Magische ontmoeting bij Blaricum Music Festival

 

Alexander Warenberg, cello; Jonathan Fournel, piano. Muziek van Schubert, Debussy en Sjostakovitsj. Gehoord: 26 juni 2026, Vituskerk, Blaricum

Door Harry-Imre Dijkstra

 

We hoeven hier zeker níet de meest bekende uitspraak van onze grootste nationale voetbalheld ooit te citeren. Maar festivaldirecteur Peter Santa heeft het tweede concert van zijn Blaricum Music Festival, ondanks de afwezigheid van twee geplande grote muzieknamen, formidabel weten om te smeden. Niet drie maar twee musici waren er slechts nodig om een belevenis van formaat te genereren.

 

 

Invalpianist

Natuurlijk zouden we Jonathan Fournel, Elizabethconcours-winnaar 2021 en sindsdien een interessante carrière genietend, tekortdoen door hem slechts als de invaller van Nikola Meeuwsen te noemen. Meeuwsen zei zeer laat af en Santa wist daarop prompt de eervorige winnaar te strikken. Nu was het alleen maar afwachten hoe de samenwerking met de enig overgebleven en geafficheerde artiest Alexander Warenberg zou uitpakken. Met slechts één repetitie in de middag, voorafgaand aan het concert, kon niet anders geconstateerd worden dan dat hier magie bederven werd. Dit duo leek als hand en handschoen, naadloos, gloeiend expressief, rasmuzikaal. Hier leek waarlijk een gerijpt duo te acteren.

 

 

Arpeggione

Waar Fournel eerder in de pers reeds een pianist met kracht, majesteitelijkheid, flexibiliteit en elegantie genoemd werd, heeft Warenberg ook al een berg accolades behaald, internationale prijzen en is hij nog steeds studerend aan de Brusselse Elisabethkapel. De openingsmaten van Franz Schuberts Arpeggione Sonate verrieden een innemendheid en introspectie zoals je zelden hoort bij uitvoeringen van dit werk. Meesterlijk was vooral de zinsbouw van Warenberg, waarbij de lijnen in het betoog steeds tot het einde uitgesproken werden en de volgende zin zich alweer aandiende. Fournel schikte zich volledig in zijn rol, met een uiterst verfijnde en gevoelige begeleiding. Het publiek toch niet horen dat hij zo’n beetje alle melodieën zachtjes meezong – geheime info van de bladomslaander, een jonge Tsjechische celliste uit het festivalorkest.

 

 

Kernachtige Debussy

Met het volgende werk nam Fournel iets meer regie, natuurlijk ook omdat de pianopartij in de late Cellosonate van Claude Debussy veel initiatief uitdraagt. Maar de articulatie was bij beide spelers lichter, spitser en prikkelend. Er volgde een pittige, moderne lezing van dit geliefde werk, waarbij je hooguit zou kunnen klagen over de in de kerkakoestiek zwemmende snelle passages die soms door elkaar heen wervelden. Maar hoe bijzonder dat het stuk leek te ademen, te bewegen en volkomen natuurlijk van de ene stemming in de andere overvloeide. Waarlijk een meesterlijke uitvoering.

 

 

 

Harde kaalheid

 Met de Cellosonate op. 40 boorde Warenberg wéér een andere dynamiek aan en durfde hij op het instrument los te gaan, met mooi en ook lelijke klanken, volledig passend in het idioom. Fournel speelde zijn pianopartij alsof hij het vorige week ook al drie keer had gespeeld, met veel expressie en daadwerkelijk fysieke aanzet van akkoorden, maar hij kon niet verhullen dat daadwerkelijk hard en kaal spel voor hem moeilijk is: hij speelt eenvoudigweg zó gecultiveerd en muzikaal, dat hij het rauwe element van deze muziek net niet weet te peilen. Maar dat deed niets af aan de duo-prestatie, die opnieuw magisch was. De toegift, Schuberts lied ‘Du bist die Ruh’ kreeg een waarachtig tedere uitvoering, het talrijke publiek in verstomming achterlatend. Dit was oprecht een grootse avond.

Harry-Imre Dijkstra

Foto’s: Marco Borggreve e.a.

 

Info:

Welkom

You May Also Like

Evegeny Kissin sluit 4e seizoen World Master Pianists af met indrukwekkend recital

Tweede Mahler spannend onder Spanjaard

Politieke protestliederen van Henze en Fadael

Warmbloedig en doorleefd: Dvořáks Achtste bij het NedPho