Gideon Klein Sonate für Klavier & Landschaft

De Tsjech Gideon Klein (1919-1945) is een van de veelbelovende muzikale talenten die de Duitse concentratiekampen niet overleefde. Voordat hij naar Auschwitz en Fürstengrube werd gedeporteerd was de componist en pianist enkele jaren geïnterneerd in Theresienstadt waar hij tijdens het harde gevangenisleven actief deelnam aan de organisatie van culturele activiteiten. Als leider van de commissie voor instrumentale muziek pleegde hij regelmatig omgang met collega musici die ook in Theresienstadt gevangen waren gezet. Bovendien mocht hij gebruik maken van een kleine piano in de kazerne van Magdeburg, waar hij kon componeren voor zo ver het strenge regime en de barre omstandigheden dit toelieten.

Gideon Kleins Pianosonate werd door Bärenreiter in Urtext uitbracht dankzij ondersteuning van het Institut der Theresienstädter Komponisten. Het album bevat eveneens het omstreeks 1938/39 voltooide pianowerk Krajina – dat werd vernoemd naar een melancholisch gedicht van Vilem Zavada uit diens bundel Panychida (dodenmis).

De layout is zakelijk en overzichtelijk – zoals we deze van Bärenreiter gewend zijn. In een uitgebreid voorwoord licht editeur Ondrej Pivoda de, door de omstandigheden complexe, ontstaansgeschiedenis van de Pianosonate toe. Het werk werd noodgedwongen met grote tussenpozen aan het papier toevertrouwd. Onzeker is bovendien of de componist het zelf ook als sonate zou hebben betiteld en of er uiteindelijk niet nog een vierde deel gepland stond – waarvan Bärenreiter een vermoedelijke kiemcel in facsimile afdrukt. Ondanks of juist door dit alles is het tekstkritisch commentaar verhoudingsgewijs beknopt – er is dan ook slechts een tekstbron. Voor het pianowerk Krajina bestaat er naast het voltooide manuscript ook een schets, maar ook dit geeft weinig reden voor discussie.

Elger Niels

Bärenreiter Urtext BA 9580
ISMN 979-0-2601-0926-1