Schumann Quartett begeestert Blaricums publiek

Blaricum Music Festival 2025. Muziek van Haydn, Weiner en Beethoven. Gehoord: 5 juli 2025, Vituskerk, Blaricum
Door: Harry-Imre Dijkstra
Officieel had het zaterdagavondconcert van het Duitse, internationaal gelauwerde Schumann Quartett de afsluiting moeten zijn van het zesde Blaricum Music Festival van Peter Santa. Maar de middag erop zou nog een toegevoegd solorecital van pianist Nikola Meeuwsen klinken in een uitpuilende Vituskerk. Die aan de buitenkant wat sobere, maar binnen zeer sfeervolle ruimte kan zeker 500 mensen herbergen; het was dan ook een schril contrast om het hoogkaratige optreden van het Schumann Quartett met slechts 60 bezoekers te genieten. De renommee van het ensemble, het bijzondere programma en zelfs het sombere weer konden niet aangewezen worden als reden voor deze lage opkomst; het was zeker pech, dat het populaire openlucht-muziekfestival Wonderfeel uitgerekend in hetzelfde weekeinde plaatsvond.
Reuring in het dorp
Het Blaricumse festival, dat zich bij elke editie tot nu heeft weten te verzekeren van echt grote namen in de muziekwereld, zoals Mischa Maisky, Ilya Gringolts, Ian Bostridge, Roby Lakatos en het Hagen Quartett, zorgt voor behoorlijk wat reuring in het dorp en het zijn doorgaans ook overwegend de dorpelingen zelf die komen luisteren; allicht valt er dus wat nationale naamsbekendheid betreft nog wat te winnen. De voorheen vaak gebruikte Dorpskerk, voor kamermuziek uiterst geschikt, was dit festivaljaar niet in gebruik; het vergde derhalve wat tijd om te wennen aan de ruime-jas-akoestiek van de Vituskerk, toen het Schumann Quartett aanving met het robuuste en energieke Strijkkwartet op. 54 nr. 2 van Joseph Haydn.

Passende Haydn
Al was de opening niet direct op voltage en geheel trefzeker, heel snel werd duidelijk, dat dit stuk het ensemble als een handschoen past. Het ensemble kenmerkt zich namelijk ook door energiek en krachtig spel, met onwaarschijnlijk vlotte wendingen en het direct treffen van de karakters, zowel van de gehele compositie, de delen en zelfs de losse muzikale zinnen. Dat manifesteerde zich in het Adagio, dat als een vibrato-loos koraal ingezet werd en waaroverheen primarius Erik Schumann wonderlijk ontspannen leek te improviseren. Gaandeweg werd de totaalklank wat romantischer, eigenlijk jammer. Maar de overgang naar het Menuet was zó soepel en speels, dat in dit dansante parcours alles vergeten werd en enkel de wat zwaar aangezette dissonanten in het Trio opvielen. De paarsgewijs opgezette Finale, waarin de onderstemmen vooral kleur boden en de bovenstemmen uitbundigheid, werd besloten met een prachtig gerealiseerde terugkeer naar de langzame opening van dit deel, warm en rustig.

Hongaarse Mendelssohn
De kwartetheren, de broers Erik, Ken en Mark Schumann met altviolist Veit Hertenstein, overrompelden vervolgens met het zeer hoogstaande Kwartet nr. 2 op. 13 van Leó Weiner, tijdens zijn leven de Hongaarse Mendelssohn genoemd, al was hij een tijd- en studiegenoot van Bartók en Kodály. Dit werk, in 1922 met de internationale Coolidge Prize bekroond, kon zich geen betere pleitbezorgers wensen. De flinterdunne klankopbouw van de introductie werd krap erna compleet omgebogen naar diep-romantische sonoriteit, waarbij de cellist de stabiele ondergrond creëerde. Het risico dat de spelers namen was voelbaar, de rhapsodisch uitgespeelde dramaturgie en de dialogen tussen de violen waren ronduit knap. In het snelle tweede deel mocht de cellist met een verraderlijke inzet opnieuw op ideale wijze het pad plaveien voor de overige spelers. De grilligheid van dit Vivace-deel werd smetteloos gepresenteerd, het was tegelijk bij uitstek een deel dat vanwege de details in een drogere akoestiek beter had geklonken. Met het langzame deel was de geur en kleur direct richting Debussy en Kodály, tegelijk spannend en zangerig in de uitwerking én bood het voor het eerst de altviolist de kans om uit de hoek te komen. Na het verstilde einde inclusief pizzicati spic en span was er wéér zo’n fijne overgang, nu naar de Finale. Daarin waren de luide dynamische passages sporadisch wat rigide, maar de timing van het geheel en het slot in het bijzonder volkomen begeesterend.

Met veel gevoel
Het kwartet had kort vóór dit optreden een complete Beethovencyclus in Tokyo gespeeld. Festivaldirecteur Peter Santa memoreerde dat buitenlandse bezoek in zijn inleiding en gaf daarmee onbedoeld aan het publiek het idee, dat de spelers wellicht behoorlijk op hun tandvlees zaten. Daar bleek ook in Beethovens Tweede Razumovsky Kwartet op. 59 na de pauze geen strijkstokhaar van! De opening alleen al, waarbij de pauzes tussen de ferme openingsakkoorden zonder puls leken te zijn: magisch! Opnieuw werd er met vaart en richting gespeeld, met soepele overgangen, waarbij de syncopenpassage niet als een effectje maar eerder als klein intermezzo gespeeld werd. Deel twee, met Beethovens opmerkelijke aanwijzing ‘Dit stuk dient met veel gevoel behandeld te worden’, werd perfect getroffen en bracht de primarius er zelfs toe om met gesloten ogen zijn frases te vertellen. De gevoeligheid van het spel raakte nu werkelijk diep. Met deel drie stevig bewegend en de Finale vrolijk en voorwaarts, kon er nog steeds geen lachje vanaf tijdens het muzikale onderhoud op het podium. Dat kwam gelukkig wel bij het gulle applaus van het publiek, waarop nog de door Mozart bewerkte Bachfuga KV 405 nr. 5 als toegift volgde. Na afloop stond het welverdiende souper klaar; even ontspannen in het drukke concertleven…
Blaricumse KerstConSnerten
Wie niet wil wachten tot de volgende editie in juli 2026, kan komende 12 en 13 december – in de Dorpskerk! – reeds terecht bij twee zogenaamde Blaricumse KerstConSnerten met het Nederlandse Arethusa Quartet.
Harry-Imre Dijkstra
Info: