Cuarteto Casals verrijkt kwartetten van De Arriaga, Fábregas en Beethoven met Duende

Wereldberoemde Strijkkwartetten. Werken van de Arriaga, Fábregas en Beethoven. Gehoord: 19 september 2025, Kleine Zaal, Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 20 september aldaar.
Door Wenneke Savenije
Duende
Oorspronkelijk betekent het Spaanse woord ‘duende’ huisgeest of elfje, maar in de wereld van de flamenco kreeg het een diepere betekenis. Duende staat voor authenticiteit en intensiteit, voor magische krachten, betovering en bezieling. Duende geeft een naam aan de vonk die overslaat en maakt dat een uitvoering ‘gloeiend echt’ is en je ziel raakt. Duende maakt het verschil tussen steriele perfectie en een optreden dat het publiek kippenvel bezorgd. Het gaat om een mengeling van schoonheid, emotie, strijd en bezieling. En duende is typisch Spaans. Evenals het Cuarteto Casals, in 1997 opgericht door muziekstudenten uit Barcelona – Vera Martínez Mehner (viool), Abel Tomàs (viool), Arnau Tomàs (cello) en Jesús Ortiz (altviool) – die altijd zijn blieven samenspelen en zich ontwikkelden tot een van de beste strijkkwartetten ter wereld. Alleen bij de altviool vonden wisselingen plaats: in 2002 verving Jonathan Brown altviolist Jesús Ortiz, waarna Brown op zijn beurt in 2024 werd opgevolgd door de 27-jarige altvioliste Christina Cordero, die pas geboren werd toen het kwartet al bestond. Duende lijkt de Spaanse musici van het Cuarteto Casals in het bloed te zitten, hun intense samenspel is warm en spontaan, organisch en levendig, waarachtig en stoutmoedig, emotioneel en bezield.

De Arriaga
Aanvankelijk timmerde het Cuarteto Casals aan de weg met Spaans repertoire van Turina en Toldrá, maar in 2007 lanceerden ze een Haydn-cyclus (op. 33), gespeeld met barokstokken en geroemd om de helderheid, humor en ‘authentieke’ kleur van de opnames. In 2014 volgde de complete opname van Beethovens strijkkwartetten, waarmee ze internationaal hun status als topstrijkkwartet vestigden. In 2018 verschenen de laatste kwartetten van Schubert en in 2021 volgde een volledige Mozart-cyclus, uitgevoerd met vroeg-klassieke stokken. Nu zijn ze bezig met een Sjostkovitsj-project, waarbij ze alle 15 strijkkwartetten zullen gaan opnemen. Zo beweegt Cuarteto Casals zich in haar eigen tempo door het kwartetrepertoire, waarbij ook veel aandacht wordt besteed aan moderne of minder bekende werken. Hun concert werd geopend met een verrassend geanimeerd stuk van de Baskische componist Juan Crisóstomo de Arriaga (Bilbao 1806 – Parijs 1829), die vaak de ‘Spaanse Mozart’ wordt genoemd. Voor een 19-jarige, die overleed aan de TBC, liet hij een opmerkelijk oeuvre na, met orkestwerken, vokale muziek, een opera en kamermuziek, waaronder drie strijkkwartetten en een nonet.

Cuarteto Casals had gekozen voor zijn Derde strijkkwartet in Es uit 1823, waarin Arriaga laat zien dat hij het Weense classicisme al volledig beheerste. Het stuk werd duidelijk beïnvloed door Haynd en Mozart, maar laat ook dramatische wendingen horen die, vooral in het vurige Presto agitato, doen denken aan de latere Beethoven. Violist Abel Tomàs speelde met vuur en verfijning de eerste vioolpartij, waarbij hij de andere kwartetleden subtiel aanwakkerde om net als hijzelf volledig op te gaan in Arriaga’s elegante partituur, waarin de romantisch getinte melodieën met frisse energie vloeien, de originele harmonsiche ontwikkelingen diepe emoties uitdrukken en de dansante accenten leven in de brouwerij brengen. Het spel van de primarius was zo spontaan en bevlogen, dat de rest van het kwartet zich er moeiteloos bij aansloot, zoals de individuele vogels in een zwerm spreeuwen wel steeds een andere richting kiezen, maar elkaar als groep geen seconde kwijtraken, omdat alle afzonderlijke vogels dezelfde energie, zuigkracht en richting voelen. De Arriaga klonk warm en robuust, fijnzinnig en aanstekelijk, met organische rubato’s, fraaie dynamische schakeringen en een levendig kleurenpalet, dat een bepaalde glans kreeg door het gebruik van strijkstokken uit de klassieke periode.

