Adembenemende Zelmira bij Rossini Opera Festival in Pesaro

 

Gioacchino Rossini: Zelmira. Orchestra del Teatro Comunale di Bologna o.l.v. Giacomo Sagripanti. Regie: Calixto Bieito. Coro del Teatro Ventidio Basso. Met: Marko Mimica (Polidoro), Anastasia Bartoli (Zelmira), Lawrence Brownlee (Ilo), Enea Scala (Antenore), Marina Viotti (Emma). Gehoord: 19 augustus 2025, Auditorium Scavolini, Pesaro

Door Peter Schlamilch

Het Rossini Opera Festival, opgericht in 1980, wordt door de inwoners van het charmante badplaatsje Pesaro liefkozend het ‘ROF-fe’ genoemd, uiteraard uit te spreken met een typisch Italiaanse stomme ‘e’ aan het einde, want woorden die eindigen met een medeklinker, daar doen Italianen niet aan. Het festival heeft als doel de operatraditie van Gioachino Rossini nieuw leven in te blazen en te bestendigen, want niet alleen is Pesaro de geboorteplaats van deze unieke componist (1792), zijn nalatenschap vormt de kern van de culturele identiteit van de stad. Pesaro is de ‘stad van Rossini’, met monumenten als het Teatro Rossini, het Nationaal Rossini-museum en natuurlijk zijn geboortehuis, dat nu ook een museum is. Het Rossini Opera Festival ontstond toen een lokaal gemeenteraadslid, Gianfranco Mariotti, het concept bedacht om Rossini’s werk te vieren in zijn thuisstad. Het festival begon als een initiatief om de musicologische studie en theatrale producties van Rossini’s erfgoed te ontwikkelen, met als zwaartepunt het herstellen en opvoeren van zijn opera’s, waaronder zeldzame werken die elders nauwelijks worden gespeeld.

 

 

Sprookjesachtige belevenis

Belangrijke mijlpalen omvatten de herontdekking en heropvoering van opera’s zoals La gazza ladra onder leiding van Claudio Abbado in 1984, een van de belangrijkste muzikale gebeurtenissen van de eeuw. In 1989 werd daarnaast de Accademia Rossiniana Alberto Zedda opgericht binnen het festival, een opleidingsprogramma voor jonge internationale talenten, dat tot 2016 werd geleid door de Italiaanse dirigent en muziekwetenschapper Alberto Zedda. Het festival heeft sindsdien talloze vergeten opera’s gerevitaliseerd, zoals Bianca e Falliero in 1986 en Aureliano in Palmira (2013). Het is uitgegroeid tot een internationaal evenement, met een steevaste hoge kwaliteit. Het festival werkt het samen met lokale orkesten, maar ook met toporkesten als dat van het theater van Bologna. Het festival is succesvol – de editie van 2024 brak records met 21.473 bezoekers en een omzet van €1.366.000 – en blijft een toonaangevend evenement, met plannen voor toekomstige edities die Rossini’s erfgoed blijven eren. De heerlijke ligging aan zee, met brede, schone en verrassend rustige zandstranden, de nabijheid van historische steden als Fano, Urbino en Rimini (en uitstekende restaurants), maken van elk bezoek aan het festival, dat ik iedereen kan aanraden, een sprookjesachtige belevenis.

 

 

Adembenemend mooie muziek

Een van de vele hoogtepunten van mijn week in Pesaro was de voorstelling Zelmira, Rossini’s onbekende opera seriauit 1822, die zich, in de oudheid, afspeelt op het Griekse eiland Lesbos en draait om prinses Zelmira, die valselijk wordt beschuldigd van het vermoorden van haar vader, koning Polidoro, en het verraden van haar land. In werkelijkheid probeert Zelmira haar vader, die in het geheim nog leeft, te beschermen tegen de usurpator Antenore en diens handlanger Leucippo. Ze is een van Rossini’s meest ambitieuze werken, met uitdagende vocale partijen en een rijke orkestratie, en bevat enkele van zijn meest virtuoze aria’s en duetten, zoals Zelmira’s aria ‘Riedi al soglio’, die zowel technische bravoure als emotionele expressie vereist. De opera werd herontdekt in de 20e eeuw, grotendeels dankzij het Rossini Opera Festival, en bevat veel adembenemend mooie muziek, die zelfs de niet-liefhebbers op het puntje van hun stoel lieten geraken.

