Lahav Shani is een compleet musicus

Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani (piano). Werken van: Dukas, Sjostakovitsj en Strauss. Gehoord: 1 maart 2026, De Doelen, Rotterdam

Door Willem Boone

 

O, wat gaan ze Lahav Shani missen in Rotterdam, dacht ik tijdens dit concert. Bij mijn weten is er nog geen opvolger gevonden voor de chef-dirigent die aan het eind van dit seizoen vertrekt. Het is te hopen dat er snel een gevonden wordt om het Rotterdams Philharmonisch Orkest te gaan leiden. Dit orkest had in het verleden bepaald een gelukkige hand in het vinden van jonge, talentvolle dirigenten. Toch is het de vraag of men een opvolger zal vinden die zo compleet is als Shani. Hij lijkt de meest talentvolle van allemaal, te oordelen naar wat hij tijdens dit concert (maar natuurlijk ook tijdens zijn gehele chef-dirigentschap!) deed. Hij lijkt in een aantal opzichten op de legendarische Leonard Bernstein, die behalve een begenadigd dirigent ook uitstekend piano speelde. Soms combineerde hij beide activiteiten op spectaculaire wijze. Voor zover ik weet componeert Shani niet en is hij ook niet zo’n geboren communicator als Bernstein, maar voor de rest gaat de vergelijking wel degelijk op.

 

 

Tovenaarsleerling

Het concert begon met een compositie waar kinderen vaak mee kennismaken als ze voor het eerst klassieke muziek horen. Toch hoor je dit stuk maar zelden tijdens concerten: L’apprenti sorcier, de tovenaarsleerling van Dukas. Shani dirigeerde het uit zijn hoofd en liet het orkest aan het begin delicaat spelen. Bij het snelle gedeelte was het orkestspel levendig, vooral dat van de fagotten en de brutale koperblazers. De dirigent zette het orkest aan tot een vurige interpretatie, waarbij je goed kon horen hoe het dramatische verhaal zich voltrok. Na het dramatische slot hoorde je in het publiek reacties als ‘Zo!’

 

 

De ‘andere’ Sjostakovitsj

Het thema van dit concert had ‘De andere Sjostakovitsj’ kunnen zijn: ditmaal niet zijn dramatische symfonieën, met al dan niet verpakte maatschappijkritiek, maar voor de pauze ‘onschuldige’ muziek voor balletten en films, waarmee hij de druk van de ketel haalde. Het orkest speelde De suite voor variété-orkest nr 1 in grote bezetting, met onder andere een accordeon, marimba, saxofoon en vleugel. Al bij het eerste deel, Mars: giocoso, alla marcia was te horen dat het niet om de duidelijk herkenbare Sjostakovitsj ging. Aan het eind klonk er gelach in het publiek. Het tweede deel, Dans I: presto was een galop, waar het orkest duidelijk plezier in had. De daaropvolgende Dans II deed aan muziek voor een tekenfilm denken. Orkest en dirigent brachten deze muziek op aanstekelijke wijze, bij een mindere uitvoerig zou deze ‘hoempapa’muziek snel gaan vervelen. Het gaat hier om triviale muziek die iets eentonigs krijgt door steeds dezelfde, onderliggende puls. Daarbij maakt het niet veel meer uit of het om een ‘wals’ of een ‘polka’ gaat. Het slot van de diverse onderdelen was ook clichématig: steeds dezelfde akkoorden. Gelukkig wisten de musici verveling door hun verfijnde uitvoering te voorkomen. Dat bleek vooral bij de Wals II: allegretto poco moderato, die doodgespeeld is door André Rieu en consorten. Ditmaal kreeg het stuk een superieure interpretatie, vooral door de koperblazers en virtuoze marimba.

 

 

Sjostakovitsj’ Tweede pianoconcert

Na de pauze volgde het Tweede Pianoconcert van dezelfde componist met Shani in een dubbelrol van solist en dirigent. De vleugel stond daarbij, enigszins schuin gedraaid, op de gebruikelijke plaats in plaats van voor het orkest, waarbij de dirigent de musici had kunnen aankijken. Verder was de klep niet verwijderd, zodat hij niet alle musici kon zien. Direct bij de inzet van het Allegro bleek dat hij de orkestleden bijna niet aankeek en zich geconcentreerd zijn solopartij speelde. Kennelijk was het niet nodig om contact te leggen met de musici en waren de details van deze uitvoering al uitvoerig tijdens repetities ingestudeerd. Het blijft een raadsel hoe een drukbezet dirigent met zijn tijdrovende activiteiten zo goed piano kan spelen. In tegenstelling tot wanneer hij dirigeert, is Shani de rust zelve aan de vleugel. Hij doet wat hij moet doen en slaagt erin om dat er heel vanzelfsprekend uit te laten zien. Ondertussen blijkt uit alles dat hij voor geen enkele beroemde pianosolist onderdoet. Zo is zijn toonprojectie bijkans ideaal, evenals zijn frasering, om nog maar te zwijgen over zijn moeiteloze technische beheersing. Volgens de toelichting moest het concert speelbaar zijn voor het conservatoriumorkest en daardoor waren de technische eisen redelijk bescheiden. Het is in elk geval ‘efficiënt’ gecomponeerd, want het wekt de indruk dat het voor de pianist technisch veeleisend is. Dat neemt niet weg dat vooral de hoekdelen, evenals in het Eerste pianoconcert, een hoog ‘retteketet boem boem’ gehalte hebben die soms triviaal aandoen. Daarentegen klinkt het middendeel, andante, als een prachtige, verstilde droom. Bij de inzet leidde Shani ditmaal het orkest, dat fraai begeleidde. De componist van dit deel zou waarschijnlijk in een muzikale quiz niet snel geraden worden. Heel mooi was de zachte overgang naar het laatste deel, allegro. Grappig was daarin de verwijzing naar de vingeroefeningen van Hanon, de plaaggeest van veel (amateur)pianisten. Hier liet de pianist nog eens horen dat zijn toon ‘bite’ heeft en dat hij er – indien nodig- niet voor terugschrikt om flink in de toetsen te grijpen. Aan het eind kreeg hij terecht een staande ovatie. Bij het changement deed zich nog een benauwd moment toen een van de contrabassen op de grond viel. Deze werd afgevoerd en de contrabassiste keerde terug met een ander instrument.

 

 

Strauss

Het orkest besloot met Till Eulenspieggels lustige Streiche van Richard Strauss. Shani dirigeerde dit evenals Dukas uit het hoofd. Direct aan het begin was het spel van de klarinet en hoorn schalks, maar er was ook ruimte voor het typisch weelderige idioom van deze componist. Het mooist waren wat mij betreft de rustige gedeeltes. Soms speelde het orkest deze ‘burleske Szenen’ wel erg fors. Dat was onmiskenbaar overrompelend, maar ook qua volume iets te veel van het goede. Aan het eind liet de dirigent de klank van het orkest mooi opbloeien.  Voor zover dat nog nodig was, gaf Shani met dit orkest een indrukwekkend bewijs van zijn kunnen.

Willem Boone

 

Info:

https://www.rotterdamsphilharmonisch.nl

You May Also Like

Nederlands Philharmonisch heldhaftig in Strauss met Viotti

Hypermoderne complot-opera van Michel van der Aa raakt

Rosanne Philippens en Jeroen Sarphati scharen zich met humor achter de Dolle Mina’s

Briljant Nederlands Kamerkoor in de Fins-Oegrische Koortraditie