Magische Parsifal in de Deutsche Oper

Richard Wagner – Parsifal. Orkest, koor, kinderkoor en ballet van de Deutsche Oper Berlin o.l.v. Tarmo Peltokoski. Met Thomas Lehman (Amfortas), Tobias Kehrer (Titurel), Albert Pesendorfer (Gurnemanz), Attilio Glaser (Parsifal), Lawson Anderson (Klingsor), Irene Roberts (Kundry) e.a. Regie: Philipp Stölzl. Gehoord: Goede Vrijdag, 3 april 2026, Deutsche Oper, Berlijn

Door Peter Schlamilch

Op Goede Vrijdag Wagners Parsifal te horen is een droom die uitkomt: waar in ons land de Matthäus-Passion de Paasdagen domineert, is dat in Duitstalige landen Wagners verlossingsopera, waarvan het verhaal zijn hoogtepunt op Goede Vrijdag vindt – de verloren speer, waarmee Christus ooit aan het kruis is doorboord wordt, teruggebracht door de titelheld, de stervende koning Amfortas, ooit ten prooi aan de wellustige Kundry, die hem verleidde, wordt verlost en de heilige Graal kan weer worden onthuld, nu door Parsifal, die voortaan de Graalridders zal voorgaan in hun bescherming van de allerheiligste relikwieën van het Christendom. De mensheid is verlost en gered.

 

 

Integer en smaakvol

De meeste dirigenten laten het schitterende, vooreerst breekbare Vorspiel ontstaan vanuit diepe stilte, maar de piepjonge Finse dirigent Tarmo Peltokoski kwam omstandig op en liet zich het applaus naar hartelust welgevallen, en dat was jammer: Parsifal is eigenlijk een muzikale eredienst waarbij de dirigent de voorganger is, en die moet beseffen dat dit werk voor velen in de zaal en op het toneel om veel meer dan slechts ‘een operavoorstelling’ gaat – ook een katholieke priester zal zijn H. Mis niet laten voorafgaan door applaus van de gelovigen. Toch keerde de magie al snel terug, want tijdens de orkestinleiding werd de hele voorgeschiedenis van het drama uitgebeeld in een aandoenlijk pantomime: in een werkelijk adembenemend decor en dito belichting en aankleding zagen we de kruisiging van Christus, de van afschuw vervulde omstanders, het doorboren van de zij van de Verlosser, het overhandigen van de speer, het opvangen van het heilige bloed in de Graal en het uitlachen van de Heiland door Kundry – het zou allemaal veel te overdreven en ‘in your face’ geweest zijn (de Duitser zeggen ‘plakkativ’) als het niet zo integer en smaakvol gedaan zou zijn. Ik was onder de indruk van de emotionele werking van het schouwspel, dat gemakkelijk tot kitsch zou kunnen vervallen, maar dat gelukkig nergens deed, hoewel de grenzen in zicht waren.

 

 

Diepe zeggingskracht

Diepe zeggingskracht

Ook in de rest van de voorstelling werden steeds scènes nagespeeld, wat de onervaren toehoorder natuurlijk sterk hielp om Wagners gecompliceerde teksten te begrijpen – doorgronden zou te veel gevraagd zijn, want ook grote Parsifalkenners zijn altijd weer verbaasd over de diep- en geheimzinnigheid van het werk: wie zal ooit beweren het werk helemaal te hebben begrepen? Juist dat maakt dit Festspiel – Wagner zelf noemde het geen opera – zo magisch, en het toneelbeeld in Berlijn droeg daar alles aan bij. Afgelopen zomer was ik al gegrepen door de sterke muzikale voordracht van het fantastische orkest van de Deutsche Oper,  maar dirigent Tarmo Peltokoski hield het orkest nu zo klein en transparant dat weliswaar veel van Wagners toverpartituur (voor mij de beste muziek na de Matthäus-Passion) open en bloot kwam te liggen, maar nog meer van zijn onnavolgbare en betoverende samenklanken en drama verloren gingen, precies als afgelopen februari, toen de jonge Fin in AmsterdamWagners Tristan ‘bijna impressionistisch-mild en afstandelijk’ liet klinken. Waar velen menen in Peltokoski een Wagner-specialist te ontwaren, zie ik het tegenovergestelde: deze dirigent heeft ongetwijfeld veel liefde voor de Leipziger meester, maar weet diens mysterie en diepe zeggingskracht niet te vatten: alles blijft aan de oppervlakte, de peilloze diepten van Wagners muziek wordt niet geëxploreerd en de klank blijft steeds helder en briljant – termen die bij een Rossini-opera prima aansluiten, maar bij Parsifal compleet ongepast zijn.