Terra Encesa
Daarna wisselden de violisten van positie om, nu met de oerdeglijke en betrouwbare Vera Martínez Mehner als primarius een modern opdrachtstuk te spelen van Elisenda Fábregas (1955) uit Catalonië. Haar Fiery Earth (Terra Encesa) uit 2024 is een hommage aan de creatieve kracht van de aarde, voorgesteld als een levend organisme, met repeterende cycli van transformatie. Fábregas: ‘De formele structuur is éénwandige passacaglia gebaseerd op een drie-maten ostinato dat doet denken aan Gregoriaanse gezangen, gebruikt in variatievorm, ontwikkeld door het stuk heen, en voortdurend voortschrijdend in tempo en dynamiek naar een dramatisch einde. Deze thematische ontwikkeling fungeert als een ‘metafoor’ voor de transformaties van de aarde, hoewel dit werk niet programmatisch is. De muzikale taal is modaal/ tonaal met enkele harmonische verwijzingen naar de muziek van Spanje, hoewel geïntegreerd binnen een internationaal muzikaal idioom.’ Stevig verankerd in de aarde en nu met moderne strijkstokken, bracht het Cuarteto Casals dit robuuste en imposante werk met power en urgentie over het voetlicht, alsof het wilde zeggen: laten we ophouden met vuur te spelen en stoppen met de aarde te verschroeien, want haar krachten zijn sterker dan de onze en de natuur zal uiteindelijk altijd overwinnen. Het had zowel iets weg van een requiem als van een een hoopvol pleidooi voor een betere toekomst. Fiery Earth verbond als het ware de muziek van Bach met de muziek van nu, bewoog zich van stilte en contemplatie naar steeds heftigere intensiteit en sneed daarmee door de ziel.

Grosse Fuge
En toen volgde, als onbetwist hoogtepunt van het concert, een weeergaloze uitvoering van Beethovens zesdelige Strijkkwartet in Bes, op. 130 (1825-1826), gevolgd door het oorspronkelijke slotdeel, de Grosse Fuge, die Beethoven op verzoek van zijn uitgever verving door ‘iets lichters’, wat uitmondde in het quasi luchthartige Allegro. Opnieuw met Vera Martínez Mehner als primarius, speelde het Cuarteto deze filosofische en visionaire muziek met de gratie van de eenvoud, prachtig van samenklank, timing en spanningsopbouw, met briljante overgangen tussen lyrische en dramatische passages. Het was duidelijk dat het kwartet zich op vertrouwd terrein bevond, want de indringende fraseringen van de indiciuele spelers pasten naadloos in het grotere geheel en het kwartet ademde als één levend organisme, waarin ook de nieuwe altvioliste zich moeiteloos voegde. Orkestrale passages en theatrale uitbarstingen werden afgewisseld met felheid en humor, speelse en dansante passages met melancholie en diepzinnigheid. De altijd weer huiveringwekkend mooie Cavatina, volgens Beethoven het enige van zijn stukken waarom hij zelf moest huilen, ontroerde diep en de Grosse Fuge werd glashelder, maar ook meedogenloos en vol passie en vuur neergezet als een duizelingwekkend labyrint waarin de mensheid vergeefs naar uitwegen zoekt. Het klonk allemaal schitterend en bevlogen, waarna de sensitieve Abel Tomàs weer de primarius werd om bij wijze van toegift een serene Contrapuntus uit de Kunst der Fuge van Bach te spelen.
Wenneke Savenije
Info & tickets concert 20 september:
https://www.concertgebouw.nl/concerten/8110480-cuarteto-casals-speelt-beethoven-opus-130-met-grosse-fuge