Rhapsody in Blue met fluwelen handschoenen

Philzuid o.l.v. Duncan Ward. Met Alexandre Tharaud, piano. Francis Poulenc – Les Biches, George Gershwin – Rhapsody in Blue, Igor Stravinsky – Petroesjka (versie 1947). Gehoord: 1 juli 2026, Concertgebouw, Grote zaal, Amsterdam
Door Peter Schlamilch
Een prachtig programma met drie grote werken uit het begin van de twintigste eeuw, waarin de piano een belangrijke rol speelt – Poulencs Les Biches, Gershwins Rhapsody in Blue en Stravinsky’s Petroesjka staan wel vaker samen geprogrammeerd, natuurlijk vanwege de rode draad, die uiteraard het vieren van de roaring twenties is, de Années Folles, waarin de invloed van jazz op de klassieke muziek en de ritmische vernieuwing van de piano prominent zijn.

Flair en exuberantie
In dit concert dus eens een keer geen zware Duitse romantiek of vaag Frans impressionisme: Poulenc weigerde daarin mee te gaan en koos juist voor heldere melodieën, eenvoud en humor, met invloeden uit de jazz en de populaire muziek uit de Parijse cafés. Poulencs ballet werd in 1923 gecomponeerd voor Sergei Diaghilevs Ballets Russes (net als Petroesjka) en verbeeldt speelse, flirterige interacties tussen mannen en vrouwen in de zorgeloze tijdgeest van de brullende twintiger jaren in Parijs. Het orkest moest duidelijk op gang komen, want het begin was wat rommelig en soms zelfs onzuiver, maar gaandeweg kregen de musici de smaak te pakken, hoewel de kokette sfeer best wat plageriger had gemogen. In het derde deeltje hoorden we fraaie blazerssoli (fagot!) maar de finale miste soms flair en exuberantie, ook omdat de chef-dirigent misschien net te Brits is om Poulencs Franse ironie te vatten – hij dirigeert duidelijk, actief en betrokken, maar verzandt soms teveel tussen de maatstrepen, waardoor de grote lijn wat uit het oog verdwijnt.

Betekenisloze herhaling
Gershwins Rhapsody in Blue ging in 1923 in première, bijgewoond door onder anderen Jascha Heifetz, Igor Stravinsky en Leopold Stokowski, en werd gespeeld door de componist zelf, grotendeels geïmproviseerd (hij schreef de pianopartij pas later uit). Ook de bekende en afgelopen woensdag uitstekend gespeelde klarinetsolo (met een opmerkelijk ‘languissant’ bereiken van de hoogste noot) kwam toevallig, bijna als grap, tijdens de repetities destijds tot stand. De Rhapsody, die overigens niet door Gershwin zelf werd geïnstrumenteerd, werd een groot succes, maar naast positieve kritieken waren er ook andere meningen, bijvoorbeeld dat het stuk ‘begint met een veelbelovend thema dat echter snel verloopt naar leeg passage-werk en betekenisloze herhaling’, en over het algemeen bekritiseerden professionele muziekcritici het stuk van Gershwin herhaaldelijk als ‘in wezen vormeloos’ en beweerden dat ‘de componist lukraak melodieuze segmenten aan elkaar had gelijmd.’

Fluwelen handschoenen
Pianist Alexandre Tharaud hoorde ik een ruim jaar geleden nog in een fantastische uitvoering van Ravels Pianoconcert (ook met Philzuid, hoewel onder een andere dirigent), maar ook hij moest, net als eerder het orkest, even op gang komen: het begin klonk niet erg ‘jazzy’, maar verbleef nog behoorlijk in de sferen van de Franse salons van Poulenc van vlak daarvoor, en klonk eerder West-Europees romantisch dan Amerikaans-vernieuwend. Aanvankelijk te lief, te geparfumeerd, maar dat veranderde in de eerste cadens, die – opmerkelijk – opeens heel swingend en krachtig was, hoewel niet helemaal foutloos. Daarna gingen ook bij het orkest de fluwelen handschoenen uit en bereikte dirigent Ward uitstekende, pittig-vloeiende tempi, hoewel zijn slag, en dus de orkestklank, nog ademender en organischer had gemogen. Ook de tweede cadens werd vurig en bijna episch voorgedragen, waarna het orkest het werk niet minder intens afsloot, bekroond met dankbaar applaus.

Sfeervolle sterfscène
Hoofdmoot was natuurlijk Stravinsky’s geniale Petroesjka, dat zich vooral afspeelt op het carnaval van Sint-Petersburg (rond 1830), waar een mysterieuze poppenspeler de aandacht van het publiek trekt met zijn drie magische poppen – Petroesjka, de Ballerina en de Moor – die plotseling tot leven komen en een vurige dans uitvoeren. Die vurigheid ontbrak aanvankelijk een beetje bij dirigent Duncan Ward, die, hoewel alert en overtuigend, vooral bezig was met takteren en het eigenlijke drama – Petroesjka delft uiteindelijk het onderspit in de liefdesstrijd – een beetje aan zijn lot over liet. Het begin was mooi en prima, maar de totale chaos van een Russische jaarmarkt werd te weinig voelbaar – het bleef allemaal wat academisch. Gelukkig waren er prachtige fluitsolo’s en ook hier waren de fagotten weer ijzersterk, maar de Russische ‘gekte’, zoals in de karakteriserende en terugkerende paukenroffel (met trom) bleef uit – de zeer moeilijke trompetsolo ging, op een bijna onhoorbare hapering na, uitstekend. Toch kwamen ook in dit werk orkest en dirigent steeds beter op dreef en de tweede helft was ronduit boeiend en spannend, ondanks soms wat vreemde keuzen in de balans, en ook de strijkers speelden lang niet allemaal met dezelfde intentie en streekvoering. Aan Petroesjka was duidelijk de meeste repetitietijd besteed, en dat betaalde zich uit in een prachtige, sfeervolle sterfscène, nu wèl dramatisch, uitstekend gedirigeerd en gespeeld. Wat is Stravinsky toch een genie!
Peter Schlamilch
* Deze recensie betreft de live-versie in de zaal. De concertregistratie kan, door de opnametechniek, uiteraard afwijken.
Info: philzuid.nl