Terug naar de toekomst: Huelgas Ensemble zingt musica antiqua

Huelgas Ensemble o.l.v. Paul van Nevel. Programma: Festivalprelude: Paris 1200. Leoninus, Perotinus e.a. Gehoord: 28.8.2026, Domkerk Utrecht. Festival Oude Muziek Utrecht.

Door Michael Klier

 

Mijn interesse voor muziek is breed! Ik zoek het vaak buiten de gebaande paden en voel me daarom enorm aangetrokken tot hedendaagse en experimentele muziek. Naar het Huelgas Ensemble luister ik graag omdat ze me blijven verrassen met (voor mij) onbekende composities in steeds wisselende kooropstellingen. Afgelopen vrijdag trakteerden ze hun publiek in de domkerk Utrecht op muziek uit de 12e en 13e eeuw. Ondanks dat ik al eerder van Perotinus had gehoord was dit concert met uitdagende glissandi en microtonale solopartijen een echte verrassing.

 

Leoninus en Perotinus

Paul Van Nevel en zijn Huelgas Ensemble zongen elf werken uit de vroegste periode van de westerse muziekgeschiedenis. Het merendeel van de composities is niet meer te herleiden tot een bepaalde componist. Pas Leoninus en zijn navolger Perotinus, beiden als kapelmeesters verbonden aan de Notre-Dame te Parijs, komen met hun namen uit de anonimiteit. Met name laatstgenoemde zorgde met zijn werk voor een ware muzikale schokgolf, waarvan de gevolgen zich deden voelen in heel Europa. Hij droeg bij aan de ontwikkeling van ‘organum’: een techniek waarbij zich meerdere stemmen tegelijkertijd boven een gregoriaans gezang voortbewegen – een radicale vernieuwing in een tijd waarin vooral eenstemmige muziek klonk.

 

 

Trillers van verleidelijke vrouwen

De Engelse filosoof Johannes van Salisbury deed halverwege de 12e  eeuw verslag van de muziek die hij in Parijs hoorde: ‘Deze immorele hymnen zouden wel eens de trillers van verleidelijke vrouwen kunnen zijn. De zangers stapelen versiering op versiering, ze zingen hoog en dan plotseling laag, breken noten af, om ze vervolgens snel te herhalen.’ Dat was precies wat me meer dan 800 jaar later overkwam toen ik Leoninus’ tweestemmige organum Haec dies hoorde. De solozanger, opgesteld met drie anderen op de preekstoel, had meerdere virtuoze improvisaties op lange begeleidende lijnen. Hij bleef daarbij steeds weer bewust op kwarttoonintervallen hangen. Het gaf me het gevoel alsof ik naar Arabische muziek zat te luisteren.

 

 

Verrassingen

Maar dit stuk had nog meer verrassingen op voorraad. De zes zangers – twee mannen stonden vooraan op de vloer bij de dirigent – wisselden heel plotseling van de klinker i naar e: dat had het effect alsof er opeens een ander register getrokken werd. Voor een vergelijkbare schok zorgde later een plotselinge terugname van het volume, een piano subito als het ware. Als was dit nog niet genoeg klonken er nog de klokjes van een Schellenkranz. Bovendien werd later in de herhaling van het B-gedeelte nog een soort keelzang geïntroduceerd.

 

 

Huilen en lachen

De bezetting veranderde per stuk. Het concert begon met alle elf zangers in het rond. De twee composities na Leoninus waren voor vijf en negen zangers. Pas in Perotinus’ Viderunt omnes waren weer alle elf zangers involveert. De nieuwigheid van Perotinus is dat hij tegenover die langzaam verlopende gregoriaanse melodie niet één, maar tot drie stemmen zet. Eerst  klommen de stemmen nog dicht rond een soort pedaaltoon. Steeds meer kleine versieringen waren niet meer alleen tonaal. Maar gedurende het zeer lange stuk klonken sommige stemmen als het huilen van een wolf. En hoe hoger de stemmen klommen, hoe uitbundiger werd de zang die op het hoogtepunt klonk als lachen uit volle borst!

 

 

 

In het heel ritmische laatste stuk, gedeeltelijk ook van de hand van Perotinus, zongen twee van de drie vrouwenstemmen lange snelle glissandi van hoog naar laag. Dit had het effect van een hysterisch heksenlachje. Het stuk werd naar het einde toe steeds sneller voordat het zangers en publiek haast ademloos achterliet.

Bij sommige muziek uit dit programma was ik minder gegrepen, maar ik zal de hierboven beschreven verrassende zangtechnieken niet zo gauw vergeten. Ik had niet gedacht dat oude muziek zo modern kon klinken.

Michael Klier

Foto’s: Pawel Stelmach, Johan Beckers

 

De recensie verschijnt ook op https://musicwork.shop/blog/

 

Info FOM:

https://oudemuziek.nl

 

You May Also Like

Revolutionair optreden van klavecinist Andrea Bucorella op het FOM

Een tijdreis door Utrecht – opening van het Festival Oude Muziek Utrecht 

Anastasia Kobekina geeft Celloconcert van Elgar verrassende wendingen

Pianist Vikingur Ólafsson overtuigt niet in Beethoven, KCO briljant in Prokofiev