 

 

Perfect naïef

Gelukkig hadden de zangers besloten zich niets van deze vederlichtheid aan te trekken, en we hoorden dan ook diepontroerende vocale prestaties op emotioneel topniveau: de Oostenrijker Albert Pesendorfer zong een geweldige, autoritatieve en onvermoeibare Gurnemanz – hij vulde de zaal met zijn indrukwekkende fraseringen en dictie en het toneel met een grote presentie. De Amerikaan Thomas Lehman vertolkte een heerlijk zingende, koninklijk-edele maar immer lijdende Amfortas, en zijn landgenote Irene Roberts was een van de mooiste Kundry’s die ik ooit hoorde: wat een prachtige, gave stem, in alle registers expressief en onder perfecte controle en met daarnaast prachtige dramatische kwaliteiten op het toneel – grote klasse! De Duits-Italiaanse tenor Attilio Glaser zong zijn Parsifal warm en aanvankelijk perfect naïef, zich later ontwikkelend tot stralende held, zich steeds op intelligente wijze van zijn rol en opdracht bewust – grappig overigens dat in een zo beeldende voorstelling de zwaan geheel ontbrak, maar misschien was die inderdaad ook wel te veel geweest.

 

 

Parel

De beroemde en cruciale Verwandlungsmusik, een van de beste orkeststukken uit de muziekgeschiedenis, klonkt prachtig in het orkest, maar veel te karig gedirigeerd door een dirigent die maar steeds de essentie van Wagners meesterwerk niet leek te kunnen vinden. De kerklokken, live gespeeld, galmden dat het een aard had, en Tobias Kehrers Titurel was indrukwekkend, groots en loepzuiver, net als de beeldschone, bijna houtachtige paukenbegeleiding.

Het enorme koor zong geweldig en speelde op elk moment doorleefd en afgewerkt, een kenmerk van de hele voorstelling, trouwens: de herinstudering moet uiterst serieus ter hand genomen zijn, want dit was pas de 24eopvoering sinds de Berlijnse première in 2012, maar ze zag eruit als nieuw (hetzelfde viel me al op bij hun prachtigeZauberflöte, afgelopen zomer). De Graalsonthulling was, tegen elke verwachting in, sober en zonder poespas, maar daardoor zeker niet minder indrukwekkend, en de slow motion van de ridders die daarop met hernieuwde krachten ten strijde trokken tegen het kwaad in de wereld was adembenemend: deze voorstelling is een parel in de Europese operawereld, hoewel natuurlijk niet alle details bevielen, zoals de constante aanwezigheid van wat TL-balkjes. Maar bij zoveel moois was dat makkelijk te overkomen en we begrepen natuurlijk ook de broodnodige verwijzing naar de huidige tijd. De lege stoel en Amfortas’ mantel die uiteindelijk eenzaam overbleven waren geniaal gevonden.

 

 

De dom van Siena

In de tweede akte zong Lawson Anderson een meer dan uitstekende Klingsor (hij viel in), maar ook hier weigerde dirigent Peltokoski het orkest op te zwepen naar de benodigde duivelshoogten, en begreep helaas ook Wagners verwijzing naar de Matthäus-Passion in de slotmaten niet (de voorhouding Cis-B – Bach doet in zijn slotmaat het omgekeerde). De Bloemenmeisjes zongen prachtig-wellustig (in een iets te sloom tempo) en Kundry en Parsifal overtroffen zichzelf in een spectaculaire liefdesscène, waaruit de held bruut ontwaakte. De schitterende inleiding tot de derde akte was helaas weer flets en te kamermuzikaal, en dat lag niet aan het prachtige orkest van de Deutsche Oper, dat ik ken als een gepassioneerd ensemble. Nee, ook hier vermeed Peltokoski elke dramatiek en speelde over Wagners dissonanten heen alsof ze er niet stonden. De tot dusver zeer plastische maar smaakvolle regie van Philipp Stölzl, waarin alles klopte (prachtige ‘freeze’-scènes!), werd nu wel érg actief en leidde bij vlagen af van de grote wereldverlossing die op het toneel plaatsvond, en dat was jammer, maar vergeeflijk na zoveel schoonheid. Ook hier te trage tempi aan het begin en een juist wat afgeraffelde slotmonoloog van Amfortas, waardoor de voorstelling nét nog wat onevenwichtig dreigde te worden. Gelukkig is daar het fenomenale koor van de Deutsche Oper, dat Wagners noten hemels vertolkte en even deed denken aan de Dom van Siena, die de grote componist bij het schrijven ervan voor ogen had. Een magische voorstelling die iedereen moet gaan zien.

 

Peter Schlamilch

Foto’s © Bettina Stöß

 

 

Meer info: deutscheoperberlin.de

You May Also Like

Een Engelse avond met een geweldige Britse altviolist

Pianist Alexander Malofeev is een van de allergrootsten van dit moment

Componiste Martines verliest duidelijk van Moore

Nadja en Sara plusplus zetten het Muziekgebouw op zijn kop