 

Spanning en verrassingen

Die stoel bevond zich in het Auditorium Scavolini, eigenlijk een enorme sporthal waar ik me vooraf weinig van voorstelde, maar die door het aanbrengen van een houten, acoustisch plafond zo weergaloos mooi klonk dat elke twijfel na enkele seconden verdween (het prachtige, historische Teatro Rossini kon niet worden gebruikt omdat daar al twee andere producties waren opgebouwd). Allereerst viel, al in de Ouverture, het prachtig spelende Orchestra del Teatro Comunale di Bologna op, dat in een volle bezetting de enorme sporthal vulde met een fluwelige, maar toch altijd heldere en presente klank. Het orkest speelde niet alleen vanaf de eerste maat gedreven en expressief, maar daarenboven ook nog intelligent: het luistert naar de zangers en de koren, lijkt de handeling te begrijpen en anticipeert op mogelijke vertragingen en andere aanpassingen van de dirigent, die, in de persoon van Giacomo Sagripanti, een uitstekende prestatie leverde. Sagripanti heeft een uiterst heldere slag, doet nooit met twee handen hetzelfde (een kenmerk van goede dirigenten) en heeft een enorm natuurlijk overwicht op zangers en orkest: hij dwingt ze te kijken, omdat hij de muziek op het moment zelf lijkt te laten ontstaan, en niet, zoals de meesten, braaf zijn eigen repetities nadirigeert – Sagripanti creëert spanning en verrassingen op het moment zelf, precies zoals het hoort.

 

 

Borstvoedings-scène

Calixto Bieito’s regie kreeg in Italië wat kritiek vanwege de nogal abstracte setting en de karige aankleding, maar mij, die toch behoorlijk traditioneel van instelling is, beviel zij uitermate. In de sporthal was een arena gebouwd waarbij het orkest in het midden zat waar de zangers en koren omheen konden lopen, zodat elke toeschouwer goed zicht had en bijwijlen een koor of operaster naast zijn stoel aantrof, omdat ook de tribunes gebruikt werden voor opkomsten. Dat kan nogal clownesk werken, maar Bieito gaf elke handeling een noodzaak mee, zodat niets als willekeurig of gezocht overkwam. Er waarde ook constant de geest van een overledene rond, prachtig dreigend gespeeld door Roberto Adriani, die opstond uit de onderwereld en er later een zangeres in probeerde mee te trekken, wat gelukkig niet lukte. Ook de kostuums en belichting waren sober, maar uiterst effectief en beeldend, en de personenregie was prachtig – zoveel emotie in een Rossini-opera: wie had dat gedacht? Alleen de korte homo-erotische tongzoenen die totaal betekenisloos in de handeling waren verwerkt stoorden enorm, maar die paar overbodige minuten vergaven we de regisseur dan maar – ook regisseurs zijn maar mensen, ten prooi aan modegrillen, die de kinderlijke associatie met het eiland Lesbos niet kunnen weerstaan. De lange borstvoedings-scène tussen Zelmira en haar vader was te provocatief en had minder plastisch gekund, maar het publiek genoot volop.

