Pianist Denis Kozhukhin is meester van de nuance

Bösendorfer Piano Series, Denis Kozhukhin, piano. Werken van: Haydn: sonate in D groot Hob 16:4, Sonate in E klein Hob 16:31, Brahms: 6 Klavierstuecke opus 118, Moessorgski: Schilderijententoonstelling. Gehoord: 10 september 2026, Waalse Kerk, Amsterdam
Door Willem Boone
De Pianosonates van Haydn worden onterecht en wat oneerbiedig soms beschouwd als ‘inspelertjes’ bij recitals, waarbij later – vaak na de pauze – het ‘echte werk’ nog moet komen. De manier waarop de Russische pianist Denis Kozhukhin Haydn speelde leek op die van zijn legendarische voorganger Sviatoslav Richter. Die kon ook met zo’n verfijning spelen, weliswaar niet met een ijzeren vuist, maar in ieder geval met een stevige kern, gehuld in een fluwelen handschoen. En dan wordt deze componist ineens een man van vlees en bloed en iets heel anders dan het imago van ‘Papa Haydn’ dat hem vaak aankleeft. Op deze wijze is zijn muziek inventief en verrassend, zodanig zelfs, dat je het niet erg gevonden zou hebben als Kozhukhin alleen maar Haydn gespeeld had. Dat deed Richter in de laatste jaren van zijn leven wel eens en dan verdwenen alle twijfels die je misschien zou kunnen hebben als je het programma op papier zag. De twee sonates op dit recital behoren niet tot de bekendste, maar ze klonken beurtelings puntig, speels en evenwichtig met de genoemde combinatie van robuustheid en verfijning. De pianist ging zich nergens te buiten aan excessen in dynamiek en speelde echt piano, maar wekte daarbij nergens de indruk dat hij zich moest forceren.

Brahms
Wat deze pianist ook met Richter gemeen heeft, is zijn vermogen om zich te verplaatsen in de taal van om het even welke componist. Ook zijn Brahms deed alle recht aan de donkere klankkleuren die zijn muziek eigen zijn. Het eerstevan de Klavierstuecke opus 118 was stormachtig van karakter, het bekende tweede speelde hij met de Brahms al even kenmerkende tederheid. Zijn toucher was zangerig en de muziek ontvouwde zich in een vloeiend tempo. Het was prettig dat hij aan de andere kant de wat meer massieve stukken, zoals het Derde Klavierstuck, niet te pompeus en te langzaam bracht. Het vijfde klonk in een kalm tempo en daarin wist hij mooi te realiseren wat Brahms voorschrijft: het lijkt net alsof de zon doorbreekt. De eerste frase van het zesde Klavierstueck klonk als een stem die van ver kwam. Het vervolg speelde hij forte, maar dit bleef vol van klank, zonder massief te worden.

Moessorgski
In de bekende Schilderijententoonstelling liet Kozhukhin horen dat hij vooral een meester van de nuance is. De promenade klonk al direct gedifferentieerd, waarbij hij af en toe terugnam qua dynamiek. Dat was ook het geval bij Gnomus. Het oude kasteel was fascinerend door het ingehouden tempo met een constant aanwezige puls in de linkerhand. De spelende meisjes in de Tuilerieen waren niet te haastig van karakter en Bydlo werd gelukkig niet te zwaar op de hand ingezet. Dat wordt bij nogal wat pianisten aangegrepen om de muziek zeer zwaar en ‘Russisch’ neer te zetten. Tegen het eind liet hij de muziek wel in intensiteit toenemen, maar zonder dat het te veel van het goede werd. Het ballet van de kuikens in hun eierschalen was delicaat en De markt in Limoges levendig. In Catacombes liet hij diep resonerende fortes horen en aan het eind klonken zelfs de lang aangehouden tremoli muzikaal. De hut op kippenpoten werd met felle accenten gespeeld en als te verwachten was De poort van Kiev majestueus en vol van klank. Daarbij viel in gunstige zin de afwisseling tussen pianissimo en fortissimo op. Heel effectief was de manier waarop de pianist het geluid van de beierende klokken liet horen, vooral in de linkerhand. Zijn fortissimo’s waren vol en ook hier niet te pompeus. Alleen aan het eind waren er een paar explosieve fortes in de linkerhand, waar de bassen van de Bösendorfer niet helemaal op berekend leken. Ze klonken ook niet helemaal zoals je ze doorgaans hoort, maar toen ik de pianist naderhand sprak, vertelde hij dat hij, zoals dat bij veel pianisten gebeurt, verward raakte door de drie extra toetsen die zo’n instrument rijk is. ‘This time it made sense’ voegde hij eraan toe, en inderdaad, het gaf in dit geval de muziek een extra spookachtig karakter.

Toegiften
Er waren twee toegiften voor het enthousiaste pubiek: allereerst de Prelude in b van Bach, bewerkt door Siloti. Een geliefd stuk om een recital mee te besluiten en door het fluisterzachte spel van de pianist leek het op een droom. Ook hier toonde hij zich een meester van nuancering. Als laatste speelde hij een van de sfeervolle Lyrische Stuecke van Grieg. De pianoserie in de Waalse Kerk, waar dit seizoen nog diverse andere musici hun opwachting zullen maken, had op geen betere manier afgetrapt kunnen worden!
Willem Boone
Foto’s: Marco Borggreve e.a.

Info:
https://dewaalsekerk.nl/muziek/bosendorfer-piano-series-26-27