Anna Lucia Richter bewaart tot het eind een sprankje hoop in Schuberts Winterreise

Schubert: Winterreise. Anna Lucia Richter, mezzosopraan; Daniel Heide, piano. Gehoord: 9 december 2025, Concertgebouw Amsterdam, Kleine zaal
Door Harry-Imre Dijkstra
” Zo zing ik Winterreise: als een verteller die met het personage meeleeft.” Aldus zangeres Anna Lucia Richter in een interview, dat terug te lezen valt op de website van het Amsterdamse Concertgebouw.
Maar ze deed meer: er waren momenten dat ze volledig meeging in het verhaal, er waren zich herhalende zinnetjes die ze telkens anders interpreteerde, ze verhulde soms haar theatrale gave net niet en – al voert ze deze liedcyclus pas sinds kort uit – ze leek zich op het podium vijf kwartier lang prinsesheerlijk te voelen.
Carrière
Zonder twijfel is de muzikale ontwikkeling van Richter een van de meest zonderlinge te noemen. Ze maakte grote faam als sopraan, zowel in recital, oratorium als op het operapodium. Een ongemeen veelzijdige kunstenares met een stem die zich plooide als de fijnste stof van een luxe robe, een zangeres die even gemakkelijk muziek van Monteverdi als van hedendaagse componisten liet klinken. Maar na een internationale carrière van nog geen decennium als sopraan, schoolde Richter zich om en werd mezzosopraan. Niet omdat haar stem achteruit was gegaan, maar omdat het haar meer en andere mogelijkheden bood. De korte periode als mezzosopraan heeft tot nu toe overtuigend bewezen, hoe wonderlijk haar vocale transformatie is: niet alleen klinkt ze nu volkomen anders dan voorheen, maar minstens even volwaardig en daarnaast ook nog steeds in ontwikkeling. Bij elke hernieuwde kennismaking blijkt ze weer bijgeleerd te hebben, nog meer stabiliteit gevonden te hebben, meer vocale vrijheid verkregen te hebben. Het kan niet anders dan fascinerend genoemd worden om daarvan steeds weer getuige van te mogen zijn, en tegelijk te beseffen dat zij zich nóg verder zal gaan ontwikkelen…
De Winterreis
Liebevoll, ruhevoll, zo zou de aanvang van de cyclus in de interpretatie van Richter met pianist Daniel Heide genoemd kunnen worden. Al staat ze er ietwat gespannen bij, Richter toont direct haar technische beheersing door de eerste vier regels van het lied Gute Nacht met slechts twee ademteugen volledig en vol, maar niet nadrukkelijk uit te zingen. Kenmerkend zijn ook het eindeloze legato – naar de tijdgeest wellicht ietwat laat-romantisch – de ontspannen zinsbouw en de heldere verstaanbaarheid, zonder dat ook maar één lettergreep de zaal ingespuwd wordt. Interessant is ook hoe Richter interpretatief pendelt tussen vertellen en zelf beleven; een klein gevoel van een rol of karakter drukt soms net door de melodie heen.
Na het derde lied een onverwacht ‘Matthäus-moment’: het publiek slaat de papieren teksten ruisend om…
Het lied Der Lindenbaum zingt Richter met een innige eenvoud, waarbij ze het echter niet kan laten om de dramatiek in het middengedeelte van de eerste en laatste coupletten behoorlijk op te drijven. Dat kan ze nog veel meer, blijkt bij het lied Frühlingstraum. Uiterst lieflijk aangevangen, wordt het tweede couplet overdramatisch aangezet, waarna direct weer teruggeschakeld wordt naar de vriendelijke emotie. Hier lijkt het, hoe knap de contrastwerking ook, wat overdadig. Maar gelukkig is daar ook nog Daniel Heide die in die zonderlinge overgang van mineur naar majeur in dit lied de tijd even stil lijkt te zetten.
In de tussenliggende liederen, met name in Auf dem Flusse, is de dramaturgie uiterst weloverwogen en komt ook de donkerte van Richters lage tonen heel fraai en natuurlijk tot haar recht. Tegelijk is het een moment, waar goed te horen is hoezeer er hard gewerkt is aan de verfijning van de stem en de details.
Im Dorfe
Waar normaalgesproken de somberte, de kaalheid van de omgeving en de desolaatheid van de zwervende hun intrede doen in de cyclus, wordt gaandeweg duidelijk, dat Richter die in haar visie alle laat voor wat ze zijn; ze behoudt een mate van actieve beleving, en dat voelt hoopvol. De innerlijke rust die Richter in haar stem weet te leggen bij het lied Im Dorfe is subliem, een ontroerend hoogtepunt deze avond. Want ergens vonkt er een beetje monterheid in haar vertelling, het lijkt of zij (of hij) nog ijdele hoop heeft op een positieve wending. Zeer treffend zijn daarna de drie verschillende wijzen waarop Richter de slotzin (Eine Strasse muss ich gehen) Die noch keiner ging zurück uitzingt.
Der Leiermann krijgt van Richter een vrijwel vibrato-loze beschrijving, waarbij het eerder voelt als een laatste vraag, of ze met hem mee mag…
Waar technisch gezien – op een paar minder goed passende glissandi tussen twee tonen na – eigenlijk alles goed op zijn plaats zit, maakt Anna Lucia Richter muzikaal grote indruk met een gedurfde interpretatie, die zeker nog verder zal rijpen. De avond is een formidabele duo-prestatie geworden. Zeker: voor liefhebbers met de verwachting van een traditionele uitvoering vol leed en doodsverlangen zal deze quasi-lichtgewicht versie allicht niet bevredigen. Maar Richter biedt mogelijkheden tot nieuwe inzichten, dat went ook wel een keer.