Reprise Saariaho festivalconcert boeit, maar betovert slechts deels

HUSH: Saariaho en Thorvaldsdottir. Het Muziek en studenten Koninklijk Conservatorium Den Haag en Conservatorium van Amsterdam o.l.v. Ernest Martínez-Izquierdo; Joseph Puglia, viool; Verneri Pohjola, trompet. Gehoord: donderdag 10 september 2026, Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam.
Door Harry-Imre Dijkstra
Kaija Saariaho’s muziek lijkt al bijna tot de canon te behoren, bleek bij dit concert. Het publiek, in zeer grote getale aanwezig, was ontvankelijk en aandachtig en kuchte zelfs tussen de delen van het trompetconcert HUSH door, alsof het de zoveelste Bruch-of Beethoven-uitvoering betrof. Maar ergens was dit publiek ook gemakkelijk te verleiden tot reacties op kleine details, een lachje hier en daar wanneer de trompettist een zonderling geluid produceerde, zelfs letterlijk luidruchtig in de zaal ademend toen Verneri Pohjola het uitnodigde met hem mee te ademen in zijn toegift, een improvisatie die bewoog tussen jazz en flarden Saariaho-motieven.

Ensemble
Het mooie van de avond was natuurlijk, dat ensemble Het Muziek – wat een misbaksel van een naam – versterkt was met conservatoriumstudenten, die uiterst geconcentreerd en consciëntieus te werk gingen en alle bewegingen van de dirigent en mede-musici in de gaten probeerden te houden. Hoewel duidelijk in zijn aangaves, was dirigent Martínez-Izquierdo in tegenstelling tot het optreden vorig jaar bij het Saariaho festival in het Muziekgebouw (zie de DNM-recensie daarvan hier: https://denieuwemuze.nl/fins-lichtfeest-in-het-holland-festival-study-for-life/) opmerkelijk minder aanjagend en detailrijk in zijn bewegingen. De begeestering was deels afwezig, wellicht begrijpelijk omdat de hoogspanning van een openingsconcert er nu ook niet was. Toch was dit juist hetgeen het spelende corpus nodig gehad zou hebben om weer een overrompelende belevenis zoals vorig jaar te kunnen creëren.

Nu ontbrak in het vioolconcert Graal théatre de souplesse, vielen er hier en daar zelfs kleine openingen in het klankveld en was het contrast tussen de twee delen niet krachtig. Solist Joseph Puglia, wederom acterend als collegiale solist maakte indruk met helder, innemend spel en finesse, al kon ook hij niet loskomen van een zekere stroefheid die de uitvoering van meet af aan kenmerkte. Anderzijds leek het, of dit vioolconcert voor hem technisch en muzikaal al diepgeworteld is.

HUSH
Aan het ander eind van het programma lag het trompetconcert HUSH, met de solist voor en met wie Saariaho het werk ook schreef. Wezenlijk verschil was de beleving van de solist; het deed Verneri Pohjola simpelweg iets, op deze plek opnieuw het concert te kunnen presenteren. Zijn uitingen waren risicovol, met veel gevoel en een grote rijkdom aan geluiden van zijn instrument, van zijn stem en van beide tegelijk zelfs. Hij presteerde het opnieuw zijn aandeel in dit werk magisch tot leven te brengen. Ook de eerder beschreven toegift was een reprise van vorig jaar, een manier om het gemoed na het spelen van de wonderlijke compositie van Saariaho, voltooid in de laatste maanden van haar leven, tot bedaren te brengen.

Miskleun
Spijtig was de programmakeuze tussen de soloconcerten in: het korte ensemblewerk Hrim van de IJslandse componiste Anna Thorvaldsdottir en een gefilmde presentatie van Lichtbogen van Saariaho. Hrim is een donker doch niet somber werk, dat direct een tweede beluistering zou verdienen. Dat had gemakkelijk gekund, indien men niet gekozen had voor de projectie van een volstrekt misbare filmopname, waarbij een kleine groep spelers uit Het Muziek ergens in een Flevolandse akker staat en zit te spelen en er op een gegeven moment zelfs een tractor voorbijrijdt. In plaats van een muzikale beleving in de zaal, klonk er diverse keren gegniffel en werd het aanschouwen ervan ook nog eens gestoord door het changement op het podium. Maar het überhaupt maken van de film is de grootste miskleun! Volgens Saariaho ging haar “…spectrale muziek uit van de directe werking van klank als akoestisch verschijnsel”. Zonder beeld dus.
Meerwaarde
En dit brengt ons tot de vraag naar het nut en de meerwaarde van een vrijwel letterlijke reprise van een concert, met dezelfde uitvoerenden, zoals dat vorig jaar in de context van een festival grote indruk maakte. Het zou natuurlijk niet om de zoektocht naar dezelfde ervaring moeten gaan. Maar zouden de gepresenteerde werken van deze avond geen baat hebben bij een nieuwe – volledig akoestische! – context, om nieuwe wisselwerkingen te ontdekken, om andere interpreten hun licht hierover te kunnen laten schijnen?
Harry-Imre Dijkstra
Info:
www.muziekgebouw.nl