Revolutionair optreden van klavecinist Andrea Bucorella op het FOM

 

FOM. Klavecimbelmuziek van Byrd en Sweelinck. Andrea Buccarella, klavecimbel. Gehoord: Festival Oude Muziek, Lutherse Kerk, 2 september 2026, Utrecht

Door Emanuel Overbeeke

 

Het is altijd hachelijk en ook ietwat onaardig om musici te classificeren. Iedereen neemt altijd onbewust iets mee van zijn of haar omgeving, maar wil in de eerste plaats persoonlijkheid zijn. Dat classificeren niettemin inzicht verschaft, blijkt als de tijd en de omgeving van de musicus voorbij zijn. De beste en meest persoonlijke musici leven voort, al worden ze later vooral gezien als representanten van hun omgeving. De mindere goden die het achteraf gezien tijdens hun carrière vooral moesten hebben van hun band met de context, raken uit zicht.

 

 

 

Drie klavecimbeltradities

Deze (noem het) wet in de geschiedenis van de uitvoeringspraktijk speelt ook bij klavecinisten. In de geschiedenis van het klavecimbelspel vanaf 1900 zijn grofweg drie tradities aan te wijzen.

De eerste werd gedomineerd door Wanda Landowska (1879-1959). Ze speelde groots, was onberekenbaar in haar tempi en vrijheden en was in haar details even overweldigend als in haar greep op de structuur.  Juist die onberekenbaarheid in vrijheden, voor sommigen romantisch, was voor de volgende lichting het belangrijkste doelwit.

 

 

Musici als Ralph Kirkpatrick (nota bene een leerling van Landowska), Helmut Walcha en Robert Veyron-Lacroix, de meeste geboren rond 1915, benadrukten de ritmische continuïteit, de kleine subtiliteiten binnen een strakke puls, de neiging tot het metronomische (vooral sterk bij mindere goden uit deze richting) en de aandacht voor de grote lijn waardoor bijzondere momenten kunnen worden ondergesneeuwd.

 

 

De reactie op deze speelwijze die aangeduid werd als zakelijk, objectief en in het ergste geval als naaimachinestijl, kwam met name met Gustav Leonhardt vanaf de jaren zestig. Hij herstelde de demonstratieve vrijheden, met name in langzame delen vol trekkerige rubati zodat het geheel soms uit het oog raakt, zeker bij mindere goden. Terwijl Leonhardt met zijn spel in alles vooral de allure benadrukte, waren zijn geestverwanten en directe en indirecte leerlingen meer uit op het intieme en zachtaardige. Het grootse vuur van Landowska en Kirkpatrick is verinnerlijkt. De schoonheid heeft gewonnen van het pathos. Hoewel Leonhardt al meer dan tien jaar dood is, is zijn benadering nog steeds het grootste model voor alle klavecinisten.

 

 

 

Cataline Vicens

Tot woensdag (voor mij woensdag, voor de ultieme klavecimbelfreaks al sinds enkele jaren). Net als in eerdere jaren is er in het Festival Oude Muziek aandacht voor klavecimbelmuziek met diverse korte recitals. De klaveciniste Catalina Vicens, die afgelopen zondag een programma speelde met afwisselend Byrd en Dowland, verkeert solide in ‘fase 3’. Ze is een zeer fraai vertegenwoordigster van deze ‘school’, wat enigszins het leed verzachtte dat de stukken die ze speelde bijna allemaal langzaam waren en met zoveel zorg voor de momenten werden uitgevoerd dat de architectuur onder druk kwam te staan. Haar toegift bracht een welkome variatie. Het was prachtig, maar niet baanbrekend.

 

 

Andrea Bucarella

Ronduit revolutionair was het recital woensdag van de Italiaan Andrea Buccarella met werken van Sweelinck en Byrd. Hij verenigde het beste van fase 2 en fase 3 waardoor zelfs de grote verwantschap tussen beide componisten op het programma op de achtergrond raakte. De neiging van fase 3 tot gestileerd zuchten had gelukkig plaats gemaakt voor grote continuïteit, terwijl de muziek onbekommerd stroomde en ademde. Het conflict tussen vrijheid en continuïteit was een gepasseerd station. Al jaren vroeg ik mij af wanneer Leonhardt als boegbeeld van een fase in de uitvoeringsgeschiedenis een opvolger van gelijk niveau zou krijgen. Buccarella is de geschiktste kandidaat daarvoor. Dat ik hem pas woensdag leerde kennen, is uiteraard mijn fout en om de fout goed te maken kocht ik in de festivalwinkel zijn cd met toccata’s van componisten van Merulo tot Bach (Ricercar 407 – hij heeft inmiddels meer cd’s gemaakt). Ook al dateert die cd van vlak voor corona (ik heb kennelijk al die tijd zitten slapen), de persoonlijkheid en zelfverzekerdheid zijn er al helemaal. Het verschil tussen inspiratie met en zonder publiek is gering, de opname en het instrument zijn uitstekend en zelfs veel Duitse barokcomponisten van voor Bach worden interessanter. Het recital in Utrecht is niet opgenomen, dus koop die cd. Revoluties maken indruk en beklijven, niet vanwege het nieuwe, maar vanwege het zeer goede. En dit spel is hors concours, revolutionair zonder dat een ideologie eraan te pas komt.

Emanuel Overbeeke

 

Info:

https://oudemuziek.nl

You May Also Like

Een tijdreis door Utrecht – opening van het Festival Oude Muziek Utrecht 

Terug naar de toekomst: Huelgas Ensemble zingt musica antiqua

Anastasia Kobekina geeft Celloconcert van Elgar verrassende wendingen

Pianist Vikingur Ólafsson overtuigt niet in Beethoven, KCO briljant in Prokofiev