 

 

Baritenore

Het is merkwaardig hoe ver de muziek van Rossini’s opere serie verwijderd is van die van zijn opere buffe: ik ken mensen die de luchtige kant van Rossini’s oeuvre niet kunnen uitstaan, maar dol zijn op zijn dramatische werken, en daar is iets voor te zeggen – zijn kluchten zijn soms verre van geniaal (ze moeten het vaak vooral hebben van de speelvreugde en de Italianità), maar Zelmira is bijna een meesterwerk te noemen. Enea Scala zong de idioot moeilijke en hoge partij van Antenore met een onvoorstelbaar goede techniek en een dito expressiviteit: Scala’s heerlijke baritenore, een stemsoort die soms omschreven wordt als ‘baritonstem met tenor-omvang’, klonk prachtig, sprekend en expressief, hij knalde gepassioneerd door het theater maar bleef steeds edel en gedragen, en zijn hoge noten waren extreem zuiver. De Florentijnse Anastasia Bartoli zong haar Zelmira prachtig en bijzonder: wàt een klank en volume, en tegelijkertijd ook stralend en helder, indringend, penetrant en toch warm, met soms zelfs mezzoachtige kleuren. Ze zingt met een passie alsof ze in Tosca staat, en is technisch volkomen perfect – een prestatie van wereldklasse.

 

 

Open mond

De sterrencast was nog niet uitgeput, want de Amerikaanse superster, tenor Lawrence Brownlee  zong Ilo met zoveel overgave dat we de sporthal even vergaten en ons op het Griekse eiland leken te bevinden: het op zinvolle wijze betekenis geven aan Rossini’s zeer complexe coloraturen is de eerste opgave van elke Rossini-zanger, en dat lukte Brownlee voortreffelijk: niet alleen technisch volmaakt, ritmisch en loepzuiver, maar ook zeer expressief en beweeglijk: hij zet zijn hele lichaam in om de waanzinnig hoge noten eruit te persen, maar blijft altijd een personage van vlees en bloed die gloedvol en volumineus straalt – een totale sensatie. Vader Polidoro (de Kroatische bas-bariton Marko Mimica) klonk wat hol, maar dat paste eigenlijk prima bij zijn rol als wanhopige, uitgeputte half-overleden koning. Het duet Perche mi guardi, e piangi? tussen Zelmira en haar vertrouwelinge Emma (Marina Viotti) was zó ontroerend en indringend, dat minutenlang applaus en bravo-geroep hun deel was, net als op veel andere plekken in de opera, trouwens. Het koor zong en acteerde feilloos, en was steeds spatgelijk, ook al waren de afstanden soms enorm. Ik wist niet dat je Rossini met volle Wagner-kracht mocht zingen, maar ik werd er blij van en zat soms met open mond te genieten.

 

 

Ideaal orkest

Zoals gezegd was een groot deel van het succes te danken aan het Orchestra del Teatro Comunale di Bolgna en dirigent Giacomo Sagripanti, die het geheel invoelend en intelligent leidde, waarbij ook de recitatieven voortvarend werden afgewerkt en de vaart steeds in de voorstelling bleef, ook in de tweede akte, wanneer de muzikale kwaliteit duidelijk wat inzakt. Sagripanti lijkt overal tegelijk te zijn, mist geen inzet die nodig is, laat vrij waar het kan en is precies en flexibel tegelijkertijd. Hij maakt echt contact met zijn musici, die, laat het ons nogmaals gezegd hebben, volledig kunnen gedijen onder zijn baton – niet in de laatste plaats het heerlijke Bolognese operaorkest, dat, mede door de prachtige strijkersklank, een ideaal orkest lijkt te zijn voor de voorstellingen in Pesaro, en die deze voorstelling waarlijk gedenkwaardig maakten. Chapeau!

Peter Schlamilch

 

 

Info:

Zelmira

You May Also Like

Zuidams Orewoet overtuigt maar deels

Jörg Widmann dirigeert spectaculaire Zevende Beethoven in NTR ZaterdagMatinee

Die Passagierin bij DNO indrukwekkend en muzikaal hoogstaand

Genieten van Beethoven en Stravinsky bij het NNO