Maarten Koningsberger: koning van de liedkunst

Gehoord: 24 juni 2024, Concertgebouw, Kleine Zaal, Amsterdam

Door: Peter Schlamilch

 

Wát een manier om afscheid te nemen van podium en publiek: drie uur lang onvermoeibaar het mooiste geven van wat je in je draagt, gewoon op een maandagavond in juni. Minder gewoon, maar heel logisch, is dat het in de prachtige Kleine Zaal van het Concertgebouw gebeurde, waardoor de uiterst intieme voordracht van bariton Maarten Koningsberger, tijdens zijn afscheidsrecital, nóg indringender werd.

 

Recht uit het hart

Koningsberger, nu 69 jaar oud, vond het welletjes na al die decennia op het podium, en verliet na een magnifiek concert geëmotioneerd en met betraande ogen het toneel. Een recital waarin hij onophoudelijk zong, zonder zich ook maar even rust te gunnen, zoals veel zangcollega’s op die leeftijd misschien zouden doen, en het had makkelijk gekund, met al die muzikale vrienden op het podium die hem begeleidden. Maar nee, op grootse wijze droeg Koningsberger maar liefst 3 uur lang op schijnbaar onvermoeibare wijze het ene na het andere hoogtepunt uit de muziekliteratuur voor, recht uit het hart, en zijn stem leek per uur alleen maar warmer en rijker te worden.

 

 

Niet dat het begin niet mooi was, natuurlijk. Al direct maakte Koningsberger, met Pieter Jan Belder achter het klavecimbel, diepe indruk met zijn vertolking van Purcells prachtige Sweeter than Roses, het liefdesgedicht over de allesbeslissende kus die eerst doet bevriezen en daarna in vuur en vlam zet. De drie daaropvolgende Schubert-liederen, uitstekend begeleid door Bas Verheijden, waren fenomenaal en vooral loepzuiver van stijl, het perfecte Duits woordelijk te verstaan, wat overigens voor alle gezongen talen gold. Zijn enorme podiumprésence is indrukwekkend en steeds passend bij de sfeer van de teksten en muziek: hij laat zijn publiek geen seconde uit het oog.

 

 

Stijlzuiver en verhalend

Hoogtepunt was het stervenslied Nachtstück, waarvan de betekenis niet beter had kunnen worden vertolkt dan hier door Koningsberger: hij wèrd de stervende bard, eenzaam en verlaten in de natuur.

Koningsberger zong met volle stem, stijlzuiver en verhalend: hij zingt de woorden niet alleen, maar vertelt echt een verhaal, waarbij tekstbegrip, dictie, timing en inflexie allemaal perfect samenwerken.

Kleurenrijkdom en agogiek waren verbluffend, zoals het heel even uitrekken van het woord ‘Sehnsucht’ op een verder stabiele begeleiding, maar er steeds voor zorgend dat niets ‘gemaakt’ wordt, maar alles oprecht is: dit moet de sfeer van de Schubertiaden rond 1820 geweest zijn.

Hier zagen we ook even een glimp van de operazanger die Koningsberger ook is, hoewel het operarepertoire geen plek had gekregen op deze afscheidsavond.

 

 

In Barbers huiveringwekkende Dover Beach (lees die prachtige tekst!), samen met het innig en sensitief begeleidende Matangi Kwartet, vuurde Koningsberger met grote autoriteit de pure angst voor een lege, dreigende toekomst met priemende, onontkoombare blik de uitverkochte zaal in, een eigenschap die grote liedzangers eigen is: het constante contact met het publiek, maar tegelijkertijd nooit de handeling uit de tekst vergetende. Waarschijnlijk een les, overgehouden aan de grote liedzanger Udo Reinemann, bij wie Koningsberger studeerde, en die, mede daardoor, altijd grote indruk op zijn publiek maakte (en op zijn leerlingen, onder wie ik mijzelf in alle bescheidenheid gelukkig ook mag scharen). De constante stroom van eb en vloed, symbool van menselijk verlangen en pijn, spoelde door de zaal, waarbij ook de zachtste noten de verste uithoeken bereikten, als je daarvan natuurlijk kunt spreken in een perfect ovale zaal.

