Anastasia Kobekina geeft Celloconcert van Elgar verrassende wendingen

Vriendenloterij Zomerconcerten. Residentie Orkest o.l.v. Kerem Hasan m.m.v. Anastasia Kobekina, cello. Gehoord: 28 augustus 2026, Concertgebouw

Door Wenneke Savenije

 

Levendige contrasten

Alsof hij een span paarden met vaste hand door een avontuurlijk parcours mende, zo begon de energieke Britse dirigent Kerem Hasan, ooit assistent-dirigent van Bernard Haitink en sinds seizoen 2025-2026 vaste gastdirigent van het Noord Nederlands Orkest, aan zijn enerverende lezing van de Ouverture uit Euryanthe, J 291, op. 81 van Carl Maria von Weber. Diens romantische opera Euryanthe (première 1823) werd nooit echt een succes, wat vermoedelijk te wijten was aan het zwakke libretto en de extreme lengte van het stuk. Mahler trachtte er verbeteringen in aan te brengen, maar dat mocht niet baten. Toch werd de Ouverture een geliefd repertoirestuk, niet in de laatste plaats vanwege de levendige contrasten, de kleurrijke orkestratie en de theatrale spanning die het werk typeren. In het energieke openingsgedeelte maakt de held zich kenbaar, waarna het door strijkers gedomineerde middengedeelte onheilspellend en ijzingwekkend sober de geest van de overleden zus van de held oproept, gevolgd door een terukeer naar de uitbundige levendigheid van het begin. Hasan en het orkest hadden er hoorbaar plezier in om de verhaallijnen te profileren, de contrasten aan te scherpen en de rijke orkestrale kleuren te etaleren, zodat Von Weber geconcentreerd maar vol vaart tot de verbeelding sprak.

 

 

Avontuurlijke ontdekkingsreis

De Russische celliste Anastasia Kobekina (1994) sprong op haar beurt als een dartel veulen met haar cello als trofee de lange rode trappen af om zich in een flamboyante outfit op een van haar lievelingswerken te storten: het Celloconcert van Elgar, dat ze al speelt sinds haar tienerjaren. Ze voerde het o.a. uit met het Marlinsky Orchestra, het Britten Jeugd Strijkorkest, het Belgian National Orchestra, het Radio Filharmonisch en het Orchestre Philharmonique de Strasbourg en omschrijft het stuk als ‘Vonken van hoop ontvlammen in het duister en zinken er daarna weer in terug.’   Kobekina benadrukt niet zozeer de Britse weemoed en naoorlogse tristesse van het in 1919, vlak na de Eerste wereldoorlog gecomponeerde stuk, maar zoekt in de partituur naar de tegenbeweging tussen duisternis en levenslust. Haar Elgar focust op de menselijke ervaring, is intens en expressief zonder sentimenteel of zwaar te worden, origineel, nerveus en soms bijna rauw van klank. Op de duistere momenten snijdt haar ongepolijste donkere toon door je ziel, in lichvoetigere passages laat ze haar cello poëtisch zingen en verrast ze met haar originele invaslhoeken, haar speelsheid, onstuimigheid en ‘zonnige’ klank. Met een bijna filosofische afstand, onderzoekt ze Elgars concert in zijn historische context, laat ze er verschillende speeltstijlen op los en probeert ze trouw te zijn aan haar eigen identiteit als uitvoerder, van waaruit ze de muziek zo integer mogelijk probeert te spiegelen.

 

 

Muzikale vrijheid

Kobekina, die werd opgeleid in de Russische traditie maar zich ook verdiepte in de historische uitvoeringspraktijk: ‘In de barok zijn er veel geschreven regels, maar musici zijn juist ongelooflijk vrij en expressief. Bij moderne muziek zijn er minder geschreven regels, maar iedereen lijkt zich aan dezelfde ongeschreven regels te houden. Ik probeer voor mezelf de balans te vinden. Ik hou van Elgars concert omdat het steeds weer anders is. In dit stuk zitten zoveel emoties die je misschien niet met woorden kunt uitdrukken, maar wel met muziek. Het expressieve kleurenpalet is enorm en het spreekt op een heel diepe manier over de menselijke ervaring.’  Zo sleurden Kobekina en haar cello het publiek mee op een avontuurlijke reis door de wereld van Elgar, waarbij haar intelligente benadering van structuur en stijl af en toe een beetje uit evenwicht raakte door haar vurige passie, speelsheid, drive en ontdekkingsdrift. Het klonk allemaal even spontaan en oprecht, maar in zijn geheel soms een beetje onevenwichtig. Voor zover Kobekina er op onnavolgbare wijze vandoor vloog, opereerde Hasan ook hier als ervaren ‘menner’: hij gaf de celliste samen met het allert en sfeervol musicerende Residentie Orkest alle ruimte, maar behoedde haar ook voor te veel onrust en onstuimigheid.

 

 

Bij wijze van toegift speelde Kobekina samen met slagwerker Chris Leenders op tamboerijn een folkloristisch aandoende dans van haar ‘lievelingscomponist’ en muzikale inspirator, haar vader Vladimir Kobekin.

 

Noodlotsymfonie

Na de pauze leefden Hasan en het Residentie Orkest zich op monumentale wijze uit in de Vijfde symfonie van Tsjakovski, die dit aangrijpende werk in zijn dagboek omschreef als ‘een gesprek met het noodlot.’  Het droefgeestige openingsthema E- F#- G- A- F”, gespeeld door de klarinet, klinkt in het verloop van de symfonie steeds weer op, alsof de mens die ten volle wil leven steeds weer naar beneden wordt getrokken door de duistere krachten van het noodlot. Het werk zich laat beluisteren als een cirkelgang van het lot. Strijd, hoop en wanhoop monden uit in een dubbelzinnige ‘overwinning’.

 

 

Onder leiding van de compact en soliede dirigerende Hassan bewoog het openingsdeel zich van ingetogen tragiek naar stormachtige passages, onderbroken door momenten van extase en schoonheid. De fraai gespeelde hoornsolo in het ingetogen Andante cantabile werd tenslotte weer wreed verstoord door het noodlotmotief, volgens de strekking: ‘Zelfs wanneer je gelukkig bent, weet je dat het geluk niet blijvend is.’ Om weer bij te komen van de schrik, opende het derde deel als een luchtige en elegante wals, maar ook hier dook de onrust op, compleet met het noodlotmotief, dat in de finale ineens in majeur weerklinkt. Heeft de mens daarmee het noodlot overwonnen? Niet echt. Het lijkt meer op berusting in het onvermijdelijke, een stellingname die door Hasan en het gedreven musicerende Residentie Orkest met een kleurrijk orkestpalet, indrukwekkende passages door o.a. houtblazers en koper, warmbloedige strijkers en slagwerk en een gemoedelijke balans tussen heftige dramatiek en relativerende nuchterheid werd onderbouwd.

Wenneke Savenije

 

 

Info:

www.concertgebouw.nl

You May Also Like

Pianist Vikingur Ólafsson overtuigt niet in Beethoven, KCO briljant in Prokofiev

Spierballen in plaats van Zwischentöne: Mahler 7 door het Gustav Mahler Jeugdorkest

Pianiste Yulianna Avdeeva is uitstekend pleitbezorgster voor Rachmaninoff

Brahms op zijn best met het Royal Danish Orchestra