over-dit-nummer-2-2026

Negen jaar geleden werd ik in de Grote Kerk in Naarden na afloop van de Matthäus-Passion op mijn schouder getikt. ‘Mag ik me even voorstellen’, zeieen warme diepe stem: ‘Govert Jan Bach’. Ik draaide me om en keer recht in de donkere ogen van J.S. Bach, de componist die ik het meeste vereer. Diezelfde intense blik, diezelfde donkere wenkbrauwen. Ik kreeg er kippenvel van. Govert Jan Bach (1947) bleek een nazaat van Bach in de achtste lijn. Van huis uit was hij pastoraal psycholoog en onderzoeker bij de GGZ, waar hij zijn cliënten met muziek behandelde. Nu schreef hij luister- e.a. boeken over zijn beroemde voorvader, die werden uitgegeven door uitgeverij Rubinstein. In dit nummer schrijft Govert Jan Bach een brief aan Bach, wiens Matthäus-Passion in april weer in vele kerken en concertzalen door het hele land zal worden uitgevoerd. ‘Wie Bach zingt, bidt dubbel’, schreef de Duiste dirigent en organist Karl Richter.
En dirigent John Eliot Gardiner verklaarde: ‘Bachs muziek is een hoogste daad van geloof — maar ook van menselijkheid.’
In dit nummer van De Nieuwe Muze besteden we op verschillende manieren aandacht aan Bach, die volgens zanger Dietrich Fischer-Dieskau ‘zangers tot waarheid dwingt’. Waarheid en waarachtigheid staan ook centraal in de masterclasses van de bijzondere zangpedagoge Margreet Honig. Ook cellist Anner Bijlsma zocht naar waarheid in zijn unieke aantekeningen bij Bachs Cello Suites. Giogione’s schilderij The passionate singer straalt waarachtigheid uit. Voor de kunst van het strijkkwartet zijn integriteit én menselijkheid van levensbelang, terwijl een glas goede wijn de creativiteit van componisten als Wagner en Tartini bevorderde. Willem Jeths probeert hedendaagse muziek een weer menselijk gezicht te geven, Capsar Vos en Frank Peeters breken een lans voor de pianomuziek van Medtner en in de Fritjof-Saga draait alles om de liefde.
Wenneke Savenije hoofdredacteur