Nikola Meeuwsen zet desolate sfeer in Sjostakovitsj treffend neer

Winnaarsconcert. Nikola Meeuwsen, piano. Werken van: Mendelssohn, Scriabin, Shostakovitsj, Mozart en Schumann. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, Grote Zaal, 19 oktober 2025

Door Willem Boone

 

Variations sérieuses

Voor zijn debuutrecital in de Grote Zaal van het Concertgebouw speelde Nikola Meeuwsen(2002), eerste Nederlandse winnaar ooit van het Elisabeth Concours Piano 2025,  voor de pauze deels onbekend en na de pauze bekend repertoire. En stukken die bekend zijn, terwijl je ze toch niet zo vaak hoort. In die laatste categorie vallen de Variations sérieuses opus 54 van Mendelssohn, een meesterwerk dat desalniettemin weinig op recitalprogramma’s staat. Het was goed dat deze weer eens uitgevoerd werden, al was het naar mijn smaak logischer geweest om ze na de pauze te spelen in plaats van de Sonate nr 4 in es KV 282 van Mozart. Meeuwsen benaderde de Variaties van Mendelssohn pianistisch, in een rustig tempo met oog voor de voortgaande beweging. Fraai was de manier waarop hij de laatste zes, dalende octaven speelde. Overigens viel op dat het timbre van de vleugel nogal neutraal en niet per se heel mooi klonk. Deze werd in de pauze gestemd en daarna klonk hij inderdaad beter. Het volgende onderdeel, de Poème opus 32 nr 1 van Scriabin vormde mogelijk een brug tussen de Duitse romantiek en de Russische muziek van Sjostakovitsj. Het is meer een stuk dat je soms als toegift brengt en daar is het door zijn geringe lengte geschikt voor. De jonge pianist speelde het mooi, maar het tempo lag iets te hoog en de muziek had nog ‘languissanter’ of smachtender kunnen klinken.

 

 

Sjostakovitsj

Dit korte Poème van Scriabin vormde de opmaat voor de Tweede sonate in b kleine terts opus 61 van Sjostakovitsj. Een keuze waarmee de pianist het noch zichzelf noch zijn publiek makkelijk maakte. Ik was benieuwd naar zijn redenen om deze weinig gespeelde sonate te programmeren: heeft hij duidelijke affiniteit met deze muziek? Wilde hij in het jaar waarin herdacht wordt dat deze componist vijftig jaar geleden overleed een hommage aan hem brengen? Houdt hij van deze muziek? Het is allemaal mogelijk. Wijlen Youri Egorov zei ooit over deze compositie dat het een van zijn favoriete stukken was en misschien moet je wel Rus zijn om dit idioom naar waarde te schatten. Het is vooral een lange sonate, weliswaar met drie delen, maar niet geschreven in de gebruikelijke ABA-vorm (snel-langzaam-snel). Zoals vaak bij deze Russische componist schrijft hij in alle drie de delen een gematigd tempo voor, of er nu ‘allegretto’, ‘moderato’ of ‘largo’ boven staat. Dat maakt het al minder gemakkelijk om naar te luisteren, maar nog lastiger is dat de zon in deze muziek geen een keer gaat schijnen en dat de algehele sfeer zonder uitzondering somber, kaal, bijna nihilistisch is. Dat kan in zijn kamermuziek als het Tweede pianotrio of het Achtste strijkkwartet tot indrukwekkende momenten leiden die er bij een luisteraar ‘in hakken’, maar in dit geval wekte het de indruk van stuurloosheid en van muziek die eindeloos meandert. Ook waren er de voor deze componist typerende korte thematische motiefjes, waarbij je je als luisteraar afvraagt: ‘Is dit alles of zit hier meer onder?’ Hoe dan ook, het was in dit geval geen muziek die het hart verwarmde. Het was een prestatie van formaat dat Meeuwsen deze muziek speelde, met veel concentratie voor inhoud en vorm. Dat was des te bewonderenswaardiger aangezien het uiterst lastig is om op deze vorm grip te krijgen. Het ging hem heel goed af om de desolate sfeer, zoals in het tweede deel, largo, met een glashelder toucher neer te zetten. Hier wekte de muziek de indruk van iemand die vooruit lijkt te strompelen.  In het derde deel, Moderato – allegro con moto – adagio – moderato, moest ik onwillekeurig denken aan de manier waarop pianist Jan Wijn zich over deze muziek uitliet (‘Zijn harmonieën zijn simplistisch’) en inderdaad, in een kort fugatisch gedeelte in dit lange deel viel mij hetzelfde in de schrijfwijze van de linkerhand op. Nogmaals, deze muziek eiste ook van het publiek nogal wat, maar de pianist verdiende respect voor de wijze waarop hij dit lastige werk neerzette.

 

 

Mozart en Schumann

Na de pauze klonk er muziek die makkelijker in het gehoor lag of sterker nog: muziek die geniaal geschreven is. De korte sonate in es KV 282 van Mozart werd met eenvoud gespeeld, waarbij Meeuwsen alle herhalingen, ook die van de re-exposities, speelde. In dat laatste geval voegde hij kleine omspelingen toe, wat speels, maar niet per se noodzakelijk was.

Daarna volgde een tweede meesterwerk, de Fantasie in c grote terts opus 17 van Schumann. Aanvankelijk was van dezelfde componist Carnaval opus 9 aangekondigd en ik vond het een beetje jammer dat Meeuwsen dit niet speelde. Laatstgenoemd werk bestaat uit 21 korte delen (scènes) en daarin kan je als pianist goed laten zien hoe wendbaar je qua expressie bent. Daarnaast had ik deze pianist al twee of drie keer eerder de Fantasie horen spelen. Dat is natuurlijk een van Schumanns mooiste pianowerken, waarin hij – tamelijk ongebruikelijk voor deze componist – zich toelegt op de grote vorm. Daarbij viel op dat de pianist meer neigt naar Eusebius, het dromerige, introverte alter ego van Schumann, dan Florestan, die onstuimig en soms impulsief is. Dat werd al duidelijk bij de inzet van het eerste deel, Durchaus phantastisch und leidenschaftlich vorzutragen, waarbij de hartstocht wat genivelleerd werd. Het tweede deel, mässig, durchaus energisch, klonk in een voortvarend tempo, waarbij hij vrijwel ongeschonden uit de beruchte sprongen aan het eind kwam. Het laatste deel, langsam getragen, was poëtisch van sfeer en hier bouwde hij mooi het lange crescendo op.

 

 

Encores

Er volgden twee toegiften, allereerst het Intermezzo opus 117 nr 1  van Brahms, dat hij gelukkig in een niet al te slepend tempo speelde en dat donker en meditatief van sfeer was. De tweede toegift was het eerste deel, allegro, uit de Sonate nr 6 in f grote terts opus 10/2 van Beethoven, waarin hij zich van zijn meest ‘guitige’ kant laat zien. Meeuwsen speelde deze muziek fris, het was jammer dat hij niet de hele sonate speelde, die overigens (ook) een ideaal begin van een recitalprogramma vormt!

Willem Boone

foto’s: Melle Meijvogel, Foppe Schut, Simon van Boxtel

 

 

Info:

www.concertgebouw.nl

https://nikolameeuwsen.com

You May Also Like

Te aardse Schumann door celliste Julia Hagen en het Residentie Orkest o.l.v. Pablo González

Semyon Bychkov dirigeert lyrische Beethoven en Schubert, Kissin fenomenaal in Prokofjev

Aimard brengt intelligente en menselijke Bach

Radio Filharmonisch Orkest overtuigend in Messiaens Turangalîla-symfonie