 

 

Peilloos liefdesverdriet

Pure vocale schoonheid, naast dus die indrukwekkende verbeeldingskracht, ook in de daaropvolgende liederen van Mahler (heerlijk ‘orkestraal’ begeleid door Ed Spanjaard), die wat mij betreft iets vrolijker hadden mogen klinken, Schubert (subtiel op gitaar begeleid door Esther Steenbergen en Olga Franssen) en Roger Quilter, die mede door de inzet van meesterbegeleider Kelvin Grout, die met veel boventonen speelt, een nóg hoger niveau bereikten, waardoor Shakespeares hartverscheurende teksten over peilloos liefdesverdriet, verraad en doodsverlangen feilloos en rauw bij de toehoorders aankwamen.

 

 

Merg en been

Wie dacht dat het na de pauze allemaal wat vrolijker zou toegaan, had het mis, misschien ook door de herinneringen aan de beroemde zangpedagoge Elisabeth Schwarzkopf die Grout ophaalde in zijn grappige speech: ‘een zangles bij Schwarzkopf was alsof je een uur met je vingers in het stopcontact zat’. Hoe dan ook: begonnen werd alweer met Purcell, nu begeleid op theorbe. Eerst het Music for a while, waarin Koningsberger de afschrikwekkende godin Alecto, met haar slangen als haar en bloeddoorlopen ogen bijna levensecht wist op te roepen. Want dàt is zijn kracht: niet alleen de noten zuiver en stijlzeker zingen, want dat kunnen er meer, hoewel zelden nog compleet uit het hoofd, zoals Koningsberger. Nee, het is die hele wereld aan betekenissen en connotaties die Koningsberger oproept, zonder ooit academisch te worden: hij brengt levende kunst, maar met diep begrip voor de tradities en literatuur waar ze vandaan komt en waardoor ze gevormd is, zoals in What a sad fate, waarin de liefdespartner sterft van pijn, indringend en adembenemend mooi gezongen. De dissonant in de voorlaatste maat van de pianopartij van Come away death ging door merg en been.

 

 

Hardvochtigheid in de liefde

Direct daarna volgde Duparc, fenomenaal begeleid door Roger Braun, die kleuren toverde die ik nog niet vaak eerder hoorde op de piano. Zanger en pianist in perfecte eenheid, elegante klasse en een afwerking die toch niet verveelde, een gedeelde timing die tekst en muziek liet samenvallen en ook hier het levensverdriet voluit ontvouwde. Het Frans onberispelijk en verstaanbaar, de schoonheid van de frasering weergaloos, hoewel soms een iets dramatischer aanpak niet had misstaan, kniesoor die ik ben.

Soepel en eigenlijk opvallend onmerkbaar werd 3 eeuwen teruggeschakeld naar William Byrd en daarna naar Dowlands prachtige Can she excuse my wrongs?, over de hardvochtigheid in de liefde (prachtige tekst van een anonieme dichter) die alles vernietigt, alweer intens gezongen door de scheidende bariton, en héérlijk orgelachtig begeleid door een uitstekend samenspelend BRISK blokfluitensemble.

Na een kort en intiem voorgedragen stukje van Eden Ahbez was het nóg niet klaar: afgesloten werd met de Cinq Mélodies Grèques in een prachtig en effectief arrangement van Bas Verheijden, begeleid door ‘zijn’ Atlantic Trio. Eén van de weinige stukken die mij persoonlijk nooit zoveel zeiden, maar door de uitstekende begeleiding, en natuurlijk vooral door Koningsbergers lange lijnen en explosieve expressie (hier wél) volledig tot leven kwam.

 

 

Spijt en melancholie van het droevige leven

‘Koningsberger zíngt niet alleen, hij ìs wat hij zingt’, zo werd hij door een van de sprekers omschreven. ‘Laat dat Berger er maar af, want je bent gewoon de Koning. De koning van het lied’, zei een andere spreker. Waardere woorden werden zelden gehoord, en het lintje van Officier in de orde van Oranje-Nassau was daarbij vergeleken een volledig terechte, maar bijzakelijke geste. Koningsberger werd daarop toegezongen door de zaal: opmerkelijk zuiver, maar geen wonder met zoveel aanwezige vakgenoten. De toegift was intens mooi: The Sally Gardens, over de spijt en melancholie van het droevige leven. Het ga je goed, Maarten, en dank voor alles!

Peter Schlamilch

 

You May Also Like

Orchestre Philharmonique Royal de Liège en pianist Nelson Goerner ideaal in Frans repertoire

Armeense Romantiek in Luther Museum Amsterdam

Topviolist Marc Bouchkov laat Mendelssohn tot de verbeelding spreken

Geweldig slotconcert De Klassieke Duif