in de spotlichten plaatst.

Hij begon zijn misschien niet bijster originele programma met de Sonate in F KV 332 van Mozart en direct bij het eerste deel viel zijn ongehaaste tempo op: bij hem werd Mozart geen race tegen de klok. Hier klonk een pianist die de muziek liet uitzingen, wat nog beter tot uitdrukking kwam in het tweede deel. Het deed bijna denken aan een opera-aria, waarbij het niet moeilijk was om in gedachten de timbres van houtblazers erbij te horen. Ook in het derde deel klonk innerlijke rust door. El Bacha deed wat mijn lerares eens zei: hij gaf iedere noot aandacht, er ging niets verloren. Hij bewees maar weer eens dat Mozart vaak ten onrechte voor ‘eenvoudig’ doorgaat. Die eenvoud heeft in elk geval een keerzijde, want wat is er niet nodig om tot zo’n afgewogen, ‘eenvoudige’ interpretatie zonder franje te komen!

 

Bij Beethovens Appassionata tapte hij uiteraard uit een ander vaatje: hij haalde andere kleuren uit de Bösendorfer (die van andere hamerkoppen voorzien was, wat ervoor zorgde dat het instrument minder luid dan de vorige keer klonk) en er was sprake van een andere dynamiek. Wat bleef was het gave, gedetailleerde spel. Aan het begin van het eerste deel bleek hoe tekstgetrouw de pianist was: daarin komt een lastige passage voor alleen de rechterhand voor die veel collega’s voor het gemak over beide handen verdelen. El Bacha voerde het echter volgens Beethovens voorschriften uit. Het tweede deel klonk in een mooi, gaand tempo en riep alweer herinneringen aan vocale muziek op: het deed denken aan een tenor en een sopraan.  In het laatste deel hield hij zich opnieuw aan het door Beethoven gewenste tempo: dit was exact een ‘allegro ma non troppo’. Vaak hoor je juist in dit deel een aldoor voortrazende stroom van noten, die op zich zelden zijn uitwerking mist. Zo herinner ik me een uitvoering door Maurizio Pollini waar de passie van af spatte, maar bij wie het verschil met het afsluitende presto daardoor te verwaarlozen was. Gisteravond kwam dat overtuigend tot stand in een gave uitvoering, waarbij de heldere stemvoering in het genoemde presto opvallend was. Het gebeurt nogal eens dat de laatste bladzijden in een galop ontaarden, maar daarvan was zaterdagavond gelukkig geen sprake. Op deze manier gespeeld werd zelfs een veel gespeeld werk als de Appassionata een belevenis. Toch is het wel jammer dat deze pianist, die alle sonates twee keer opgenomen heeft, niet gekozen had voor een onbekendere sonate: zo zou het interessant geweest zijn om juist door zo iemand een van de relatief weinig gehoorde opusnummers 2/3, 22 of 31/1 te horen.

Na de pauze volgden de 24 Preludes opus 28 van Chopin, wat mij betreft het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Ze vormen een caleidoscoop die alle kanten van Chopin laten zien en door het soms vluchtige karakter van bepaalde preludes (bijv. de nummers 14 en 18), etude-achtig karakter (nr. 16) en hoog dramatisch gehalte (bijv. de nummers 22 en 24) stellen ze een pianist voor de nodige uitdagingen.  Daarnaast schrijft de componist soms zeer lastige linkerhandpartijen en tegenstemmen voor (bijv. de nummers 3, 16 en 17).

El Bacha gaf de indrukwekkende caleidoscoop waar deze om vroeg. Daarbij kreeg de poëzie, die uiteraard ook aanwezig is, het volle pond. Hij kan als geen ander soms een enkele noot desolaat laten klinken (bijv. in nr. 2) en hij weet in de poëtische preludes iets aarzelends in zijn spel te leggen. Verder waren er in deze wederom zeer gave uitvoering nog vele andere, bewonderenswaardige details: de manieren waarop de bassen klonken, het subtiele rubato, ritmische motieven in de linkerhand, het terugnemen in dynamiek. De laatste prelude was zeker dramatisch van karakter, maar de pianist overdreef gelukkig de dynamiek niet en zodoende waren de laatste drie basnoten (een voor Chopin ongebruikelijk procedé) geen krachtmeting voor de vleugel. Het enthousiaste publiek kreeg als toegift Der Vogel als Prophet uit Schumanns Waldszenen, een poëtisch juweeltje waarmee de avond stijlvol eindigde.  Voor velen in het publiek gold waarschijnlijk wat een vrijwilligster na afloop zei:  ‘Jammer dat het afgelopen was!’

Na het concert had ik het genoegen om samen met de organisatoren, programmeur en pianostemmer met de pianist te spreken. Het was wederom een groot genoegen om met zo’n innemende, intelligente en nederige artiest te spreken. Hij vertelde tot verbazing van de aanwezigen dat hij thuis geen vleugel maar een gewone piano heeft (‘Dat is beter voor de buren, want een kleine ruimte is niet op een vleugel berekend.’). Na enige verwondering voegde hij eraan toe dat ‘een pianist toch meer met zijn oren dan met zijn vingers speelt.’

 

 

 

You May Also Like

Ligeti’s Le Grand Macabre & Gavrylyuk met Antwerp Symphony Orchestra o.l.v. Elim Chan

Pianist Daniel Ciobanu is een geboren storyteller

Pianokwartet Corneille floreert in Kortenhoef

Elisabeth Leonskaja: groots in Schubert