Quatuor Danel trotseert meesterlijk galm en hitte op Blaricum Music Festival

Quator Danel,  foto Marco Borggreve

Blaricum Music Festival. Quatuor Danel speelt werken van Beethoven, Medelssohn en Sjotsakovitsj. Gehoord: 28 juni 2026, Vituskerk, Amsterdam.

Door Wenneke Savenije

Een blik op de concertagenda van het Quatuor Danel in juni, maakt het bijzonder dat organisator Peter Santa erin slaagde dit gerenommeerde kwartet op zondagmiddag ook nog even neer te laten strijken in Blaricum. Er waren losse concerten in ondermeer Frankrijk en Tsjechië, het strijkkwartet maakte een tournee door Japan, trad vervolgens op in het International Shostakovich Festival in Gohrisch en speelde een dag later in de Vituskerk in Blaricum. Quatuor Danel bracht daar met zoveel energie, passie, verfijnde ambachtelijkheid, een prachtige klankcultuur en verhalende kracht meesterwerken van Beethoven, Mendelssohn en Sjostakovitsj ten gehore, dat praktische zaken als de hitte buiten de kerk en de galm in de kerk er helemaal niets meer toe deden.

 

 

Beethoven

Het viel hooguit enigszins te betreuren dat besloten was om de componisten in chronologische volgorde uit te voeren, zodat Quatuor Danel van wal stak met de complexe materie van Beethovens Strijkkwartet nr. 16 in F op. 135, dat in zijn verinnerlijkte ongenaakbaarheid opborrelde vanuit de lage strijkers, waarna de beide violen zich steeds duidelijker manifesteerden in het enigszins onwereldse, zo niet ongrijpbare betoog van de late Beethoven. Tijdens het openingsdeel speelde de galm in de kerk wellicht niet zozeer het kwartet maar vooral het publiek enigszins parten, want om alle individuele lijnen en geraffineerde ontwikkelingen van deze muziek goed te kunnen waarnemen is helderheid en nuance van grootbelang. Quatuor Danel deed er alles aan om de vertroebelende akoestiek van de Vituskerk te bespelen en trotseren, maar aanvankelijk bespeelde de galm juist Beethoven en het strijkkwartet, dat bekend werd om zijn integrale opname van de kwartetmuziek van Weinberg, maar daarnaast o.a. ook de complete strijkkwartetten van Beethoven en Sjostakvitsj opnam. Wie echter door de galm heen kon luisteren werd al snel beloond met een fraai getimede, krachtig gefraseerde en genuanceerd gedoseerde Beethoven, die zich gaandeweg in zijn volle glorie in de kerk manifesterde, expressief en meditatief, krachtig en tegelijkertijd uiterst kwetsbaar. Niet in de laatste plaats dankzij de immer geestdriftige en bezielende leiding van primarius Marc Danel, werden de contouren van Beethovens Strijkkwartet nr. 16 in F steeds helderder, terwijl ook de individuele stemmen zich steeds overtuigender verhieven. Prachtig ingetogen en desolaat klonk het dramatische Lento assai: cantate e tranquillo, waarbij de vier strijkers daadwerkelijk een ‘16 koppig instrument’ waren geworden. Met de even plechtige als explosieve finale, werden de laatste restjes galm de kerk uitgejaagd.

 

Mendelssohn

Als de muziek heel mooi en gevoelig wordt, verandert Marc Danel fysiek in een soort aandoenlijke kabouter, die terwijl hij de mooiste vioolklanken poduceert met zijn beide beentjes de lucht in schiet. Dat is heel grappig en ontroerend om te zien.

 

 

Meer dan Beethoven bleek het geniale Strijkkwartet nr. 2 in a, op 13 van Mendelssohn van nature in staat om de galm in de kerk met structurele helderheid, briljante virtuositeit en nu en dan een bijna sprookjesachtige en hyperelegante lichtvoetigheid te verjagen. Hoezo de oppervlakkige muziek van een verwend zondagskind, als we tenminste Wagner moeten geloven, die na Mendelssohns dood de vloer met hem aanveegde in zijn venijnige antisemitische pamflet over ‘Das Judenthum in der Musik’ uit 1850, terwijl hij de joodse componist aanvankelijk juist adoreerde en veel van hem opstak… De muzikale energie en de vaak oorverblindende frisheid van Mendelssohn, die zelf Bach als zijn grote voorbeeld beschouwde, zijn ongeëvenaard en dat wist Quatuor Danel met dynamisch, flitsend en ragfijn samenspel overtuigend duidelijk te maken. In de pauze mengde Marc Danel zich op het pleintje voor de kerk tussen het witte wijn drinkende publiek, om even te socialiseren met zijn publiek.

 

 

 

Of hij nu viool speelt of een praatje met mensen maakt, Danel is een onuitputtelijke bron van esprit, humor en intelligentie. Zelfs op de meest dramatische momenten van de muziek straalt hij nog positieve energie uit, hoe goed hij de sombere sfeer van een stuk ook weet te raken. Met die geestdrifigheid waar nooit een eind aan lijkt te komen, heeft hij ook de andere musici van het kwartet ‘besmet’, zodat je je bij een concert door het Quatuor Danel nooit een seconde hoeft te vervelen.

 

 

 

 

Sjostakovitsj

Na de pauze volgde daadwerkelijk een van de meest sombere en tragische werken uit de complete literatuur voor stijkkwartet: het indringende Strijkkwartet nr. 8 in c op. 110 van Sjostakovitsj, dat voor Quatuor Danel geen geheimen meer leek te bevatten, zo gewetensvol, indringend en geïnspireerd werd dit uiterst expressieve werk tot leven gebracht. Musicoloog Lev Lebedinsky, een vriend van Sjostakovitsj, zei dat de componist na het schrijven van dit werk in 1960 eigenlijk zelfmoord had willen plegen. Het 8e Strijkkwartet, waarin voortdurend en obsessief het DSCH-motief (Dmitri Schostakovich, op zijn Duits) opduikt als een soort persoonlijke handtekening, behoort tot zijn meest intieme werken. Het kwartet werd in slechts drie dagen geschreven in Dresden, waar Sjostakovitsj de puinhopen van de bombardementen van de geallieerden zag toen hij daar was voor het schrijven van muziek voor de film Vijf dagen, vijf nachten. Sjostakovitsj had net gehoord dat hij myelitis had (ruggenmergontsteking) en moest toetreden tot de door hem gehate communistische partij. Hij schreef het kwartet ‘ter nagedachtenis van de slachtoffers van fascisme en oorlog’ en daar sloot Quatuor Danel zich betekenisvol en met empathie bij aan.

Wenneke Saenije

 

Info:

https://www.blaricumfestival.com

You May Also Like

Teshigawara’s danst tussen Vox Luminis op het HF

Pianist Dmytro Choni betovert De Waalse Kerk in Amsterdam

Onder de pianisten heb je ‘Sokolov en de anderen’

Kalhor en Soltani slaan broederlijk een muzikale brug tussen oost en west